ROBERT ANKER

Conclusies, als je ze zo mag noemen

Robert Anker, Gemraad Slasser d.d.t.. € 17,95

De vrede vliegt te pletter op het glas
van de volksgezondheid
de salarisschalen
de huisvestingsvooruitzichten
het democratische gehalte van onze onmin
de nieuwe natuur.

Oorsuizingen? Hersenletsel? Oude natuur?
De vrede vindt de moker die hij nooit is kwijtgeraakt.

Achter het glas het woeden van de vrijheid.
Robert Anker is als dichter uitgeschreven. Dat was de indruk die ik kreeg toen in 2008 zijn tot dan toe gepubliceerde gedichten verzameld werden in Nieuwe veters. Na de sterke bundels Goede manieren (1989) en In het vertrek (1996) leek de dichter bevangen te zijn door een zekere gemakzucht, die uiteindelijk resulteerde in het overbodige broddelwerk dat Heimwee naar (2006) heette. Voortaan zou Anker nog slechts proza afscheiden.
Maar zie, de dichter heeft zichzelf opnieuw uitgevonden. Met gemraad slasser d.d.t. bewerkstelligt Anker niet alleen een revolutie binnen zijn eigen oeuvre, hij schreef ook de radicaalste bundel van 2009. Deze bundel is vreemd, lelijk, fout en onsmakelijk, maar op zo'n manier dat je hem moeilijk kunt neerleggen. Er is het afgelopen jaar, vooral naar aanleiding van wat Thomas Vaessens over de roman heeft gezegd, veel discussie geweest over de mate waarin literatuur geëngageerd moet zijn. Politiek bewuste literatuur loopt het gevaar drammerig, eendimensionaal en voorspelbaar te worden, maar indien een sensitief auteur zich uitspreekt over de toestand van de wereld, kan dat een krachtige bijdrage vormen aan het maatschappelijk debat. Het grootste risico is wellicht politieke correctheid. Op brave meninkjes zit niemand te wachten.
Anker bedient de naar straatrumoer hunkerende lezer op zijn wenken, en kruipt daarbij in de huid van figuren die we liever niet zouden kennen. Ik voel mij ongemakkelijk bij regels als deze:

gemraad nooit een roezer maar een breker
neukte kindje twaalf in een bunker
jeugdpsychose? gek! gewoon het hedoheden
kindje twaalf boterde genoeg gezien
gepijld geteft geleukt in folour screen

De media confronteren ons graag met sensationele treurseks uit de onderste regionen van de samenleving, maar doorgaans blijven dergelijke verhalen op afstand. Anker sleurt de lezer mee die bunker in, met het ongure personage ‘gemraad slasser d.d.t.’ als gids. Wat dit heerschap allemaal uitvreet is niet best, maar doordat de woordkeus en zinsbouw in de bundel even getroebleerd zijn als Slassers zielenroerselen, is het moeilijk greep te krijgen op zijn denken en handelen. Waar de dichter besmet raakt met de ranzigheid van zijn protagonist, begin ik ook als lezer aan mijn morele correctheid te twijfelen.
De bundel opent met deze vreemde woorden:

gemraad slasser pukt de kogel
onverweerd
als was het maar een toekomstweetje
opent hij zijn borstvlees met muziek
met bidde handen
hij trekt zich voren over de veren

Wat gebeurt hier? Snijdt Gemraad vrolijk zijn eigen borst open opdat wij zijn ingewanden kunnen schouwen? Hoe dan ook weet je na deze binnenkomer meteen dat het in dit boek niet leuk gaat worden. En inderdaad: 'heb je het gehoord de beursgang van slasser/ gaat hij hete kolen verkopen aan de zwartjes/ of gaat hij glorieboter persen uit een pakje’. Als zakenman bedient hij zich van 'ranzige kamertjes van werkgelegenheid/ en scholing die van internet geplukt’, en zijn doel is 'de vrijheid van de mooie/ mens af te stemmen op een betere ontvangst’.
In de afdeling 'niet zeuren’ volgen we een straatbende: 'We komen vanavond bij je langs./ Je moet gewoon kalm blijven./ Persoonlijk hebben we niks tegen je. (…) Het spijt ons van je oma vorig jaar.’ De discotheek Cunt your Blessing 'zuigt zich vol met breezersletjes gratis’ en 'het gesmokkeld mes in de pocket preekt/ de waarheid die aanschuift op tv waar slasser/ henny henny beft die alles presenteert’. En wie mocht denken dat het in de provincie allemaal niet zo'n vaart loopt, wordt in de quasi-pastorale reeks 'meisjeskutjestijd’ uit de droom geholpen:

en het vingerig katoentje prevelt
mijn glee komt je toe
voorts mijn schuddend scheuren
haal je tong maar langs de glute
dan schothitsig glissen door de schorre

In de slotreeks tracht Anker conclusies te trekken, als je ze zo mag noemen: 'Laten we eindigen bedeesd biddend tot de onbestaande god/ dus tot onszelf, niet om de vrede want die zullen we nooit/ vinden’. We kunnen, stelt hij, de gordijnen dichtdoen of openschuiven, of 'we kunnen het bankstel door het raam naar buiten flikkeren’. Ook kunnen we 'de koelkast onder zijn tak vragen ons te vergeven/ wie wij zijn’. De kans op een betere wereld lijkt echter verkeken: 'zonder bermbom/ is er ook al geen redden aan maar we marcheren vrolijk slopend verder/ naar de onverbiddelijke toekomst’. Dat is geen vrolijk vooruitzicht.
Een klein lichtpuntje schuilt hoogstens in de tederheid, die zelfs Gemraad niet vreemd is: 'ik ben niet stoer bestuif mij/ ik ben een wenszachte aanwezigheid’. Het is alleen de vraag of we hem op zijn woord mogen geloven. Ik vrees van niet, want even later zegt hij de vrede slechts als 'entertainment van niveau’ te beschouwen. Alles is voos, ook deze poëzie. Daarom is dit een verontrustende bundel.

ROBERT ANKER
GEMRAAD SLASSER D.D.T.
Querido, 72 blz., € 17,95