Containment voor Iran

In Amerika en de rest van het Westen wordt president Obama verweten dat hij niet genoeg doet om de revolutionairen in Iran te steunen. Wat heeft hij tot dusver gedaan? Eerst heeft hij gezegd dat de wereld gespannen de worsteling volgt. Ja, dat kon wel wat krachtiger. Daarna heeft hij zijn toon verscherpt, de beweging vergeleken met de Civil Rights Movement, die in de Verenigde Staten de grondslag voor de rassengelijkheid heeft gelegd en heeft aangedrongen op een rechtvaardige behandeling van degenen die zich verzetten. Volgens Paul Wolfowitz, in de eerste termijn van George W. Bush onderminister van Buitenlandse Zaken, kan het veel beter. Obama moet Mousavi, de tegenstander van Ahmadinejad, steunen.
Wolfowitz heeft zich destijds onvergetelijk gemaakt met zijn grote plan voor het Midden-Oosten. Binnen een paar jaar zou het inmiddels bevrijde Irak dienen als lichtend voorbeeld voor de democratisering van het hele Midden-Oosten. Misschien heeft onze regering in 2003 dat ook wel geloofd. Als je zo’n plan hebt verzonnen en je ziet zes jaar later de resultaten zou je denken dat het beter is om over de buitenlandse politiek verder voorgoed je mond te houden.
Wolfowitz is representatief voor het dilemma van het Westen. We weten hier wel wie de strijd zou moeten winnen. Daarover zijn we het allemaal eens. Maar de vraag is: hoe? En op wat voor manier zouden wij daarbij kunnen helpen? Weer eens een oorlog beginnen, shock and awe boven Teheran? De strijdbaren van het type Wolfowitz, en bij ons Wilders, wekken met hun dapperheid van hou-me-vast-of-ik-bega-een-ongeluk de indruk dat ze dit wel zouden willen. Maar iedereen weet dat een derde oorlog in de regio uitgesloten is. Als je dan vraagt op welke uitvoerbare manier we de uitslag zouden kunnen beïnvloeden, blijken ze het ook niet te weten. Met hun vervaarlijk klinkende radicalisme dienen deze politici hun belang in eigen land.
Natuurlijk zal het beter voor de Iraniërs, het Westen en de hele internationale gemeenschap zijn als het pleit in het voordeel van Mousavi wordt beslecht. Maar de waarheid is dat met ostentatieve pogingen van het Westen om de strijd te beïnvloeden de kans op een averechts resultaat groter wordt. De tegenstander zal zich door buitenlandse inmenging eerder gelegitimeerd voelen meer geweld te gebruiken en na het gewenste resultaat zijn regime nog harder handhaven. Kort gezegd, er zit niets anders op dan af te wachten hoe deze worsteling afloopt, en intussen voor beide resultaten een beleid te ontwerpen.
Volgens alle deskundige waarnemers ter plaatse hebben we in Iran te maken met een diepgewortelde volksbeweging. Jongere generaties, en in het bijzonder de vrouwen, willen een andere manier van leven, een nieuwe vrijheid in een open maatschappij. Noem het de moderniteit. Deze verrassend krachtige stroming botst nu met de behoudende krachten van de theocratie. In ons deel van de wereld zijn we zeer snel, binnen een dag of veertien, zeer optimistisch over de uitkomst van deze ‘groene revolutie’ geworden. Er is een legende ontstaan. Het is een omwenteling dankzij Twitter en Facebook, geloven we. De groeiende massa’s hebben deze voorspoedige mobilisatie en strijdbaarheid aan internet te danken.
Dat mag waar zijn, maar de andere kant is ook bedreven in het gebruik van de digitale media. Die worden niet alleen ingezet om een massa te mobiliseren, ze dienen ook de spionage. Voor een inlichtingendienst is Twitter als door de hemel gezonden, schrijft Evgeny Morozov van het Open Society Institute in de International Herald Tribune van 22 juni. Waar de betogers opgeroepen worden om zich te verzamelen, staat de politie klaar met knuppels, traangas en geweren.
Hou er dus rekening mee dat de strijd zal worden beslist in het voordeel van Ahmadinejad. Dat betekent de herbevestiging van de theocratie en waarschijnlijk de voortzetting van de ontwikkeling van een kernwapen. Geen enkele mogendheid heeft er belang bij dat er nog een kernmogendheid bij komt, zeker niet in deze regio. Het zou dus logisch zijn als de wereldmachten – Amerika, China, Rusland en de Europese Unie – in dit geval zouden proberen een buitenlandse politiek te ontwerpen waardoor het Iran van Ahmadinejad onder permanente diplomatieke en economische druk zou worden gezet.
In eerste aanleg klinkt dit misschien als een utopie, maar op langere termijn heeft zo’n beleid van containment drie concrete voordelen. De internationale veiligheid wordt erdoor bevorderd, wat betekent dat Iran behouden blijft als olieleverancier en dat is weer van wereldbelang. Bij een gewapend ingrijpen zou de olieprijs onmiddellijk stijgen, wat in deze economische crisis door niemand wordt gewild. En ten slotte zou containment Ahmadinejad c.s. verzwakken waardoor het verzet langs een omweg beter geholpen wordt. Misschien gaat de afbraak van het oude regime sneller dan we nu denken. En er is één zekerheid: een oorlog zou voor het nu groeiende verzet fataal zijn.