Het killervirus Jaïr Bolsonaro

Corona? ‘Iets voor homo’s, steek in je reet’

Het extreem-rechtse macho-bewind van Brazilië lacht de coronapandemie vanaf de eerste dag volledig weg. Met sadistisch genoegen laat president Bolsonaro het volk sterven. Gevolg: Brazilië bedreigt nu de hele wereld.

Luister naar dit artikel

Begrafenis op een van de plaatsen speciaal voor corona- patiënten op de Nossa Senhora Aparecida- begraafplaats in Manaus, 8 januari © Michael Dantas / AFP / ANP

‘Opeens begonnen overal de machines te piepen. Alarmen gingen af. Het was chaos. We beseften onmiddellijk dat dit groter was dan wij. De mensen stikten! Uit alle macht begonnen we ze te beademen. Handmatig. Verplegers, dokters, schoonmakers, iedereen. Proberen mensen te redden.’

Achter de videoverbinding zit Bruno Enoch (31). Hij is zo bleek als zijn verplegersmuts. Zachte, wijd opengesperde ogen. Zijn masker op zijn kin getrokken. Tussen twee lange diensten in vertelt hij over die dag, eind augustus. Hoe in de Braziliaanse Amazone-stad Manaus de hel losbrak. Al dagen overspoelden zwaar zieke corona-patiënten de ziekenhuizen. Opeens was de zuurstof op. Dokters en verplegers, in paniek voor de camera: ‘Alsjeblieft. Heb mededogen. Breng alle zuurstof die je kunt vinden!’ In het hart van de Amazone lagen de mensen te stikken. In de gangen van de eerste hulp, op de grond. Lange rijen voor de ziekenhuizen. Bruno was erbij. ‘Mensen happen naar lucht die ze niet kunnen krijgen’, beschrijft hij de lijdensweg. ‘Ze spartelen en kronkelen. Het ziet eruit als visjes op het droge. Mensen voelen zich alsof ze verdrinken.’

Hier en daar werden restjes zuurstof gedeeld. Drie minuten de ene, drie minuten de andere patiënt. Bruno vertelt over de ‘indrukwekkende solidariteit’ tussen hen die stikten. Maar ook over familieleden die uren in de tropenzon stonden bij bedrijven die nog zuurstof verkochten. Er werden schandalige prijzen gevraagd. ‘Als die mensen dan een cilinder voor hun familielid hadden bemachtigd, werd het moeilijk.’ Bruno aarzelt. ‘Die families wilden de zuurstof natuurlijk voor hun eigen mensen houden. Maar heeft alleen wie het geld ervoor heeft een kans van leven?’

Wekenlang hield het drama aan. ‘Covid-hel’ noemden de bewoners hun stad. Al tijdens de eerste golf in juni was Manaus de ‘coronahoofdstad’ van Brazilië. Gebrek aan doodskisten. Massagraven. Meer dan zeventig procent van de bevolking raakte besmet. Nu, eind december, stroomden de mensen ‘als uit het niets’ opnieuw de ziekenhuizen binnen. De meesten jong en voor de tweede keer besmet. Tijdens de eerste golf was Manaus de enige plek ter wereld met ‘kudde-immuniteit’. Maar dat hielp dus niet. Wat was hier aan de hand?

Generaal Eduardo Pazuello werd ingevlogen. Inmiddels de derde minister van Gezondheid. De bonkige paratroeper weet niets van gezondheid. ‘Geen idee’, gaf Pazuello bij zijn aantreden toe. Wel heeft hij verstand van troepenverplaatsingen. Dus was hij ‘geknipt voor de logistiek’.

Helaas. Zijn ‘logistieke capaciteiten’ maakten niet alleen dat Manaus zonder zuurstof kwam te zitten, hij ontkende ook er verantwoordelijk voor te zijn. ‘Wat heb ik te maken met de productie en de logistiek van zuurstof?’ riep de minister tijdens een bezoek aan de stikkende stad. ‘Vraag dat jezelf maar eens af’, zei hij en vloog weer weg.

