Peter Michalzik, Gustaf Gründgens: Der Schauspieler

Conferencier van de onderwereld

Peter Michalzik

Gustaf Gründgens: Der Schauspieler und die Macht

List Taschenbuch, 320 blz., € 7,95

Op 7 oktober aanstaande is het veertig jaar geleden dat-ie stierf en nog altijd groeit de mythe rond de Duitse toneelspeler Gustaf Gründgens (1899-1963). Er zijn zo’n vijftien lijvige studies over hem verschenen, waaronder enkele hijgerig opgetekende heiligenlevens, er zijn toneelstukken en een dansvoorstelling over hem gemaakt en een grote tentoonstelling in zijn geboortestad Düsseldorf. En toen de Duitse cultuurzender 3Sat vorig jaar een serie documentaires over het theater in de twintigste eeuw uitzond, speelde Gründgens een prominente rol in twee van de zes afleveringen. Zijn privé-archief wordt waarschijnlijk pas over tien jaar ontsloten, een tijdstip waarop Peter Michalzik, theaterwetenschapper en journalist bij de Süddeutsche Zeitung, niet wilde wachten. Hij is met een biografie gekomen, met in de ondertitel de kwestie waar het bij Gründgens steeds over ging: de toneelspeler en de macht. Meer concreet: Gründgens en de nazi’s.

Goebbels was de baas over de Berlijnse theaters en de filmmaatschappij Ufa. De Pruisische minister-president Göring ging over het Staatstheater aan de Berlijnse Gendarmenmarkt, waar Gustaf Gründgens van 1934 belangrijke posities bekleedde. Hij was een speelbal tussen de twee elkaar beconcurrerende nazi-kopstukken. Göring hield hem de hand boven het hoofd, op voorspraak van zijn vrouw, de actrice Emmy Sonnemann. Goebbels hield hem in gijzeling, vanwege zijn homoseksualiteit. Gründgens probeerde het repertoire van het Staatstheater ondertussen ideologisch frei te houden. Ook beschermde en verborg hij een aantal joodse acteurs en actrices.

Biograaf Peter Michalzik toont overtuigend aan dat Gründgens als volleerd jongleur verscheidene ballen in de lucht hield, hij was een koorddanser zonder net. In een brandend circus. De mythe dat hij vooral geliefde klassieke stukken programmeerde en geen nazi-repertoire toeliet, wordt in deze biografie doorgeprikt. Zeker, Gründgens speelde zijn klassiekers. Zoals een door de nazi-kranten als «verjoodst» bekritiseerde, maar bij het publiek geliefde Hamlet, met hemzelf in de titelrol. En Goethes Faust natuurlijk, met hemzelf als de duivelse Mephisto, de rol waarmee hij zich het meest vereenzelvigde, als «conferencier van de onderwereld», zoals Michalzik hem typeert. Maar aan het nazi-repertoire ontkwam ook hij niet. Knarsetandend waarschijnlijk, maar toch moest hij toezien dat in zijn prestigieuze theaterhuis aan de Gendarmenmarkt het nationalistische heldenstuk Schlageter van de nazi- dramaturg Hanns Johst (opgedragen aan Hitler «in liebenden Verehrung») werd gespeeld.

In zijn nuchter geschreven boek toont Michalzik overtuigend aan dat Gründgens al op jonge leeftijd het concept van de «klassieke kunstenaar» in zijn hoofd had. Als toneelspeler klom hij op in de Weimar-republiek, cultureel Freiraum voor geniale talenten, en middelmaat. Gründgens bloeide op in de schaduw van menig genie. Hij werkte met legen darische regisseurs als Max Reinhardt (toneel) en Fritz Lang (film). Hij werd opgenomen in de coterie van Thomas Mann, had een verhouding met Klaus Mann, was korte tijd de echtgenoot van Erika Mann, maakte met hen beiden triviale maar opzienbarende toneelvoorstellingen.

Toen de terreur van de straat in Duitsland ging regeren, emigreerden de geniën. Of ze werden vermoord, of pleegden zelfmoord. Gründgens bleef (net als Bernhard Minnetti, Heinz Rühmann, Zara Leander en vele anderen). In overlevingskunst overtrof hij hen allen. Hij was immers, zoals de slotregel luidde van Klaus Manns sleutelroman Mephisto, «maar een heel gewone toneelspeler».

In het openingshoofdstuk van zijn biografie verbindt Peter Michalzik het lot van die twee: Klaus Mann en Gustaf Gründgens. De oudste zoon van Thomas Mann had in de Weimar-republiek veel van Gründgens gehouden, schreef in 1936 het als sleutelroman over de toneelspeler en de macht gekwalificeerde boek Mephisto, Roman einer Karrière. Toen de oorlog voorbij was kon die roman in Duitsland niet verschijnen, volgens de uitgever omdat de door Klaus Mann gedemoniseerde acteur Gustaf Gründgens weer een beduidende rol speelde in het culturele leven van het naoorlogse Duitsland. Klaus Mann pleegde daarop in 1949 zelfmoord. Veertien jaar later deed Gustaf Gründgens hetzelfde. Ze waren tot elkaar veroordeeld. En bleven dat.

Tot in 1980 bleef Mephisto in Duitsland een verboden boek — de erven Gründgens kregen dat voor elkaar. Motief: demonisering, reputatiebeschadiging. In 1980 werd een toneel bewerking van Klaus Manns Mephisto in Berlijn gespeeld en op het tweede Duitse televisienet uitgezonden. In 1981 kwam de verfilming van het boek uit (regie: István Szabó) en won de Oscar voor de niet-Amerikaanse film. Prompt besloot uitgeverij Rowolt het gewraakte boek uit te geven. Dat leidde tot een Klaus Mann-Welle die tot op de dag van vandaag voortduurt.

Biograaf Michalzik herinnert zich een scène uit de dansvoorstelling Gustaf Gründgens die de choreograaf Johannes Kresnik in 1995 in Hamburg maakte. Klaus Mann (in de ballingschap van de dood) en Gustaf Gründgens (in het Duitsland van na de oorlog) ontmoeten elkaar in een koorddansnummer. Mann verleidt Gründgens om naar de overkant te komen. Hij playbackt Dean Martins evergreen Return to Me, hij lokt de Mitlaufer de dood in.

Gustaf Gründgens stierf veertien jaar na Klaus Mann, áls Klaus Mann, eenzaam, uitgeblust, op een hotelkamer. De doodsoorzaak was ook dezelfde: een overdosis slaapmiddelen.