Kijken

Complex

Voordat Lucas Lenglet kon exposeren in het Kröller-Müller Museum, paste hij de ruimtelijke omstandigheden aan. Een uitdaging.

© Marjon Gemmeke

In het Kröller-Müller Museum vindt de huidige bedachtzame tentoonstelling van Lucas Lenglet voornamelijk plaats in de ruimte, een paar kamers eigenlijk, waar, toen het museum eind jaren dertig werd gebouwd, de entree zich bevond. De museale ruimtelijkheden werden voortgezet met een royale uitbreiding van architect Wim Quist, die werd geopend in 1977. Die transparante, slanke uitbreiding kwam in de breedte te liggen omdat er dringend verbinding gemaakt moest worden met de beeldentuin die in de late jaren vijftig tot ontwikkeling was gekomen. Geleidelijk aan ontstond zo een museum dat eigenlijk een complex werd van verschillende ruimtes en plekken. In 1977 was het binnenkomen verplaatst. De oude, eerste ingang waren nu enkele afgelegen vertrekken die aan het eind waren komen te liggen van de langzame, voorname passage langs mooi gemeten kabinetten met de meesterlijke schilderijen. Zacht bovenlicht, de vloer een teder grijs van kleur. In die voormalige ingang, in totaal vijf vertrekken, heeft Lucas Lenglet werken geïnstalleerd die zijn tentoonstelling vormen. In de jaren nadat die vertrekken geen ingang meer waren, en aan het einde lagen van een gang door het museum, werd daar meestal hedendaagse kunst uit de vaste collectie geëxposeerd die er, qua ruimte, goed in paste. Meestal werken van conceptuele aard. Sinds kort echter hebben ze dat oude ingangsgebied een klinkende naam gegeven: vestibulum. Twee keer per jaar worden kunstenaars uitgenodigd om werk te maken dat daar een half jaar ongestoord kan verblijven. Omdat de afgelegen plek nu een naam heeft, krijgt die hoe dan ook weer karakter. Met de installatie van Lenglet merk ik ook dat de groepering van vertrekken excentriek van karakter is, ruimtelijk moeilijk en daarom een uitdaging voor de kunstenaar.

Lucas Lenglet, And All the Untilled Air Between, 2019 © Marjon Gemmeke
Licht en wendbaar is het handschrift van Lenglet

Eerst zijn het, dit vestibulum, drie rechthoekige ruimtes die breed naast elkaar liggen, over de volle breedte van de voorgevel. De middelste ruimte bestond voornamelijk uit glazen toegangsdeuren. De vertrekken links en rechts zien we, hoog aan de wand en tegen elkaar gelegen, een rij smalle ramen. Binnen zitten de ramen bijna tegen het plafond. Het oude museum was door architect Henry Van de Velde ontworpen als gesloten rondgang. Een ruimte van heilige aandacht die niet gestoord mag worden. Zo waren de ruimtelijke omstandigheden die Lenglet eerst moest lezen en overwegen toen hij een mise-en-scène aan het bedenken was voor zijn tentoonstelling. Een complex interieur. Bij Van de Velde moest de bezoeker, als hij de ontvangst was gepasseerd, na een paar meter al drie traptreden op om op de statige vloerhoogte te komen, de piano nobile waar niets nog de beschouwing van de edele kunst kon storen. In zijn ruimte vond Lenglet echter obstakels, zoals een hardhandige onderbreking in vloerhoogte tussen de eerste drie vertrekken in het vestibulum en de volgende twee die immers voorbij de trap liggen. Dit leverde de basisgedachte voor zijn interventie. Hij liet in de eerste vertrekken, door een aaneenschakeling van ijzeren looproosters, de vloer verhogen. Bijna een halve meter. Dat maakte de vloer van het vestibulum gelijkvloers, althans tijdelijk, met de rest van het museum. Maar ook werd die vloer van looprooster, als je erover heen schuifelt, vreemd fragiel. Door het raster van het rooster zie je fragmentarisch de harde vloer eronder.

Luciano Fabro, Il giudizio di Paride (links), 1979 © Peter Cox, Eindhoven / Collectie Van Abbemuseum

En nog iets: omdat de vloer is verhoogd kun je nu wel door de rij vensters (vlak tegen het plafond) naar buiten kijken. Om het hoofd niet te stoten moet je gebukt door de deuropeningen. Het lijkt alsof de hele ruimte is opgetild en wonderbaarlijk veranderd. Als de zon schijnt, passeert het licht het roosterraster tot onder op de bodem. Op de fragiel voelende vloer in die labiele ruimte liggen twee objecten, dingen eigenlijk. In een hoek zien we een rol dun aluminium met gaten dat in de bouw voor afrastering gebruikt wordt. Vanwege die ovale gaten is de rol licht en vol, met lucht. Elders ligt, in een deuropening, een houten paal van acht meter lang. Het ding is samengesteld uit negen segmenten die in elkaar schuiven. Het hout heeft een heel lichte kleur. Het is een ding zonder veel gewicht. Het kan zo ergens anders liggen. Heel Lenglet zijn handschrift, in de behoedzame omgang van hem met onzekere ruimtelijkheid, is licht en wendbaar. De roostervloer is ook licht en draagt dingen waarvan het gewicht onzichtbaar is. Het gewicht van dingen en hoe ze dan hun plek zoeken, zoals ook in dit vestibulum, houdt mij al lang zeer bezig. Laatst had ik het over Luciano Fabro. Ik denk nu aan zijn Giudizio di Paride van terracotta. Er zit, ook bij Lenglet, allerlei verandering van kunst in de lucht. Ik bedoel wat betreft die harde strengheid van de abstractie en ook het straffe gewicht van rechthoeken.


PS De tentoonstelling van Lucas Lenglet duurt tot 22 september. Volgende week kom ik erop terug.