In Den Haag

Computergestuurde formatie

Verschillende kabinetten zijn inmiddels politiek onhaalbaar gebleken. Maar aangezien niemand behalve Geert Wilders zit te wachten op nieuwe verkiezingen lijkt er toch één variant voor de hand te liggen.

OP 1 JULI WAS IK in Riva, aan het Gardameer in Italië. Niet op vakantie natuurlijk, maar als deelnemer aan het SUNBELT-congres van het International Network of Network Analysis. It is all in the name. Op dat congres liep ik collega Frans Stokman tegen het lijf, die met een heel geavanceerd computergestuurd simulatiemodel de uitkomsten van Kopenhagen had voorspeld. Het kon niets worden, betoogde hij, want de tegenstellingen tussen de Verenigde Staten en de rest van de wereld waren onoverbrugbaar.
Bij een glas Italiaanse wijn vertelde hij mij dat hij zijn model ook had gebruikt om de uitkomst van de huidige kabinetsformatie te voorspellen. Heel simpel. Neem de twaalf belangrijkste beleidspunten uit de programma’s van de zes grootste politieke partijen. Geef het belang dat elke van die zes partijen hecht aan elk beleidspunt een wegingsfactor mee. De computer laat dan zien dat de winnende coalitie die is met VVD, CDA en PVDA. Over rechts was volgens de computer vrijwel onmogelijk, want daarvoor zou de PVV te veel linkse eisen op het terrein van gezondheidszorg en sociale zekerheid hebben. Paars Plus is ook onmogelijk. Weliswaar zouden de partijen er op negen van de twaalf punten wel uit kunnen komen, maar op drie punten zou het misgaan: belastingbeleid, begrotingstekort en kilometerheffing.
Op 20 juli stond het verhaal van Stokman in NRC Handelsblad, de dag nadat de onderhandelingen over Paars Plus waren vastgelopen. Goed voorspeld dus, aan het Gardameer, en geen doorgestoken kaart.
Maar krijgen we nu een coalitie van VVD, CDA en PVDA? In het computermodel staan alleen verkiezingsprogramma’s en geen persoonlijke sympathieën of antipathieën, geen ‘demonisering’ of andere irrationele verlangens. Het gaat zuiver om het verwezenlijken van je programmapunten. Ook neemt Stokman niet mee wat er ná de verkiezingen is gebeurd in de peilingen. De PVV stond op 1 juli op de politieke barometer al op 27 zetels en dat ging ten koste van het CDA, dat er nog maar 19 had. Bij De Hond stond de PVV op 18 juli op 35 zetels, de VVD op 23 (!) en de PVDA op 27. Het CDA was verder weggezakt. Geen wonder dat de Volkskrant op 21 juli kopte: 'Hand Wilders drukt zwaar op schouder van Rutte’. Men had eraan toe kunnen voegen: 'en op die van Verhagen’.
Wilders had de dag ervoor 'Nederland gefeliciteerd’ omdat Paars Plus van de baan was. Uit de commentaren van de fractieleiders viel op te maken dat de VVD deze coalitie had geblokkeerd door aan de drie linkse(re) partijen geen enkele concessie te willen doen op de punten van de hypotheekaftrek, de kilometerheffing en het belastingbeleid. Met name de PVDA was afgehaakt toen bleek dat Paars Plus de facto een VVD-kabinet zou worden.
Dat laatste, hoe logisch ook, maakt ook de vorming van een kabinet 'door het midden’ praktisch onmogelijk. Want óf de VVD zou nu concessies moeten doen die ze in de onderhandelingen over Paars Plus niet wilde doen. Of de PVDA zou dat moeten doen. Dat laatste zou - gezien de afloop van Balkenende IV - nog gekker zijn dan het eerste.
Maar bovendien zou een kabinet VVD, CDA en PVDA Nederland in een 'tangdemocratie’ brengen. In een tangdemocratie, zo heeft Ed van Thijn ons jaren her al eens uitgelegd, zijn de middenpartijen gedwongen met elkaar een coalitie aan te gaan omdat de vleugels - rechts en links - van het politieke spectrum zo groot zijn geworden dat centrum-rechts of centrum-links niet meer mogelijk is. En naarmate die partijen op de uiterste rechter- en linkervleugel groter worden, zijn de gevestigde partijen meer op elkaar aangewezen. Met als voorspelbaar effect dat de uiterst linkse en uiterst rechtse partijen nog groter worden.
Nu kan men zich met recht afvragen of de VVD nog een middenpartij is. De VVD heeft in jaren niet zo'n rechts programma gehad. En inderdaad, Rutte heeft in de campagne geprobeerd de PVV weg te zetten als 'linkser dan de SP’. Kijken we alleen naar de programmapunten, dan zit er in de claim van Rutte dat de meest rechtse partij in Nederland de VVD is, nog wel een kern van waarheid. Maar zien we het hoofd van Wilders erbij, op het bankstel van Henk en Ingrid, en zijn kopvoddentaks, dan blijft er van dat linkse imago van de PVV niet veel over.
Een kabinet 'door het midden’ is dus politiek onhaalbaar, zolang de PVV blijft stijgen. Maar nieuwe verkiezingen, daar zit, behalve Geert Wilders, ook niemand op te wachten. Het ligt dus voor de hand dat het rechtse kabinet, waarover nu gesproken wordt door Rutte, Verhagen en Wilders, er komt, al dan niet met gedoogsteun van de PVV. En laat die 'Deense’ constructie nu juist altijd de voorkeur van Wilders gehad hebben. Hij kondigde de optie al aan vóór de verkiezingen, hij heeft het regelmatig benadrukt naderhand. Het geeft hem de mogelijkheid deel te nemen, zonder direct verantwoordelijkheid te dragen en hij kan op die manier punten scoren zonder openlijk al te veel concessies te doen. Of Verhagen en Rutte hem die comfortabele positie gunnen is de vraag. Maar Wilders lijkt politiek Den Haag in een houdgreep te hebben. Had hij zelf tijdens de campagne over de tegenvallende Cohen niet gezegd: 'Cohen denkt dat politiek een marathon is, maar het is judo.’

Meindert Fennema is hoogleraar politieke theorie en etnische verhoudingen aan de afdeling politicologie/Imes van de Universiteit van Amsterdam.
Aukje van Roessel is met vakantie