Het DNA van een rampscenario

Controle over en maakbaarheid van het leven

In de geschiedenis van de film worden telkens weer nieuwe manieren gevonden om te verbeelden wat er gebeurt wanneer wetenschappelijke experimenten uit de hand lopen.

CONTROLE IS DE VIJAND VAN DE KUNST. Alle grote kunstwerken dagen tenslotte uit om jezelf te verliezen in de muziek, het beeld of de tekst, en een andere wereld binnen te gaan om wat je verliet eens opnieuw te bekijken. De huiveringwekkende, ongecontroleerde ervaring van het sublieme, vaak een combinatie van religie en esthetiek, is voor velen zelfs de belangrijkste reden om te kiezen voor muziek, beeldende kunst of literatuur - als alternatief voor andere grensverleggende ervaringen in het genre try before you die.
Zo beschouwd is álle beeldende kunst out of control. Kunstenaars maken daar wisselend gebruik van. Sommigen streven als reactie juist naar controle, wat een belangrijke achtergrond is voor de wederzijdse aantrekkingskracht van muziek en wiskunde. In het leven en in de kunsten kunnen grote emoties maar beter beheerst worden, tenslotte. Geluk en verdriet hebben beide baat bij Bach. Maar diezelfde, op tellen gebaseerde beheersing kan door schijnbaar eindeloze herhalingen in reeksen geluiden, beelden of woorden net zo goed leiden tot een staat van vervoering die nog maar weinig met logica te maken heeft. Zo'n aan hallucinatie grenzende ervaring is vaak het effect van kunst die is gemaakt in de door herhaling geobsedeerde, want geïndustrialiseerde, twintigste eeuw. Het werd het onderwerp van de muziek, de poëzie, de schilderkunst én een toen nieuwe kunstvorm: de film. Ballet mécanique van Fernand Léger en George Antheil (1924) is een mooi voorbeeld. Het is de vorm van het kunstwerk die deze controle, of het verlies daarvan, mogelijk maakt.
Tegelijk wordt het effect van onbeheersbare ‘ontmenselijking’ door de techniek op zichzelf vanaf de negentiende eeuw ook inhoudelijk een thema. Dat is vooral terug te vinden in de literatuur, in romans die daarmee weer een goudmijn blijken voor een aantal films die klassiekers zijn geworden. De vorm van deze filmverhalen is, in tegenstelling tot het thema, vrij voorspelbaar. Plaats van handeling is vaak een stad. Er is een hoofdrol voor een wetenschapper die levensgevaarlijke experimenten doet op de grens van leven en dood. Hij komt tot inkeer of wordt vermoord. Aan het slot zegeviert de liefde. Er loopt een rechte lijn van dr. Frankenstein, uit Mary Shelley’s roman Frankenstein, or the Modern Prometheus uit 1831, die een monster voortbrengt dat is samengesteld uit onderdelen van terechtgestelde misdadigers, naar Eldon Tyrell uit de film Blade Runner (1982, gebaseerd op de roman Do Androids Dream of Electric Sheep? van Philip Dick). Tyrell produceert met zijn bedrijf 'replicants’ die het vuile werk op de planeten rond de aarde mogen opknappen. Zowel Frankenstein als Tyrell wordt uiteindelijk het slachtoffer van wat ze hebben voortgebracht: de wetenschap heeft hen een streek geleverd, het bleek niet de waardenvrije, rationele kracht waarmee de wereld te verbeteren is.
De belangrijkste boodschap van deze verhalen is: wetenschappelijk onderzoek leidt, als het kritiekloos en geïsoleerd beoefend wordt, op enig moment tot rampen, met de atoombom als meest vernietigende resultaat. Net zoals de bezem uit De tovenaarsleerling van Goethe niet meer stopt omdat de leerling de spreuk daarvoor niet kent, weten deze wetenschappers wel mensachtigen te creëren, maar kunnen hen niet stoppen als ze fouten maken. Wetenschap moet getemd worden door een geweten, daarna kan het grote werk worden afgemaakt. Want het doel verandert niet. Al deze verhalen en films bespelen het verlangen naar een eindeloos durend gelukkig en gezond leven. De wetenschap mag soms ontsporen, vooral door de interventie van kapitalisten, maar er wordt heilig in geloofd dat ze uiteindelijk in haar doel slaagt.

