Hoe nu verder? #9: Politiek-econoom Mark Blyth

‘Corona bevrijdt ons uit een set beperkingen’

Volgens de Schots-Amerikaanse hoogleraar politieke economie Mark Blyth had Europa in de huidige crisis een serieuze stap op het wereldtoneel kunnen zetten. ‘Maar Nederland hield dat tegen.’

Mark Blyth, januari 2019. ‘Als we niet terug kunnen naar het oude normaal, creëert dat een kans om kapitaal slimmer en eerlijker te herinvesteren’ © Rayon Richards / Open Society Foundations

Het is de zonnigste lente ooit en het aantal corona-infecties in Nederland blijft dalen, maar onze aandacht wordt voortdurend getrokken naar rampen in het verleden om onze tijd mee te vergelijken. Over de hele wereld zaten in maart van de ene week op de andere anderhalf miljard werkende mensen thuis en begonnen landen bergen schuld te maken. En dus kijken we naar andere momenten waarop de wereldeconomie in duikvlucht ging, naar de financiële crisis van tien jaar geleden, of die in de jaren dertig. Maar in economisch opzicht is ons huidige moment totaal anders.

‘Het is heel vreemd om te realiseren, maar we hebben op dit moment geen financiële crisis. Er is geen financiële schok. Sterker nog: de financiële sector is een van de weinige economische sectoren die niet totaal gekraakt wordt door de coronacrisis. Het is dus geen 2008 of 1930’, zegt hoogleraar politieke economie Mark Blyth. ‘De schok voor onze economie lijkt meer op een oorlogsschok, nu handel en reizen met een ruk tot stilstand komen en de staat de controle neemt. Maar in een oorlog vernietigen landen elkaars mannen en gooien ze bommen op elkaars kapitaal. Nu is alles nog intact, in de restaurants en fabrieken is nog geen glaasje kapot en iedereen zit thuis. Het is dus ook geen 1940. Het is echt een uniek moment.’

Over de hele wereld, ziet Blyth, reageren landen daarop door terug te vallen op wat zij in normale tijden altijd doen, op het economisch groeimodel dat ze kennen. De VS door de economie zo snel mogelijk te heropenen, er een bom geld bij te gooien en te hopen dat de boel zo snel mogelijk weer groeit. China door de teugels strak aan te trekken en alles tot in de kleinste puntjes te plannen. Europa door de zaak zo snel mogelijk het bekende terrein op te trekken van het noord/zuid-debat over schulden, vooruit te lopen op bezuinigingen en de minimale consensus uit te voeren. In feite, zegt Blyth, is dit een gigantische openlucht-systeemtest, met een groot gok-element erin: landen gokken in feite op hoe de corona-epidemie zich zal gedragen en of er een vaccin komt. Over twee jaar weten we hoe dat uitpakt. En of Nederland, zoals Blyth vreest, erin is geslaagd om Europa de kant op te duwen van een enorme misser.

Mark Blyth is hoogleraar aan Brown University in Providence, in het noordoosten van de VS waar de eerste kolonisten aan land kwamen. Hij is er bepaald een vreemde eend in de bijt. Brown is zo’n elite-universiteit met oude gebouwen waar klimop tegenaan groeit, waar studeren een halve ton per jaar kost en de doorsnee student uit een zeer beschermd milieu komt. Blyth groeide op in een arbeiderswijk in het Schotse Dundee, in het kleine huisje van zijn oma nadat zijn moeder vroeg was overleden. Ze leefden van het pensioentje dat zij ontving en af en toe iets extra’s dat zijn vader, een slager, hun toestopte. Blyth ging soms met de spreekwoordelijke schoenen met gaten naar school. Leuke dingen doen kon alleen op door de stad en de staat gesubsidieerde plekken.