Tegen de klippen op bleef Bruno voor zijn patiënten zorgen. Het schokte hem hoe jong ze waren. ‘Tijdens de eerste uitbraak intubeerde ik vooral oude mensen.’ Nu lagen daar jongeren. Dertig, twintig, soms zestien jaar oud. ‘Je kunt niet lang stilstaan bij de doden. Je wilt huilen. Maar binnen de minuut ligt er in datzelfde bed alweer een ander.’ Toch is er die ene patiënt die hij zich altijd herinnert. Een jongen van zijn leeftijd. Atletisch. Kerngezond. In paniek kwam hij de ic op. ‘Dus ik stel hem gerust, leg mijn hand op zijn arm en zeg dat het goedkomt. Maar hij ging achteruit en achteruit. We konden hem niet redden.’ Bruno zwijgt even. Hij ademt diep in. ‘Terwijl ik hem gezegd had: alles komt goed.’

‘De Manaus-variant is meer dan twee keer zo besmettelijk als het oorspronkelijke virus. Twee keer zo dodelijk voor dertigers tot vijftigers en drie keer zo dodelijk voor twintigers. Dat is wat wij hier in de Amazone hebben geproduceerd.’ Met gebalde vuist zit Jesem Orellana voor de Skype-camera. ‘En dat weten we nu pas, hè! Niet omdat Brazilië zijn eigen mutaties bestudeert. Nee, omdat wij de rest van de wereld aan het besmetten zijn.’

Orellana is epidemioloog in Manaus voor de stichting Fiocruz, het gerenommeerde Braziliaanse onderzoeksinstituut voor besmettingsziekten. Hij vertelt hoe half januari een paar Japanse toeristen thuiskwamen van een vakantie in de Amazone. Na een test bleken ze een gemuteerd virus bij zich te dragen. ‘Dat was er dus al die tijd hier in Manaus aan de hand’, zegt Orellana. ‘Maar ze moesten het in Japan ontdekken.’

De Manaus- of P1-variant blijkt ook gevaarlijker dan de Engelse en Zuid-Afrikaanse varianten. Het virus heeft namelijk nog een extra mutatie, waardoor het makkelijker ‘ontsnapt’ aan vaccinatie, legt Orellana uit. Onderzoek daarnaar is nu in het buitenland op gang. ‘Intussen zijn wij hier één groot openlucht laboratorium waarin het virus zich ongestoord blijft verspreiden en verder en verder muteert.’ Zo heeft de P1-variant er alweer zeventien nieuwe mutaties bij. Ook zijn er al twee nieuwe, mogelijk nog gevaarlijker varianten gevonden. ‘Het is volledig uit controle.’

Al sinds januari luiden Orellana en andere wetenschappers de noodklok. De ‘logistieke oplossing’ van generaal Pazuella voor het zuurstoftekort was het op transport zetten van coronapatiënten uit Manaus naar de rest van het land. Zo raakte heel Brazilië met het zich razendsnel verspreidende P1-virus besmet. Er brak een golf uit met een grimmigheid en omvang als nergens ter wereld.

Sinds februari breekt Brazilië nu dagelijks een macaber record. In maart liep het dodental van duizend op tot meer dan drieduizend per dag. Op 6 april sprong het naar 4211 coronadoden per dag. Alsof er achttien Boeings 737 tegelijk neerstorten. En elke dag neemt het aantal sterfgevallen toe. De ramp dendert door. De gezondheidszorg is volledig ingestort. Op de gangen liggen mensen te sterven, er zijn lange wachtlijsten voor de ic’s, elke dag is weer erger dan de vorige. Bijna veertig procent van alle coronadoden op de wereld is nu Braziliaans. Terwijl hier slechts 2,7 procent van de wereldbevolking woont.

‘Brazilië vormt een gevaar voor de hele mensheid’, zegt Orellana. Hoe langer het virus hier vrij circuleert, hoe meer mutaties het kan aanmaken. ‘Hoe meer kans hij dus heeft om onder de vaccins door te duiken’, legt hij uit. Een wereldramp in wording. ‘Wat heeft het voor zin om de pandemie in de VS en Europa te beteugelen als Brazilië de broedplaats is?’

Hoe heeft het zo ver kunnen komen? Waarom is nog geen vier procent van de Brazilianen ingeënt? Waarom is hier nog steeds niet de lockdown waar alle expert om smeken? Orellana haalt een hand over zijn ogen en zucht. ‘Het antwoord luidt helaas: de president van dit land.’

