Kunst

Conceptuele kunst

Kunst: Public Space / Two Audiences

Het meisje met de zwarte legerkistjes nam het zekere voor het onzekere. Nadat ze met toenemende verbazing naar een dia-installatie van de kunstenaar Robert Barry had staan kijken – rechthoekige lichtprojecties op een museumwand, nu en dan afgewisseld door een minuscuul regeltje tekst – besloot ze de suppoost erbij te halen. Kon hij misschien vertellen of de lege dia’s deel uitmaakten van het werk of te wijten waren aan een defect in de projector? De suppoost, die deskundigheid probeerde voor te wenden door het apparaat van alle kanten te bekijken, had zichtbaar geen idee. Op dat moment mengde een oudere dame zich in het gesprek en ontstond er een levendige discussie – even wenste ik dat ik Spaans kon verstaan.
Ik was getuige van het voorval toen ik Public Space / Two Audiences bezocht, een tentoonstelling over conceptuele en minimalistische kunst in het Museu d’Art Contemporani de Barcelona, samengesteld uit de collectie van het Gentse verzamelaarsechtpaar Annick en Anton Herbert. Meneer en mevrouw Herbert behoren tot het type verzamelaar, dat ik, bij gebrek aan een betere term, maar idealistisch noem: ze verkiezen een langdurige relatie met de kunstenaars die ze verzamelen boven het najagen van de nieuwste trends. Tweemaal eerder was de collectie te zien: in 1984 in het Van Abbemuseum in Eindhoven en in 2000 in het casino van Luxemburg. En nu dus in het MACBA, waar men er maar liefst twee verdiepingen voor heeft uitgetrokken.
Conceptuele kunst – wat kun je erover zeggen? Het voorval met de projector bewees weer eens hoe ver ze verwijderd is van de belevingswereld van mensen die zich niet minstens acht uur per dag met beeldende kunst bezighouden. Dat komt door de werken zelf, die vaak ontoegankelijk zijn en net zo interessant om naar te kijken als een pornofilm zonder de seksscènes, maar ook door de manier waarop erover wordt geschreven. Wie denkt dat een catalogus dient om de lezer op een onderhoudende manier iets te leren, zal bij het doorbladeren van het vuistdikke boekwerk dat de tentoonstelling vergezelt de wenkbrauwen fronsen. Over de «structuur van het systeem» gaat het, over «de constructie van het subject» en over «de utopische dimensie van taal» – kortom: over de gebruikelijke zaken die de hedendaagse curator ’s nachts uit zijn slaap houden. Al die retoriek staat in schril contrast met het geëxposeerde werk, dat in niets verschilt van de vaste inboedel van een willekeurig museum voor moderne kunst. Daar waren ze weer: de wereldkaarten met bijpassende kamerplanten (Broodthaers), de krijtcirkels op de grond (Wilson), de streepjespatronen aan de wand (Buren), de keurig gerangschikte houtblokken (Andre), de archiefkasten (Brouwn) – natuurlijk zonder heldere tekst en uitleg, want stel je voor: de bezoekers zouden er eens iets van opsteken.
«Wij hebben geen kunstwerken verzameld», merkt Anton Herbert in de catalogus op, «maar een nieuwe manier van denken», een opvallend onbescheiden uitspraak voor een verzamelaar die prat gaat op zijn bescheidenheid. Bovendien is het flauwekul. De impact van de conceptuele kunst blijft beperkt tot kunsthistorische instituten, het curatorencircuit en de kunstacademies, waar minder begaafde studenten hun academietijd wat kunnen rekken met het inlijsten van kassabonnetjes en het filmen van dampartijen. Van de 37 kunstenaars die op deze tentoonstelling exposeren beklijft slechts een enkeling. Dan Graham, om eens zo’n kunstenaar te noemen, maakt installaties die even eenvoudig zijn als effectief. Vooral Public Space / Two Audiences, Grahams installatie uit 1976, waaraan de tentoonstelling haar naam dankt, is een wonder van psychologisch inzicht en architecturaal raffinement. Een hagelwitte cabine, een spiegel en een geluiddichte glasplaat – meer had Graham niet nodig om bij mij onvermoede gevoelens van ongemak op te roepen. Wat hij precies doet, laat zich lastig beschrijven, maar des te beter ervaren.
De meeste kunstenaars halen dat niveau niet. Ze blijven steken in het illustreren van een ideetje, zoals On Kawara met zijn suffe datumschilderijen, of wijden zich aan nietszeggende abstracties zoals de Art & Language-groep. Een nieuwe manier van denken? Hou toch op! Het wordt tijd dat de gerenommeerde namen uit de jaren zestig en zeventig eens aan een grondige herwaardering worden onderworpen – toekomstige kunststudenten zullen er dankbaar voor zijn.
Public Space / Two Audiences – Works and Documents from the Herbert Collection
Museu d’Art Contemporani de
Barcelona (MACBA), Barcelona,
tot 1 mei
Inventory – Works and Documents from the Herbert Collection
Kunsthaus, Graz, vanaf 10 juni