Blyth probeerde het te maken als indie-rocker, maar toen dat op niets uitliep sprintte hij omhoog op het pad van sociale mobiliteit dat de staat voor arbeiderskinderen als hij had aangelegd. ‘Ik ben een kind van de welvaartsstaat en daar ben ik trots op’, schrijft hij in zijn best verkochte boek Austerity: The History of a Dangerous Idea. En nu zit hij in een Ivy League-bubbel in een afbrokkelende industriestad die de vorige recessie ook al vol meepakte. ‘Ik ben bang dat ik de crisis straks vanaf de campus kan zien’, zegt hij. ‘Front row seats.’

Blyth heeft nog altijd een dik Schots accent en hij spreekt in een rappe, gevatte stijl die je zo kunt overplanten naar een Schotse pub. Hij zit voor zijn computer, met kort haar en een ringbaard, in zijn werkkamer. Achter hem zijn boeken, een luie bank, wat kunst aan de muur en in koeienletters de ingelijste frase: ‘Well That Was A Shit Idea’. Achter zijn computerscherm schieten zijn handen vaak de lucht in om te schetsen wat hij bedoelt.

‘Onze ervaring met de crisis van 2008 heeft de reactie van nu bepaald. En die is veel beter dan de reactie van toen’, zegt Blyth. ‘Destijds reageerden de meeste landen met bezuinigingen, om hun staatsbudget te beschermen. Dat pakte slecht uit. Nu is er de erkenning dat als je consumptie opsluit achter de voordeur, je de lonen moet doorbetalen, en dat je daar best schulden voor mag maken. Daarnaast heeft de Amerikaanse centrale bank, en hebben andere landen daarna, een financiële bodem gelegd onder aandelen en andere bezittingen. “Wij kopen alles wel”, zeiden ze in feite. Dat heeft in ieder geval tot nu iets van financiële rust gebracht.’

‘Nederland is als een Volvo: degelijk en veilig. Amerika is een Mustang, gericht op snelheid’

Maar heel veel vragen staan open, vervolgt hij. ‘Zoals: wat vernietigt meer van je economie, een ongecontroleerde epidemie met veel doden of een lange lockdown met een lange ziektecurve? En komt er een vaccin? Voor malaria en cholera is dat er niet. Ook weten we niet op welk niveau onze consumptie straks komt te liggen. Lager dan begin dit jaar, maar hoe laag? En hoelang werkt helikoptergeld om alles draaiend te houden? Na een paar maanden coronacrisis kunnen we nu al zeggen: langer dan veel economen hadden gedacht. Maar hoelang blijft dat goed gaan? Hoe reageren bevolkingen als dit lang door blijft gaan? We weten dat allemaal nog niet.’

Wel is duidelijk, denkt Blyth, dat de VS een gok hebben gewaagd en hoog hebben ingezet op de verwachting dat de corona-epidemie aan kracht zal verliezen of dat er snel een vaccin komt. Riskant, maar Amerika heeft alleen slechte opties: het is veel kwetsbaarder dan andere landen voor de schok die corona teweegbrengt. ‘Kleine van handel afhankelijke West-Europese landen, zoals Nederland, hebben allemaal uitgebreide verzorgingsstaten. Dat is niet omdat die landen zo links en vrijgevig zijn. Die verzorgingsstaten zijn een buffer tegen de economische schokken die een handelsland nu eenmaal kan verwachten. Je kunt die landen vergelijken met een Volvo: alles is degelijk en overal zijn schokdempers en airbags. Je kunt hem een tijd laten staan en dan rijdt hij weer, en als je een botsing krijgt, ga je waarschijnlijk niet dood.

