Copulerende sausboten

Ooit twee copulerende sausboten gezien? ‘t Is nochtans eenvoudig voor te stellen, op een tafel voor het raam terwijl Hollandse geveltjes van de overkant van de straat stilletjes toekijken, even stilletjes als sausboten lekker in het zonnetje copuleren.

De foto waar ze en profil voor poseerden is een eiland van geluidloosheid op een ruisende, van dynamiek overlopende tentoonstelling, maar deelt wel de hilarische en lichtvoetige kijk op leven en kunst die de gemene deler is van de 33 kunstwerken hier. De exposities in de Amsterdamse kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae vallen vaak op door een vrolijke en frisse, zij het soms wat vrijblijvende presentatie.
Voor deze tentoonstelling, Vervolgens genaamd, selecteerde Jos Houweling van het Sandberginstituut (een vervolgopleiding van de Rietveldacademie) uit de eerste lichting tweede-fasestudenten van zes Nederlandse kunstacademies. Als deze keuze representatief is, wordt er aan de academies niet langer abstract geschilderd en gebeeldhouwd, zijn de nieuwe media op alle fronten prominent aanwezig en wordt er heel wat afgelachen door de kunstenaars van morgen.
Bescheiden en ijl maar tegelijk wrang en direct is Konijn van Adam Marshall. Aan een staketsel van een paar houten staakjes zijn een konijnekop en vier poten bevestigd; het zo ontstane kerstoverblijfsel is midden op een lege vloer opgesteld, wat een geestig morbide effect sorteert.
Konijn is overigens het enige kunstwerk op de expositie dat op de een of andere manier over de lijfelijkheid gaat die de laatste jaren zo prominent aanwezig is in de beeldende kunst. De directheid, de tijdelijkheid, de betrokkenheid en de kwetsbaarheid van het bezongen lichaam is vaak eerder bedoeld als een guerrilla-aanslag op neus, ogen en oren dan als verleiding van de bezoeker. Humor verleidt daarentegen wel, en des te meer als dat wordt gecombineerd met een gladde afwerking of met een beroep op verborgen gevoelens van herkenning.
Installatie 3 van Florian Gottke bestaat uit een landschappelijk beschilderd heuveltje met een oud houten stoeltje waarop de bezoeker wordt geacht plaats te nemen. Dit neervleien zet de machinerie in de spaanplaten kist boven hem in werking, die hij via spiegels kan waarnemen in het vizier voor zich. Op een ronddraaiend plateau rost Jan Klaassen een vijftal poppenkastgenoten af. De dief en de agent, de dienstbode, de neger en de Dood van Pierlala richten zich na aanraking met de takkenbos telkens weer op. Het primitief-ambachtelijke van de installatie en het overheersend gebruik van hout appelleren aan een volks verleden, de universele waarheden van de poppenkast en de nostalgische geborgenheid van de kijkdoos, maar subtiliteit en breekbaarheid laten het effect nog lang nawerken.
Dat kan niet worden gezegd van de vier wollen speelgoedeenden, opgeblazen tot koeieformaat, in een naar de muur gerichte kast. Kamuzu Ebbing bereikt hiermee wel een effectieve vervreemding, maar het resultaat reikt niet veel verder dan de fraaie afwerking. Dat geldt eveneens voor de metershoge houten ledepop van Femke Schaap en Sjerk Timmer, Portret van Hewald, in welks hoofd een monitor een dansend veertje te zien geeft. Idee en afwerking zijn van eenzelfde overtuigingskracht als de kolossale pop, terwijl de metafysische zwaarte eerder aansluit bij het videobeeld.
Van de verschillende ‘nieuw’- mediale werken op de tentoonstelling waren er bij mijn bezoek liefst drie buiten werking, wat evenveel punten opleverde voor het degelijke handwerk. De computerinstallaties deden het wel. Voor Cum bonus xxx van Yvonne le Grand kan de bezoeker in de beslotenheid van een soort pashokje allerlei plaatjes te voorschijn halen, waaronder allerhande intrigerende pornofoto’s. In een andere zaal wordt zijn keuze echter op een wand geprojecteerd, zodat voyeurs onwetend te kijk staan voor de andere kunstliefhebbers. Die kiezen voor de intimiteit van de sausboot.