Kelvia Andrea Goncalves (16), met haar tante Vanderleia dos Reis Brasao (37), bij de begrafenis van haar moeder Andrea dos Reis Brasao (39), overleden aan corona. Parque Taruma-begraafplaats, Manaus, 17 januari © Bruno Kelly / Reuters

Het is 20 oktober 2020 en het wordt een spannende dag. Op de agenda staat een Zoom-vergadering tussen minister Pazuello van Gezondheid en de gouverneurs van het land. Wekenlang is er in het geheim gewerkt aan een contract voor de aankoop van 45 miljoen vaccins. Al te leveren in december. Geproduceerd bovendien door een eigen Braziliaans overheidsinstituut. Het ‘geheime’ aan de operatie is dat ze achter de rug van president Jaïr Bolsonaro wordt uitgevoerd. ‘Ik smeek je, hou je mond’, drukt generaal Pazuello een van de gouverneurs uit het complot op zijn hart. ‘Als de kapitein hier achter komt ben ik verneukt.’

De extreem-rechtse Bolsonaro is een covid-ontkenner. Tijdens de pandemie evolueerde hij van ‘gewoon een griepje’ tot: ‘Nou en? Iedereen gaat een keer dood!’ Gel, mondkapjes, afstand houden? ‘Iets voor homo’s, dus steek in je reet.’ Sinds in februari het dodental opliep tot een kwart miljoen, bestrijdt hij de smeekbedes van de experts om het volk te adviseren thuis te blijven met het motto: ‘Een echte vent sterft voor zijn vrijheid.’ Gouverneurs die beschermingsmaatregelen afkondigen noemt hij ‘tirannen’. Hij dreigt: ‘Ik stuur mijn leger op ze af.’

De verbetenheid waarmee hij zich tegen vaccinatie keert is verbijsterend. Vanaf het moment dat de eerste vaccins werden aangeboden, saboteert Bolsonaro de aankoop. Zo benaderde de Amerikaanse farmaceut Pfizer de regering vorig jaar juli al met een aanbod van zeventig miljoen vaccins. Te leveren in december. Vanwege de grote vraag in de wereld wilden ze echter snel antwoord. Tot drie keer toe deed Pfizer een aanbod, drie keer weigerde Bolsonaro. ‘Ik neem geen prik’, houdt hij de bevolking voor. ‘Wil je soms veranderen in een krokodil? Vrouwen die een baard krijgen. Mannen met hoge stemmetjes, verdomme. Ik geef er geen cent van jullie belastinggeld aan uit!’

Bolsonaro draait de wet van vraag en aanbod om: ‘Wij hebben hier een enorme bevolking van 220 miljoen mensen. De hele wereld wil aan ons verkopen. We wachten gewoon tot de prijzen dalen.’ Zo boycotte hij ook het speciaal voor arme landen opgezette Covax-programma van de who. ‘Te duur.’ Had hij ja gezegd, dan was er nu voor de helft van de Braziliaanse bevolking een goedkope Covax-inenting geweest.

‘Wat rechtvaardigt dit? Niets! Niets rechtvaardigt de absolute onmenselijkheid van deze regering!’

Uit wanhoop gaan de gouverneurs begin oktober zelf de markt op. Maar de arme deelstaten hebben niet genoeg geld. Een aantal rijkere staten krijgt nul op het rekest. Leveranciers krijgen telefoontjes van het Braziliaanse ministerie van gezondheid: ‘Als je aan die gouverneurs verkoopt, krijg je nooit meer een contract met ons.’ De gouverneurs zijn woedend. Ze zetten Pazuello onder druk. Hij, als verantwoordelijk minister voor de Gezondheid, móet vaccins aankopen. Het roemrijke Butantan Instituut van São Paulo heeft samen met een Chinees bedrijf het vaccin CoronaVac ontwikkeld. Butantan produceert het in zijn eigen laboratoria. Al in december kan het instituut 45 miljoen doses CoronaVac leveren.

Pazuello verzet zich. ‘Je weet hoe de kapitein is…’ Net als andere paleisbewoners kent de generaal de presidentiële woedeaanvallen als het woord CoronaVac valt. ‘China-vac’, roept Bolsonaro met een gek stemmetje tegen zijn aanhangers. Hij trekt zijn ogen tot spleetjes: ‘Wie wil er een Chinees in zijn aderen? Rot toch op!’