De Amerikaanse economie drijft op binnenlandse consumptie en is gebouwd als een Mustang GT: alles is gericht op snelheid. Zolang je recht over de snelweg kunt, laat je iedereen ver achter je, maar bij onverwachte manoeuvres vliegt er van alles af. Als hij een tijd stilstaat wordt hij snel slechter en er is maar één airbag: voor de grote bedrijven. De rest van de passagiers heeft bij een ongeluk pech. De VS hebben altijd op economische schokken gereageerd door hun financiële sector overeind te houden en de reële economie de klap te laten incasseren, door overheidsprogramma’s te staken en de werkloosheid te laten oplopen. Dat model gaat ervan uit dat er dan een snelle aanpassing volgt van prijzen en banen, waarna de groei weer kan beginnen. Dit model kan gewoon niet zes maanden stilstaan zonder enorme schade toe te brengen aan zichzelf en het sociale weefsel van het land. In een land met 270 miljoen vuurwapens is dat geen fijn idee.

Landen als Nederland en Denemarken kunnen hun Volvo een paar maanden langs de kant zetten om hun gezondheidssector te beschermen, die rond de tien procent van hun economie uitmaakt. Maar de VS kunnen dat niet, terwijl de gezondheidssector hier twintig procent van de economie uitmaakt. Het is een belachelijk ingerichte sector die nu onder enorme druk staat. Amerikanen betalen dubbel zoveel als anderen voor slechtere zorg. Verzekeraars verdienen hun geld via werknemerspremies en ziekenhuizen verdienen hun geld via niet-noodzakelijke operaties. Nu zijn opeens heel veel mensen hun baan kwijt en zijn alle niet-noodzakelijke operaties opgeschort, terwijl ziekenhuizen gedwongen zijn duizenden zieken op te nemen. Doe daar dan nog een paar honderdduizend extra Covid-patiënten bij het komende half jaar, van wie er veel onverzekerd en werkloos zijn, en je kijkt tegen een enorme economische schok aan.’

Omdat de VS een kwart van de wereldeconomie uitmaken, betekent dat ook een grote klap voor de hele wereld. Ontwikkelende landen, met name als ze veel exporteren, of de voorheen gehypete brics (Brazilië, Rusland, India, China en Zuid-Afrika) krijgen het volgens Blyth zwaar te verduren. Met die schok in aantocht had Europa zichzelf volgens hem een enorme dienst kunnen bewijzen.

Wat er de komende maanden ook gebeurt, de VS hebben het voordeel dat zij de handelsmunt van de wereld uitgeven. ‘De wereld is een dollarzone’, zegt Mark Blyth. En daarom konden de VS hun economie stutten met tweeënhalf biljoen dollar, terwijl de wisselkoers nauwelijks reageerde. Europa had in dezelfde positie kunnen zitten. ‘Dit had een euromoment kunnen zijn. Als Europa op dit moment iets op de markt had gebracht wat angstige beleggers konden kopen, Europese obligaties, dan was de wereld misschien naar de euro gevlucht in plaats van naar de dollar. Maar Nederland hield dat tegen, omdat het bang was voor geldoverdracht naar het zuiden. Dat is echt zo kortzichtig gedacht. Dit had een geopolitiek moment kunnen zijn waarop Europa een serieuze stap op het wereldtoneel had kunnen zetten. Het is een kleinburgermentaliteit van begin tot eind.’

Blyth is nu los. ‘Nederland is het skinheadtuig van Europa geworden dat op straat het knokwerk doet voor Duitsland’, zegt hij. ‘En het was helemaal niet nodig. Zorgen om de schuld van Italië houden heel Europa tegen, ook Nederland, en niemand koopt Nederlandse schuld omdat je er geld op moet toeleggen. Het probleem is dat politici als Mark Rutte de afgelopen tien jaar een beleid hebben gelegitimeerd dat Noord-Europese belangen dient door het in het verhaal te gieten van nijvere Noord-Europeanen en feestende zuiderlingen. Nu zitten ze in dat verhaal vast naar hun eigen kiezers en kunnen ze geen koers meer wijzigen nu dat nodig is.’

