Menno Hurenkamp

Conservatieven kunnen vooral klagen

De zondvloed komt snel. Popzangeres Victoria Beckham, vrouw van de voetballer David Beckham en role model voor honderden miljoenen meisjes, heeft bekend nog nooit één boek gelezen te hebben. En in Amerika nemen vliegtuigen geen reddingsvesten mee omdat de passagiers te dik zijn. Met al dat menselijk overgewicht komen die kisten anders niet van de grond. Zomaar twee berichtjes uit de wassende stroom bewijzen dat we massaal steeds dommer worden.

Logisch dat iedereen, ook de beschuldigden zelf, de conservatieve kritiek vréten dat de elite, of gewoon: «links», de mensheid heeft laten ontsporen. Neem de Engelse psychiater Theodore Dalrymple. In een recent, veelbesproken boek nam hij de elite onder vuur die arme mensen in de rotzooi laat wegzakken. Hoewel alleen gebaseerd op zijn eigen ervaringen als gevangenisarts was het een serieuze en indringende klacht. De oude Drees zou er zo zijn naam onder gezet hebben. Nu neemt Dalrymple «de intellectuelen» in het algemeen op de korrel. Want, blijkt uit een voorpublicatie in Trouw, die hebben onze beschaving verkwanseld met multicultureel geleuter dat de Takki-takki’s op gelijk niveau staan met de westerse cultuur. Doordat intellectuelen dubbelzinnig doen over het belang van hard werken of de sonnetten van Shakespeare denken gewone mensen dat je al heel wat bent als je met een uitkering op zak een bushokje molt. Zeker niet nieuw, denk aan het geëmmer van George Steiner of Robert Hughes’ fameuze De klaagcultuur van twaalf jaar geleden. Toch zal ook dit boek van Dalrymple dankbaar ontvangen worden. De elite is van pure onzekerheid tevreden met alle commentaar. Het publiek is terecht blij met iedereen die over doelen praat (namelijk mensen uit de penarie helpen), in plaats van over abstracte middelen (deregulering, privatisering) te neuzelen.

Aanklagen kunnen conservatieven goed – net als de communisten vroeger. Maar plannetjes om het «nieuwe conservatisme» om te zetten in daden ontaarden steevast in aanbidding van de mammon. De Edmund Burke Stichting, een conservatieve denktank, wil van alles veranderen in de gezondheidszorg. Alleen, bijna geen Nederlander ziet hun plannen zitten. Zo stelde de Burke Stichting recent voor om iedereen zelf te laten sparen voor de zorg, maar blijkt uit hun eigen onderzoek dat geen mens dat wil. Interessant is dat dit onderzoek verricht is in opdracht van het Stockholm Network. Volgens de Burke Stichting is dat «een samenwerkingsverband van Europese conservatieve en klassiek-liberale denktanks». Een slimme verdraaiing. Het netwerk is een «service organisation for market-oriented think tanks». Dat helpt verklaren waarom het zogenaamde conservatisme van de Burke Stichting alleen concreet wordt wanneer het op marktwerking aankomt. Je leest in de plannen véél over bedrijven of individuen de ruimte geven, maar niks over de wezenlijk conservatieve vraag hoe het sociaal weefsel (gezinnen, buurten, scholen) in stand blijft.

Veel CDA-plannen lijden hier ook aan. Aan de oppervlakte christen-democratisch, gericht op de zorg voor elkaar, maar uiteindelijk dienstbaar aan bedrijfsmatige redeneringen. En het is precies dáár waar niemand zin in heeft. De gewone man is óók boos op onterechte uitkeringen en onbegrijpelijke migranten. Dus conservatieve cultuurkritiek, gráág. Maar als die gewone man zijn been breekt wil hij gips, geen offerte. Conservatieve politiek, liever niet. Dit speelt hier, maar is nu pas echt goed te zien in Duitsland, waar de linkse populisten in verkiezingstijd voor grote verrassingen zorgen.