De werkelijke reden dat Bolsonaro het vaccin saboteert is echter politiek. Het Butantan Instituut met zijn imponerende gebouwen en slangentuinen is eigendom van de deelstaat São Paulo. De gouverneur is een aartsvijand van Bolsonaro. Toen de peilingen in september uitwezen dat tachtig procent van de bevolking vóór vaccineren is, sloegen bij Bolsonaro de stoppen door. Tot elke prijs moet worden voorkomen dat de gouverneur van São Paulo straks gaat pronken met een ‘eigen’ vaccin. ‘China-vac komt nooit op de markt’, droeg hij zijn ministers op. Uit voorzorg had Bolsonaro op het Braziliaanse rivm alvast zijn eigen mensen neergezet. Zij blokkeren als ze willen elk vaccin.

Wat Bolsonaro niet wist, was dat zijn trouwe paratroeper van Gezondheid voor de Zoom-vergadering van vandaag zwaar was bewerkt. De gouverneurs hadden Pazuello geen keus gelaten: we houden het geheim voor je baas, maar het Butantan-vaccin komt er. Anders krijg je een opstand. De voorzitter van de rekenkamer bewerkte Pazuello al eerder. Hij praatte de generaal uit zijn hoofd dat het vaccin een ‘defensierisico’ vormt ‘omdat het uit China komt’.

Daar staat hij dan voor de Zoom-camera. Gedrongen, nerveus in zijn te strakke pak. ‘Ik heb begrepen dat China en covid nooit ver van elkaar weg zijn’, zegt hij met een flauw lachje. Dat is het dan. Het contract met Butantan en São Paulo is getekend. Helaas zijn het maar 45 miljoen vaccins op een bevolking van 220 miljoen. Maar voor 22,5 miljoen mensen is er nu tenminste een vaccin binnen.

Familieleden van corona- patiënten die in het ziekenhuis of thuis verzorgd worden wachten op zuurstof bij een particulier bedrijf in Manaus, 18 januari © Bruno Kelly / Reuters

Die nacht dreunen de decibels tegen de presidentiële muren. Nog voor het ochtendgloren stuurt Bolsonaro zijn eerste woedende tweet: ‘HET VACCIN WORDT NIET AANGEKOCHT!!! Alles wat besproken wordt zonder mijn toestemming is VERRAAD!’ Ter herinnering: ‘IK BEN DE PRESIDENT! Wat ik beveel GEBEURT.’

Bolsonaro geeft Pazuello opdracht het contract ‘NU’ te verscheuren. Alleen: de generaal heeft covid. Zwaar ziek is hij die nacht opgenomen in een militair hospitaal. Bolsonaro besluit hem daar op te zoeken. Iedereen houdt zijn adem in. Dat wordt ontslag en erger.

Op de sociale media van de president verschijnen de beelden. Bolsonaro naast een pipse Pazuello: ‘Heb je jezelf wel preventief behandeld?’ Pazuello: ‘Ja, ja. Ik heb mijn chloroquine genomen.’ Tegen alle wetenschappelijke bewijzen in is dit malariamedicijn voor Bolsonaro hét wondermiddel: ‘Ik geloof niet in vaccins. Alleen in chloroquine.’ Hij heeft militaire laboratoria miljoenen pillen laten maken. Tot de dag van vandaag worden de openbare gezondheidscentra gedwongen ze voor te schrijven.

‘Mooi zo’, zegt Bolsonaro tegen zijn doodzieke minister en geeft de generaal een berenklap op zijn rug. ‘Volgende week sta je dus weer aan het front.’ Pazuello: ‘Ja, dat zeggen ze hè? Maar ik sta achter u, president.’ Bolsonaro: ‘Goed zo. Haha. En dan beweren ze dat wij ruzie hebben? Bij ons militairen gaat dat anders. Toch, generaal?’ Pazuello: ‘Zeker, zeker, president: de één beveelt, de ander gehoorzaamt.’

Het duurt nog weken voordat de generaal opkrabbelt. Maar na deze publieke vernedering mag hij aanblijven. Tot half december.

Want plotseling ziet het ernaar uit dat de gouverneur van São Paulo de show gaat stelen. ‘De illustere kapitein zal niet blij met me zijn’, kondigt hij stralend aan. ‘Op 7 januari begint São Paulo met het vaccineren van Brazilië.’

