Concepten voor boeken

A.L. Snijders
Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk
336 zkv, AFdH, 461 blz., € 39,50
Herinneringen aan een vader
vier verhalen, AFdH, 42 blz.

Dit signalement heeft ongeveer de lengte van een gemiddelde zkv van A.L. Snijders. Een zkv is een zeer kort verhaal, waarvan er in een bij AFdH, drie op mooi drukwerk uit zijnde uitgevers in Enschede, verschenen boek, onder de titel afgekort Ntnlzrsdnkn, 331 gebundeld zijn. Ze zijn in de jaren 2001-2004 geschreven, soms één per dag. Snijders verwijst zelf naar de handpalmverhalen van Kawabata. Misschien heeft de lengte van een e-mail mede de omvang en de toon bepaald. Het zijn geen columns, zoals Snijders – voormalig leraar Nederlands aan een politieschool – die voor diverse kranten schreef en bundelde in een aantal boekjes bij Thomas Rap. Uit het laatste, Niets is zo mooi als nutteloze kennis (1998) is als nieuwjaarsgeschenk een drietal fragmenten gekozen, aangevuld met het begin van een novelle waaraan Snijders in 1993 begon, na de dood van zijn vader.
Liefdevol is het woord dat bij dit portret in vier stukken past, en Snijders zelf zou dat woord fondantloos gebruiken. Een passende introductie, hoewel het oudere stukken zijn. In 1962 las de toen 25-jarige het verhaal De tocht over de Zbroetsj van Isaac Babel en nam zich voor, ooit als zijn vader doodging, de laatste alinea voor te lezen: over een door Polen vermoorde joodse vader. Toen het zo ver was, 31 jaar later, durfde hij het niet vanwege de slotzin: ‘Nou wou ik wel eens weten’, zegt de dochter, ‘waar ter wereld je ooit zo’n vader zult vinden als de mijne was…’ Snijders hield in 1993 een ander praatje, een ongeveer even oude herinnering. In een brief als postscriptum zegt hij over Mulisch, die kennelijk op Snijders’ gifklier werkt: ‘En als ik die op maat gesneden dameskapper dan in Duitsland de eerste viool zie spelen…’

Het dikke boek is een verzameling laconieke dagschetsen in velerlei genres en toonsoorten: observaties, momentopnamen, losse gedachten, anekdotes, herinneringen (aan Amsterdam-Zuid), citaten, ultrakorte levensverhalen, vignetten, ergernissen. Ze zijn niet gemaakt voor een boek, los geschreven kun je ze ook beter los lezen, of seriegewijs. Een goed criterium is trouwens of je zulke stukjes meteen weer opnieuw kunt lezen – ja, dat kan. Dat heeft met de terloopse tussenzinnen te maken, de verrassende combinatie van uiteenlopende zaken, soms die van een observatie en een alinea (bij voorkeur van Nescio, Renard, Cheever). Schrijven met een peilstok, het is een hachelijk genre. Soms pakt de mix, als mayonaise, soms wordt het stijve boter of blijven het losse flodders. In het laatste geval blijven de opmerkingen een beetje particulier. Af en toe had ik liever soep gehad dan een maggiblokje. De beste zijn, ook weer naar mijn smaak, de verhaaltjes waarin met enkele streken een heel leven, vaak een grillig leven, geschetst wordt. Met materiaal dat om meer vraagt, voel je Snijders’ handen jeuken. Zoals hij van Kapuscinski zegt: ‘Hij schrijft concepten voor boeken die nooit geschreven worden.’

Snijders mag dan al sinds mensenheugenis in Gelderland wonen – Klein Dochteren bij Almen, Lochem en Zutphen –, hij is een stadsman gebleven: natuur is hooguit achtergrond; hij heeft meer met campings, zeilboten en scheve stellen dan met de IJssel en Jac P. Thijsse. Een soms knorrende spotvogel van buiten de stad, dat is weer eens een ander geluid dan het opgefokte gekakel. De titel is een goed advies, maar ter plaatse klinkt het anders: ‘Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk, er zijn geen lezers.’ Om meteen op een van zijn vaste lezers te reageren. In dit geval is het een goed teken dat de eerste druk van het boek al snel was uitverkocht; de tweede is goedkoper, maar mist dan ook een lintje.