EEN CURIEUS VOORBEELD van wetenschappelijke en kapitalistische ontsporing is te zien in de film Metropolis van Fritz Lang, naar de roman van zijn toenmalige partner Thea von Harbou (1927). De film is vooral bekend geworden door de modernistische tekening van een toekomststad (beïnvloed door de collages van de Nederlandse kunstenaar Paul Citroen) waar wolkenkrabbers met elkaar verbonden zijn door luchtwegen en waar vliegtuigen het belangrijkste vervoermiddel zijn. Die fantastische beelden verduisteren het zicht op het moralistische, beslist niet modernistische verhaal van de film over de strijd tussen hoofd- en handarbeid waarbij het hart de bemiddelaar moet zijn: alsof je in een vroege CDA-verkiezingsfilm terecht bent gekomen. In Metropolis is het Dr. Rotwang die voor het bewaken van de orde in deze machinestad van zijn opdrachtgever Joh Freder een machinemens moet produceren. Het wordt, verrassing, een vrouw. Ze is het evenbeeld van de goedaardige Maria, die de uitgebuite arbeiders van Freder in hun onderwereld hoop geeft tijdens verboden sessies, waar ze spreekt over de komst van een Mediator die hen zal verlossen. Haar door Rotwang met veel elektrische kracht gecreëerde dubbelgangster, de machine-Maria, blijkt niet alleen goed te zijn in manipulatie en kwaadsprekerij, maar ook nog in halfnaakt erotisch dansen. De goedaardige zoon van Freder, die zich ontpopt als de Mediator, weet het effect van haar destructieve activiteiten en dus de dreigende ondergang van deze stad, haar inwoners én zijn vader op het laatste moment te keren, en krijgt de echte Maria als beloning. Zoveel geluk heeft de ondernemer Tyrell in Blade Runner niet.
Blade Runner is de hedendaagse verbeelding van uit de hand gelopen wetenschappelijke experimenten. Werd in Frankenstein en Metropolis nog de beangstigende kracht van elektriciteit als bron van 'nieuw leven’ gezien, gebaseerd op alle natuurkundige experimenten uit de achttiende en negentiende eeuw, in Blade Runner is het de ontdekking van de chemische structuur van het DNA door Watson, Crick en Wilkins uit 1953 die de fantasie op hol doet slaan. Maar het merkwaardige is dat nog steeds een oude mythe daarbij dominant blijft: het geloof dat er een leven zou kunnen zijn na de dood, een leven dat mogelijk zinvol kan zijn, dat afwijkt van dat van de dieren. Want ondanks al die mislukte, uit de hand gelopen, oncontroleerbare effecten van de wetenschap is het geloof in, en het verlangen naar, de maakbaarheid van het unieke menselijke leven niet geschonden. In de eeuw van dr. Frankenstein werden mensen daarbij nog geleid door het verdriet over de dood van geliefden. Veel mensen hadden van dichtbij meegemaakt dat een moeder stierf in het kraambed of dat besmettelijke ziekten in korte tijd hele gemeenschappen uitroeiden. Het spreekt voor zich dat dan een verlangen groeit om mensen uit de dood terug te halen.
In de eeuw van Metropolis was het de vrijemarkteconomie en de grootschalige industrialisatie die door de massa als levensbedreigend werden ervaren en die dus moesten worden gestopt. Ook daarvan kreeg 'de vooruitgang’ de schuld, alhoewel diezelfde vooruitgang toch ook een groot deel van de medische problemen uit de voorgaande tijd had opgelost. En weer werd 'de vooruitgang’ verpersoonlijkt door de eenzame wetenschappers in hun laboratoria, bezig met onbegrijpelijke zaken. Waar aan de ene kant van diezelfde wetenschappers werd verwacht dat ze de dood zo lang mogelijk zouden kunnen uitstellen, en bij voorkeur opheffen, was duidelijk dat je ze - als tovenaarsleerlingen - wel in de hand moest houden. Zodra ze een pact met de duivel (lees: het kapitalisme) sluiten, keren hun uitvindingen zich immers tegen de mensheid die ze zouden moeten redden.
Met de ontdekking van het DNA kregen deze wetenschappers een nieuw machtig wapen in handen om de mensheid te vervolmaken, ziektes uit te bannen en wie weet eeuwig leven te bezorgen. Die fantasie werd zelden zo aansprekend verbeeld als in Blade Runner. Dat replicants ook out of control kunnen gaan, moeten we toch vooral zien als betreurenswaardig tussenstadium. Ooit, belooft Blade Runner, moet het wel mogelijk zijn om van alle mannen het evenbeeld van Rutger Hauer in zijn bloeitijd te maken. Maar wel graag met een kleine bijstelling van zijn agressieve karakter, het gevolg van zijn woede over de ontdekking dat ook hij, als super replicant, niet het eeuwige leven heeft.
Hoe zou zo'n uit de hand gelopen persoonlijkheid, resultaat van onverwerkt leed, kunnen worden bijgesteld? Misschien kunnen we de hersens van mensen wel opnieuw programmeren, zoals je een computer kunt resetten - en nare ervaringen vervangen door goede. Dat is de nieuwste variant op de verbeelding van de maakbaarheid van het leven. De film waarin dit gebeurt heet Inception. Omdat resultaten uit het verleden geen garantie bieden voor de toekomst, wordt er tegelijkertijd gewerkt aan een escape, een plan B. Want stel dat het menselijk leven niet eindeloos te rekken is, niet na te bootsen, niet te ontdoen van ellende, dan is er nog de droom van intelligent leven op andere planeten, waar de bloemen eeuwig bloeien, en lenige geliefden klaarstaan om samen mee door de ruimte te vliegen. De film Avatar (2009) gaat over zo'n soort leven dat out of control is van de aardse werkelijkheid, en een samensmelting van mens en dier suggereert. Een leven dat eveneens niet mogelijk zou zijn zonder die onbegrijpelijke, obscure bezigheden van wetenschappers. Maar hier zou het in ieder geval nog kunnen leiden tot de illusie van eeuwig geluk op de planeet Pandora. En dat is, met al het ongeluk op aarde, met mensen die zelfs in 'de beste van alle werelden’ erin slagen depressief te worden, tegenwoordig misschien nog wel een grotere wens dan de overwinning op de dood. Voorlopig hebben filmers er weer hun handen aan vol om deze nieuwste fantasie van eeuwig geluk elders werkbaar te maken. En als het dan nog niet lukt om ons ermee te verzoenen dat het leven op aarde nu eenmaal een rampscenario is, met of zonder wetenschap, ach - dan hebben we altijd nog Bach.