Opnieuw dreunt het presidentiële paleis van woede. Bolsonaro ontbiedt Pazuello. ‘Koop dat China-vaccin!’ beveelt hij. ‘En alle andere vaccins waar je de hand op kunt leggen!’ Uit een bureaulade diept generaal Pazuello het nooit verscheurde contract met Butantan op. In no time keurt het Braziliaanse rivm het vaccin goed. Vervolgens stapt Bolsonaro naar de rechter om af te dwingen dat de gouverneur alle Butantan-vaccins aan de regering afstaat. Maar het mag niet baten. Op 17 januari, de dag dat de teller in Brazilië op 209.847 doden staat, wordt in São Paulo de eerste prik gezet. ‘Dit is een dag van hoop, van leven’, glimt de gouverneur naast de oude zwarte verpleegster die wordt ingespoten. ‘Butantan vaccineert Brazilië!’

Drie dagen later ontvangt longarts en Fiocruz-onderzoeker Margareth Dalcolmo, grand old lady van de Braziliaanse wetenschap, een prijs voor haar inzet tegen corona. Tijdens haar toespraak gooit ze haar speech aan de kant. ‘Ik moet u mededelen dat wij ons vaccin niet kunnen afmaken.’ Ze heeft tranen van woede in haar ogen. ‘Wat rechtvaardigt dit? Niets! Er is niets, helemaal niets wat de absolute onmenselijkheid van deze regering rechtvaardigt!’

Bolsonaro had iets ontdekt wat altijd al openbaar was: een van de bestanddelen van het door Fiocruz geproduceerde vaccin wordt geleverd door China. Sinds augustus lag er een contract. De leveringsdatum was vastgesteld op 21 januari. Maar Bolsonaro’s minister van Buitenlandse Zaken heeft nu een diplomatieke crisis ontketend die zo hoog oploopt dat China de hele levering annuleert.

‘Hoeveel mensen hebben wij al helpen sterven?’ vraagt Dalcolmo de zaal vol dokters en wetenschappers. ‘Terwijl die persoon niemand meer ziet, behalve onze ogen achter brillen en maskers. Hoeveel families hebben wij het verscheurende nieuws al verteld? Wat rechtvaardigt dan dat een regering de enige oplossing die er voor Covid-19 is, van zijn bevolking afneemt?’

dringen voor voedselhulp in Rio de Janeiro, 7 april © Silvia Izquierdo / AP / ANP

10 maart in de ochtend. De hoofdstraat van Copacabana ruikt naar afval en uitlaatgassen. Het is er minstens even druk als voor de pandemie. Toch is alles anders. Overal zitten en liggen nu groepen daklozen. Met zeiltjes en karton beschermen ze zich tegen de hete nazomerzon. ‘Tante, tante.’ Een straatkind tikt op mijn arm. ‘Twee real?’ Ze wil dat ik haar snoepjes koop. Jarenlang heb ik zo’n straatkind in Rio niet meer gezien. De kauwgomverkopers, de schoenpoetsertjes – sinds Bolsonaro op 1 januari de noodhulp van omgerekend honderd euro per maand staakte, zijn ze weer massaal terug. De straathandel is geëxplodeerd. Tussen de traditionele bikini- en slipperverkopers zit de stoep nu tjokvol mensen die wat sinaasappels, dweilen of een oude lampenkap verkopen. Afstand houden is er niet bij. Veel mondkapjes zitten onder de kin. Sinds het kapje in Rio verplicht werd is er nooit een boete uitgeschreven. Bij de bushalte wringen mensen zich massaal naar binnen. Als haringen in een ton. Voor de halte zit een vrouw van rond de vijftig. Op haar kleedje heeft ze een paar herenschoenen uitgestald, een gebruikte magnetron en een oude collectie grammofoonplaten. ‘De passie van mijn man’, knikt ze naar de platen. Hij is overleden, ja, in januari. Aan corona inderdaad. Nu komt ze elke dag met de bus hier naartoe om spullen uit haar huis te verkopen. ‘Zodat ik de huur kan betalen.’ Ze weet niet hoelang het nog duurt. Hoever kun je gaan? De pannen? De lakens? Het bed?

Verderop staat een lange rij voor de gezondheidspost. Vandaag zijn de 77-jarigen aan de beurt voor vaccinatie. Er is deining. Eerst waren er geen, toen weer wel, nu weer geen vaccins. ‘Ze zijn in aantocht, maar zitten vast in de opstopping in de tunnel’, is het laatste gerucht. Een uur later begint het vaccineren. Een vrouw komt naar buiten. Het watje stevig tegen haar bovenarm geklemd. ‘Ik vond het wel heel weinig vaccin hoor’, zegt ze. Haar achterdocht heeft een reden. Twee weken geleden betrapten familieleden op deze post een verpleegster die oude mensen met lucht inspoot. Het vaccin drukte ze achterover om het op de zwarte markt te verkopen.

