Consumptiebon of crème brûlée

Nu Fortis tussen Nederland en Frankrijk is verdeeld, is het wachten tot de rest van België volgt. Of zal dat nooit gebeuren, omdat de cultuurverschillen tussen Vlaanderen en Nederland onoverbrugbaar zijn?
Voor het literaire leven lijkt dat zeker op te gaan. Toen ik voor het eerst in België op een podium voorlas, schrok ik een beetje. Geen lach op de plaatsen waar ik die verwachtte, geen ingehouden gegniffel bij scabreuze passages, zelfs niet het overduidelijk gemaakte lachje dat je in Nederland altijd wel ergens hoort, van een of twee bezoekers die je bemoedigend willen laten weten dat je er niet alleen voor staat. Niets. In doodse stilte schrompelde ik ineen. Maar na de verlossende slotwoorden was het er dan ineens: een gul applaus.
Het Vlaamse publiek, hebben ook Vlaamse collega’s mij inmiddels geleerd, is een aandachtig publiek. Het luistert naar literatuur als naar een klassiek concert. Kuchen is al haast uit den boze. Het Nederlandse publiek lijkt eerder op het jazzpubliek: ze reageren na een solo, knippen mee met hun vingers, de maat tikkend met de schoenpunt. In Nederland moet je het vooral van de grappen hebben. Romanpassages kun je voor zulke gelegenheden het beste herschrijven tot columns met een snedige clou. Men is een avondje uit om te lachen, en misschien een paar momenten van ontroering te beleven. Net als bij cabaret.
Even diametraal verschillend is de manier waarop je als auteur behandeld wordt door journalisten en organisatoren van literaire avondjes. In Nederland komt het nog geregeld voor dat je zo’n kaal cultureel honk in, zeg, Schiedam binnenstapt en door het meisje van de kassa staande wordt gehouden. Of je wel even een kaartje wilt kopen. O, optreden? Wie bén je dan? Nou, ik zie je helemaal niet op de lijst staan. Ik bel m’n collegaatje wel. Als je effe aan de kant wilt gaan… En na een paar minuten komt er dan iemand die je backstage loodst en je haastig twee consumptiebonnen in de hand stopt, altijd twee. In een rookvrij achterafje tref je dan een paar collega-schrijvers. Een beetje verdwaald en beduusd, als een willekeurig groepje dat zojuist een busongeluk overleefde en in een sportkantine op de psychologische hulpverleners wacht.
In België staan ze bijkans al op het station op je te wachten, schroomt niemand een taxi te bestellen, en consumptiebonnen bestaan er niet. Ik ken een Vlaamse organisator die steevast een eigen kok inhuurt. In Leuven maakte ik eens mee dat de plaatselijke brandweer uitrukte omdat het alarm afging bij het backstage branden van de karamellaag op een crème brûlée.
Bekennen Nederlandse journalisten schaamteloos dat ze ‘ongeveer op de helft zijn gekomen’, de Vlaamse doen hun huiswerk: lezen boeken uit de rest van het oeuvre, komen tegenover je zitten met een stapel aantekeningen, zodat het voelt alsof je een mondeling tentamen moet afleggen.
Waar komt dat verschil toch vandaan? Vermoedelijk ligt het aan het onderwijs. In HP/De Tijd zei uitgever Mizzi van der Pluijm (Contact) onlangs: ‘De invoering van de Mammoetwet en de democratisering van het onderwijs hebben een enorme invloed gehad op het leesgedrag. Een boek is geen statussymbool meer. Vroeger moest je echt Althusser lezen als je wilde meetellen, ook al snapte niemand er wat van.’
Ik vrees dat je het nog cynischer mag formuleren: alles wat riekt naar intellectualisme is in Nederland verdacht. Zeker nu de tendens is dat je ‘zegt waar het op staat’, is denken uit den boze. België lijkt van catastrofes als Mammoetwetten en Tweede Fasen gespaard te zijn gebleven. Fier staan de livre de poche-achtige reeksen nog in de studentenboekenkasten overeind.
In de boekverkoop zie je echter een discrepantie. In België werden in 2007 elf miljoen boeken verkocht, in Nederland 45 miljoen, vier keer zo veel, terwijl het aantal inwoners maar anderhalf keer zo groot is. Waarom zou je nog Jan Siebelink kopen als je Althusser en Elsschot in de kast hebt staan?
Mocht Vlaanderen ooit met Nederland fuseren, laten we dan het beste van twee werelden combineren: de Vlaamse gastvrijheid en gastronomie met het Hollandse koopgedrag.
Voorop staat dat een voormalige Belg dan over de fiscus moet gaan. Sinds dit voorjaar hoeven schrijvers in België nog maar vijftien procent van hun inkomsten af te dragen.