‘Rutte zit vast in het verhaal van nijverige Noord-Europeanen en feestende zuiderlingen’

Erger nog is dat Nederland Europa weer in de richting van bezuinigingspolitiek lijkt te willen duwen, het gewraakte austerity (soberheid) van tien jaar geleden. ‘De voorstanders ervan zullen ongetwijfeld terugkeren met hun verhaal hoe gevaarlijk schulden zijn voor landen die bankroet zijn of economisch in de problemen zitten. Maar daar is simpelweg geen bewijs voor, terwijl iedereen heeft kunnen zien dat austerity heel slecht uitpakte voor Europa. Het werkte gewoon niet en daar is wél veel bewijs voor. Bovendien is het een enorm verschil of je de broekriem aanhaalt als je op acht procent werkloosheid zit, zoals toen, of op twintig, zoals straks. Dan moet je aan het Duitsland van de jaren dertig gaan denken.

Er zit ook een belangrijk psychologisch aspect aan austerity: of burgers vinden dat alles terecht wordt versoberd, zoals in Ierland; of niet, zoals in Griekenland. Ik kan je op een briefje geven dat Europeanen niet zullen vinden dat ze vanwege corona en hun medewerking aan lockdowns harde bezuinigingen moeten slikken. En op dit moment vertellen alle signalen ons ook dat het de verkeerde oplossing is voor de coronacrisis. Helaas zijn mensen er heel goed in om dezelfde blunders een paar keer te maken. Maar als je met droge ogen naar de cijfers kijkt, zag je de afgelopen maanden hoe weinig het investeerders kan schelen als landen schulden maken om uit de coronacrisis te komen. De markt schreeuwt: schuld boeit ons niet, haal ons hier weg.’

De vraag is natuurlijk waar we dan heen moeten. Veel landen zaten volgens Blyth in feite al jaren in economische stagnatie, terwijl alles er op papier een stuk beter uitzag dan voor tachtig procent van de bevolking. In zijn nieuwe boek Angrynomics, dat over een paar weken verschijnt, schrijft hij over de gevolgen daarvan: over het gat tussen de goktent van de beurs en de reële economie, en de breed gedeelde woede die dat heeft losgemaakt. Verminder de vraag naar goederen en diensten dan nog eens met dertig procent, en breng de werkloosheid omhoog tot twintig, dertig procent, zoals corona heeft gedaan; voeg er landen bij die geen buitenland meer hebben om naar te exporteren en boeren die hun oogst terug de grond in ploegen zoals nu op tal van plaatsen gebeurt, en vraag je af wat er komen gaat. ‘We hebben de woede achter de voordeur opgesloten, niet opgelost’, zegt Blyth.

Maar in plaats van te somberen kijkt hij liever naar positieve aspecten van de coronacrisis. ‘Als je de huidige situatie nog achttien maanden of twee jaar voor je ziet, de schade en systeemrot die ze aanricht, de werkloosheid, hele economische sectoren die niet zullen terugkeren. Dat betekent dat we domweg niet terug kunnen naar het oude normaal. Dat creëert een enorme kans om kapitaal te herinvesteren op een manier die slimmer en eerlijker is, om structurele fouten aan te pakken. En we zijn al op weg. Denk maar eens aan hoe ver we al zijn gekomen. Als je mij drie maanden geleden had gezegd dat over een paar weken een conservatieve Britse regering, nota bene geleid door Boris Johnson, tachtig procent van de lonen op zich zou nemen en helikoptergeld zat uit te strooien over het land, dan had ik om een miljoen pond met je durven wedden dat je het fout had. We zijn nu al begonnen om het onmogelijke te omarmen en het ondenkbare te denken. Corona bevrijdt ons uit een set beperkingen, wat het mogelijk maakt om belangrijke, noodzakelijke dingen te doen die kort geleden nog onhaalbaar waren.’