‘Hoeveel cc moet er in een vaccin zitten?’ vraagt de vrouw aan een van de gezondheidswerkers. De man haalt zijn schouders op. Door zijn walkietalkie krijgt hij het bericht door dat het vaccin alweer op is. ‘Nou ja’, zegt de vrouw terwijl we allemaal worden weggejaagd. ‘Het is hier tenminste niet zo erg als in Caxias. Heb je dat gezien op tv?’

Tachtig procent van de mensen die op de ic van een openbaar ziekenhuis belandt gaat dood

In de arme voorstad van Rio liggen mensen vanaf de vorige avond in de rij, de hele risicogroep, hutjemutje op elkaar. De burgemeester van Caxias had het lumineuze idee opgevat om op één dag ‘iedereen boven de zestig’ voor een prik op te roepen. Het draaide uit op een gevaarlijke chaos waarbij oude mensen elkaar onder de voet liepen. Zelfs toen zag de burgemeester niet in wat er verkeerd aan was om in één keer 86.000 mensen op te roepen, terwijl er maar zesduizend doses zijn. Met de mondkap op zijn kin liep hij huggend tussen de boze en wanhopige mensen. ‘Mijn operatie is honderd procent geslaagd’, zei de burgemeester trots in de tv-camera. ‘Kijk nou. Mensen ontvluchten de dood. Het vaccin representeert het leven. Dit is gewoon de wet van vraag en aanbod.’

Als ik thuiskom hoor ik dat vandaag voorlopig de laatste dag was dat er in Rio wordt ingeënt. De regering heeft geen enkel plan. Vaccins die voor het grote Manaus bedoeld zijn worden naar het kleine Maceó gevlogen, allebei met een M. In een week tijd stelde minister Pazuello vijf keer de beloofde doses bij: aflopend van 46 naar 20 miljoen. Hoe raakt deze bevolking ooit ingeënt?

Op 16 maart wordt de noodklok geluid. Eerste-hulpposten en ziekenhuizen melden dat ze nog voor drie weken zuurstof hebben. Dan is het op. Heel Brazilië dreigt nu de ‘hel van Manaus’ te worden. Ze raken ook door hun voorraden pijnstillers, spierverslappers en narcose heen en door hun medicijnen die nodig zijn om patiënten te intuberen. ‘Je kunt niet eens een tandenborstel in de keel van iemand stoppen zonder dat hij stikkend van zich af slaat’, beschreef verpleger Bruno in Manaus het scenario. ‘Hoe moet het dan zijn om zonder spierverslapper en zonder verdoving een hele buis door de luchtpijp in iemands longen te duwen?’

De nationale gezondheidsraad schrijft: ‘Het is niet redelijk dat tienduizenden Braziliaanse burgers een dood door verstikking moeten sterven. Het is onaanvaardbaar dat zij vastgebonden het traumatische proces van intubatie moeten ingaan om lange tijd bij bewustzijn aan de beademingsmachine te liggen.’

Een dokter uit het grote openbare ziekenhuis in de zuidelijke stad Porto Alegre vertelt dat zijn zuurstof al op is. ‘Het is hier een slagveld.’ Op kamers die voor twaalf patiënten bedoeld zijn, liggen nu 21 mensen. De mensen die er het ergst aan toe zijn probeert hij elders onder te brengen. ‘Maar het is overal vol.’ Het beetje zuurstof dat hij nog heeft, verdeelt hij onder de rest. En soms zelfs dat niet. ‘We nemen onze beslissingen op basis van overlevingskansen’, vertelt hij tegen de krant O Globo. Dat betekent jongeren eerst. ‘Bij elke beslissing weet je dat je inhakt op de levens van anderen. Je beslist over de kans op leven van mensen en over de dood van anderen. Allemaal mensen met kinderen, ouders, families.’ Tien tot twintig keer per dag moet hij nu dit soort beslissingen nemen. ‘Het zal me de rest van mijn leven blijven achtervolgen.’

