Buitenland

Complex Europa

In Europa gebeurt meer dan het menselijke brein kan verwerken. De initiatieven, ideeën, intriges, ruzies en partnerschappen zijn zo talrijk dat het onmogelijk is bij te blijven. Door sociale wetenschappers geïntroduceerde concepten als ‘multilevel governance’ zijn lachwekkende simplificaties. De Europese werkelijkheid steekt veel dieper, die komt meestal veel dichter in de buurt van een film van Fellini of Sorrentino.

In Nederland kent men dit complexe Europa slecht. En als er hier al aandacht besteed wordt aan het Europa achter de façades van de instituties, dan is het met misprijzen. Want daar, achter die façades, heerst een sfeer van continentaal gekonkel waar Nederlanders, net als Britten en Scandinaviërs, een hekel aan hebben. Dit maakt van Nederland van nature een buitenbeentje in de EU. In Nederland zelf beseft men dat echter maar nauwelijks, en dit terwijl Nederland zich in het hart van de eurozone bevindt, het vlaggenschip van de Europese integratie.

Als er in Nederland al iets van drang is om de Europese realiteit wat dieper te doorgronden, dan komt men zelden voorbij de platitudes van de sociale wetenschappen en de rekensommen der economen. Het is een recept voor verbijstering en onvrede als er iets gebeurt in Europa, zoals de recente voorstellen van de Commissie om de eurozone te verdiepen en de opgewonden voorwaarde van ‘Verenigde Staten van Europa’ die Martin Schulz stelt aan regeringsdeelname van de SPD in een nieuwe regering-Merkel.

Toen Willem Drees begin jaren vijftig Nederland de Kolen- en Staalgemeenschap in loodste, was hij niet begeesterd. Hij koesterde een diep wantrouwen tegen de Franse politiek en was bezorgd over de ‘zo overheersende politiek-katholieke hegemonie’ in dat Europa. Drees gruwde van l’Europe Vaticane, dat hij regelmatig zag dreigen, omringd als hij was door katholieke christen-democraten in het Europa van de Zes.

Zaken vurig bepleiten, dat doet Juncker nog maar weinig

In de huidige eurozone zijn de verhoudingen niet wezenlijk anders. Dat blijkt als er gestemd moet worden in de bestuursraad van de ECB. Er is een tijd geweest dat ze wel anders waren, die verhoudingen. Dat was toen de Britten lid waren van de EG en de euro nog niet bestond (1973-1991). Maar dat Europa bestaat al niet meer sinds het Verdrag van Maastricht.

Onlangs publiceerde de vertegenwoordiging van de Europese Commissie bij de Heilige Stoel een rapport met de titel De pausen en zestig jaar Europese integratie – dit in het kader van zestig jaar Verdragen van Rome, een verjaardag die het hele jaar 2017 gevierd is. Het is een lezenswaardig overzicht van de actieve bevordering van de Europese integratie door de katholieke kerk. Zeer relevant voor vandaag is de uitwerking van het ijveren door het Vaticaan voor de hereniging van Europa, al ver voor het einde van de Koude Oorlog. In grote delen van Oost-Europa is dit gedroomde en verwezenlijkte ‘Europa van naties’ van (de Poolse) paus Johannes Paulus nog onverminderd een geliefd rijk van realiteit en spiritualiteit.

In 1983 schreef de Tsjechische schrijver Milan Kundera bewogen over de wrede realiteit van de Europese deling in The New York Review of Books. In dat stuk citeerde hij de directeur van het Hongaarse persbureau, die in 1956 tijdens de Hongaarse opstand schreeuwde: ‘We gaan sterven voor Hongarije en Europa.’ Volgens Kundera paste deze kreet bij steden als Boedapest of Warschau (en niet bij Moskou), waar ‘het woord “Europa” een spirituele notie representeert die synoniem is met het woord “Westen”’, hun regio’s liggen ‘cultureel in het Westen’, geworteld in ‘Rooms Christendom’.

Zaken vurig bepleiten, dat doet de vermoeide Jean-Claude Juncker nog maar weinig. Maar één zaak blijft hij najagen: uitbreiding van de eurozone met Oost-Europese EU-lidstaten. Net als de pausen Johannes Paulus en Franciscus en politici als Havel en Geremek is Juncker drager van de Karelsprijs, de meest prestigieuze der Europese onderscheidingen. Nederlanders in dat gezelschap zijn (de katholiek) Luns en Beatrix, die altijd actief de Europese gedachte van wederzijds begrip heeft bevorderd en de Europese oecumene steunde. Vorige week werd bekend dat Emmanuel Macron in 2018 de Karelsprijs zal krijgen. De Aachener Schulz kreeg hem al in 2015.

Als Nederland zich niet snel en actiever bewust wordt van deze Europese realiteiten zal het (opnieuw) overrompeld worden door de ontwikkelingen.