Blyth heeft wel een shortlist. ‘Europa kan heel veel winnen door nu op grote schaal obligaties uit te geven, daarmee een alternatief bieden voor de dollar, en de opbrengst gebruiken om Zuid-Europa opnieuw op te bouwen. Noord-Europa dwingt Zuid-Europa nu om onder fiscale regels te leven die zijn type economie tegenwerken, en ontkent dat vervolgens. De Europese Unie voelt nu voor veel Zuid-Europese landen als een slecht huwelijk waar ze niet uit kunnen vanwege de kosten. Dit is een kans om het beter te maken, in plaats van opnieuw vooruit te falen, de volgende Europese crisis in.

Ten tweede is dit het moment voor Europese en andere landen om staatsfondsen aan te leggen, zoals Noorwegen, China en Rusland die hebben, beleggingsfondsen voor het algemeen belang. Alle investeerders willen nu van hun bezittingen af. Dat is een prachtig moment voor de staat om allerlei aandelen te kopen in essentiële en gezonde delen van de economie. Dat heeft allerlei voordelen. Het brengt nu financiële rust en zorgt voor een bodem onder de markt. Het beschermt vitale sectoren van een land. En het levert straks winst op, want die sectoren waren een paar maanden geleden gewoon gezond en zijn dat straks weer. Dat kan de staat teruggeven aan de onderste tachtig procent van de inkomens: dan heeft de belastingbetaler eindelijk eens voordeel bij al die bailouts. En zulke staatsfondsen kunnen op grote schaal investeren in duurzame technologie en de groene transitie die nodig is, want methaan en CO2 zijn niet weg door corona.

Ten derde moeten landen die de neoliberale weg op zijn gegaan dit moment aangrijpen om het stuur om te gooien wat precair werk betreft. Corona heeft aangetoond dat de meest essentiële beroepen het kwetsbaarst zijn. Met name de VS en het Verenigd Koninkrijk, maar ook andere landen moeten precaire arbeidscontracten afschaffen, arbeidsbescherming bieden en lonen op de bodem omhoog werken.

Ten slotte moet de wereld dit moment aangrijpen om belastingontduiking en belastingparadijzen onmogelijk te maken, en ervoor zorgen dat grote bedrijven ook werkelijk hun aandeel betalen. De grote digitale bedrijven moeten als nutsbedrijven worden aangewezen die openbaar beschikbare diensten aanbieden, en landen moeten samen digitale monopolies en kartelvorming blokkeren. Zeker nu de economie grotendeels op afstand wordt ingericht, is het belangrijk dat op tijd te doen.’

Blyth vindt het belangrijk om het debat hierover uit de verlammende politieke discussies van het heden te trekken. ‘Nu de bestaande regels niet automatisch meer gelden, is dit het moment waarop democratisch bestuur technocratisch bestuur moet ondervragen, op een niet-populistische manier’, zegt hij. ‘Wij als burgers moeten dit moment gebruiken om van onze leiders antwoord te eisen op de vraag: wat doen we eigenlijk, en waarom doen we het? De politiek van nu draait heel sterk om het bevragen van elkaars motieven: “Jij bent alleen maar daar- of daarvoor omdat je links of rechts bent.” Maar de wetenschap van ons klimaat en van onze grondstofeconomie, daarover valt niet te discussiëren, en ook niet over het feit dat onze economie beter en stabieler moet worden. Zoals Hannah Arendt zei: politiek gaat om meningsverschillen over moraal. Het is prima om daarover te spreken. En ik denk dat het, buiten politieke voorkeur om, noodzakelijk is om nu onze economie beter te maken.’

Hoe nu verder?

Diagnoses zijn er volop van de crises waar de wereld mee worstelt. Van de klimaatcrisis tot de crisis in de westerse democratie, van de technologische ontheemding tot het doorgeschoten kapitalisme met zijn groeiende kloof tussen superrijk en kansloos arm – er zijn inmiddels stapels boeken en rapporten over verschenen. Langzaam gaan we nu van diagnose naar voorstellen voor verandering. In deze interviewserie laten we prominente denkers aan het woord over de oplossingen voor de grote problemen van deze tijd.