Televisie

Connie Palmen is halverwege

Televisie: Zomergasten

Dat eigenaars van woestijn wagens andermans weerzin jegens hun monsters louter verklaren uit jaloezie is een gotspe, maar soms denk ik dat veel criticasters van Zomergasten eigenlijk zichzelf een interessantere gast en be tere presentator vinden. Na tuurlijk valt op elke presentator en gast af te dingen, maar de toon is schril, terwijl bijna al die zomeravonden interessante gesprekken of fraaie fragmenten opleveren en soms allebei – toegegeven, bij Heleen van Royen geen van twee, maar zoveel vertoon van banaliteit werd op zichzelf ook weer fascinerend. (Deze overwegingen zijn evenzeer jaarlijks ritueel als Zomergasten zelf, maar ik heb een pesthekel aan het gemakzuchtig dédain waarmee de spraakmakende gemeente rept over serieuze, risico’s nemende, tijd en aandacht vragende televisie. Pas als die niet meer gemaakt wordt zullen we die jammerlijk missen. God weet dat Luxemburg, Talpa en me nige publieke omroep er in eendrachtige concurrentie en geholpen door politici alles aan doen om alle debat te vervangen door geklep, alle opera door musical, en om alle serieuze informatie «Beau» te maken. Het is precies dat dédain en die onverschilligheid die het mogelijk maken de te weinig geprezen NPS op te heffen en kritiek daarop te sussen met de suggestie dat afzonderlijke programma’s wel onder dak zullen komen – alsof je de Limburgse biotoop vernietigt en suggereert dat er voor zinkviooltje en ijsvogel hortus en dierentuin gevonden zullen worden.)

Maar goed, Connie Palmen is halverwege. En er valt dus af te dingen. De rol van interviewer/ journalist gaat haar moeizamer af dan die van de voortreffelijke gast die ze regelmatig is. Ze streefde naar «gesprek», zei ze tevoren en dat wilde met Nooteboom niet lukken. Die leek daarin ook niet geïnteresseerd: hij wilde eieren kwijt en interrupties werden als verkeersdrempels ge nomen. Be leefd glimlachend, dat wel. Hun gesuggereerde vriendschap leek hooguit van haar te komen. Ergerlijk de herhaalde loftuitingen. Hier zat iemand voor wie alle roem van de wereld niet verzacht dat hij zich in eigen land te weinig geacht meent, tegenover iemand die dat voor eens en altijd goed wilde maken. Te pas en on pas. En vergeefs. Palmen vond geen rol, maar Nootebooms autobiografie plus de fado en andere fragmenten maakten veel goed.

In de aflevering met Tom Barman had Palmens eerbiedige slaapwandelaarstoon plaatsgemaakt voor vrolijke alertheid. Uitnodigend, soms licht baldadig, wat leidde tot prettige kennis making met een onbekende wiens fragmentkeus als rode lijn «pijnlijkheid» leek te hebben. Van echte – Godard die Karina vernedert en daarmee zichzelf diskwalificeert – tot de gespeelde van Ricky Gervais in The Office. En die lijn zette door in de prachtaflevering met Robbert Dijkgraaf. Hier het respect dat de getalenteerde (en goed voorbereide) alfa de geniale bèta verschuldigd is. Fascinerende frag menten, een man om te koesteren en het nagestreefde «goede ge sprek». Jammer dat niet ter sprake kwam dat Dijkgraaf op de Rietveld heeft gezeten – wat toch weinigen lukt. En zou Connie echt elke dag aan de zin van het bestaan denken?

Heerlijk, tot slot, de avond van Maria Goos. Haar liefde voor tv doet denken aan die an dere working class-auteur, Dennis Potter, wortelend in de mogelijkheid van cultuur van hoog niveau voor een massapubliek, waaraan ze zelf prachtige bijdragen leverden. Als dat een droom is, dan toch een noodzakelijke, urgenter dan ooit.