Intussen is minister Pazuello afgezet. Op 15 maart, na 290.000 coronadoden, benoemt president Bolsonaro zijn vierde minister van Gezondheid. Marcelo Queiroga is de familiedokter van de Bolsonaro’s. Vanaf het eerste moment maakt hij duidelijk: ‘De president beslist, ik voer alleen uit.’

De eerste vergadering met de gouverneurs over de dreigende tekorten belegt hij pas op 21 maart. Maar een secretaresse ‘vergeet’ de uitnodiging te sturen. Op 30 maart, met een nieuw record van vierduizend doden, roept de senaat de minister ter verantwoording. Hij legt de senaat zijn ‘noodplan’ voor. ‘Er wordt veel te veel zuurstof gebruikt’, zegt Queiroga. ‘Bijna iedereen krijgt zuurstof als ze in het ziekenhuis komen. Ook wie het niet nodig heeft.’ Zijn plan bestaat uit het opstellen van een ‘protocol’ voor dokters en verplegers om deze ‘verspilling’ tegen te gaan. De reactie van Fiocruz-coryfee en longarts Margareth Dalcomo is kort maar krachtig: ‘Snel zuurstof toedienen voorkomt vaak dat mensen geïntubeerd moeten worden en verlicht de druk op de ic’s.’

Verder wil de minister dat privéziekenhuizen patiënten met een verzekering ‘weghalen’ uit de openbare zorg. Maar hoe? Dokter Anna Maurício lacht schamper aan de andere kant van de WhatsApp-verbinding. ‘Wie met een verzekering gaat er nu naar een openbaar ziekenhuis?’ Al zes jaar werkt de jonge arts op de openbare eerste-hulppost van Caxias, de stad van de burgemeester met zijn ‘wet van vraag en aanbod’. Ze probeert een weerbarstige lok terug te duwen in haar wild opgestoken haar. ‘Die burgemeester is een crimineel die berecht moeten worden’, zegt de arts. ‘Een typisch voorbeeld van het archaïsche Brazilië waarin we terecht zijn gekomen. Potentaten zonder verantwoording, zonder compassie…’ Ze is compleet uitgeput, staat op de rand van instorten, vertelt ze. De eerste golf heeft haar bijna gebroken. En nu dit. ‘Wat als er straks geen zuurstof meer is, er geen medicijnen meer zijn? Moet ik dan over de ethische limieten van mijn beroep heen stappen?’

Het duurde lang voor ik Anna Maurício te spreken kreeg. Normaal heb ik in het praatgrage Brazilië nooit moeite om mensen te vinden. Deze keer benaderde ik twaalf gezondheidswerkers. Tien ervan zegden af. De één moest een begrafenis van een familielid regelen. De ander had paniekaanvallen. Een derde was bang dat het bedrijf waardoor hij werd uitbesteed hem zelfs anoniem zou herkennen. ‘De druk is immens’, vertelde ook Bruno Enoch in Manaus. Hij draait diensten van 36 tot 48 uur. ‘Veel collega’s zijn afgehaakt. Burn-out, depressie.’ Zo wordt de druk op wie overblijft steeds groter. ‘Mijn opleiding als ic-verpleger kostte me jaren’, zegt hij. ‘Waar haal je ineens nieuw personeel vandaan?’

Volgens een recente studie gaat hier tachtig procent van de mensen die op de ic van een openbaar ziekenhuis belandt dood – tegen 25 procent in privéklinieken zoals die in Nederland. Te wijten aan de lange wachtlijsten, maar ook aan oververmoeid en ongekwalificeerd personeel, stelt professor Luciano Azevedo. Als doodsoorzaak noteerde hij: kapotte luchtpijpen tijdens de intubatie, inwendige bloedingen door slecht ingebrachte katheters, infecties en geperforeerde organen.

Anna Maurício wil er niet meer aan meedoen. Ze schroefde haar diensten op de eerste hulp drastisch terug en ging in het openbare kankerziekenhuis werken. ‘Daar kan ik mijn werk nog verantwoord doen.’ Twee keer per week komt ze nu nog op de eerste-hulppost. Ze beschrijft de chaos. Covid- en andere patiënten, door elkaar heen zittend en liggend op de grond. Een deel van de post is een provisorische ic. ‘Maar dan zonder de middelen.’ Drie weken of langer blijven mensen daar liggen, als ze al niet dood zijn gegaan. ‘De onverantwoordelijkheid is om gek van te worden.’ Die avond stuurt ze me een foto. Een plein vol mensen. Overal eetstalletjes. ‘Recht voor mijn eerste-hulppost’, schrijft ze eronder.

Een overvolle bus in Rio de Janeiro, 6 april © Antonio Lacerda / EFE / ANP

Op haar knieën zit ze voor het graf. Haar handen reiken naar de kist. ‘Maak open. Alsjeblieft. Laat me hem nog één keer zien.’ De doodgravers in hun witte pakken scheppen stoïcijns door. Plok. Plok. Steeds meer aarde op de kist. Plok. Alleen het zachte huilen van de vrouw is hoorbaar. In nog geen drie minuten is het voorbij. Kruisje erop. Klaar. Geen naam maar een nummer, met druipende verf op het kruisje geschilderd. Het openbare kerkhof Cajú in Rio is een lopende band. Bij de ingang hangt de vertrouwde lijken-geur. Maar de meeste rouwkamers zijn leeg. Covid-slachtoffers mogen niet worden opgebaard. Ze verdwijnen in verzegelde zakken en kisten. ‘Het is mensonwaardig wat hier gebeurt’, zegt de voorzitter van de bond van uitvaartondernemingen. ‘Brazilië dumpt lichamen. Het begraaft geen mensen meer.’

Bij de poort wordt de ene na de andere kist uitgeladen. De families moeten nummertjes trekken. ‘Ik heb geen idee wanneer mijn man aan de beurt is’, zegt een vrouw. Haar nummer is 471. ‘Hij heette Julio Cesar’, zegt ze. ‘Schrijf zijn naam maar op.’ Tranen rollen over haar gele konijnen-mondkapje.

‘Hou toch op met dat geblèr en gejengel’, blaft Bolsonaro. ‘Hoelang willen jullie blijven janken?’ Met bijna sadistisch plezier toont hij zijn minachting. Sinds de pandemie uit de hand loopt houdt Bolsonaro een verwoede kruistocht om lockdowns in het land tegen te houden. Een avondklok noemt hij de ‘staat van beleg’. Hoewel maar enkele gouverneurs een avondklok hebben ingevoerd, scheert hij elke poging om maatregelen te nemen over één kam. ‘Tirannen pakken jullie vrijheden af’, hitst hij de mensen op tegen de gouverneurs. ‘Maar jullie kunnen altijd rekenen op het olijfgroen van mijn leger. Deze president dient het recht van het volk om te werken.’

Sinds het Hooggerechtshof besliste dat Bolsonaro de gouverneurs niet mag verbieden maatregelen te nemen, escaleert de kwaadaardigheid. Zijn advocaat stuurde een foto rond van de slogan ‘Arbeit macht frei’ op de poort van concentratiekamp Auschwitz. ‘Het is een eer te sterven voor het recht om te werken’, roept Bolsonaro in een stadje in het zuiden waar de lijken in vleeswagens liggen. ‘Alleen lafbekken verstoppen zich in huis.’ Bolsonaro dreigt openlijk met een staatsgreep. ‘Als de gouverneurs niet inbinden moet ik de orde herstellen. Ik ben de president en alleen God haalt mij van die positie af.’

Op 30 maart komt het opeens heel dichtbij. Bolsonaro ontslaat zijn minister van Defensie. De nieuwe generaal die hij op die post zet ontslaat op zijn beurt de commandant van de landmacht, de enige militair die zich openlijk uitsprak tegen het aanhoudende misbruik dat Bolsonaro van het leger maakt als zijn persoonlijke garde. ‘Politiek hoort niet in de kazerne thuis’, stelde de legerleider. ‘Het leger is niet van de regering.’ Uit solidariteit met de landmachtcommandant stappen ook de commandanten van de marine en de luchtmacht op. Nu is er een vacuüm.

De volgende dag vieren Bolsonaro en zijn nieuwe defensieminister de 57ste ‘verjaardag’ van de militaire coup in 1964. ‘De dag dat ons patriottische leger Brazilië pacificeerde en de democratie garandeerde’, noemen ze het begin van 21 jaar militaire dictatuur. Is dit het moment van een nieuwe coup? Gelukkig zorgt de druk in de legertop ervoor dat maar een van de drie nieuwe commandanten van de strijdkrachten een fervent Bolsonaro-aanhanger zal zijn.

Op paasochtend gaat de telefoon. Aan de lijn is Rosilene, een verpleegster uit Manaus die ik tevergeefs had proberen te interviewen. ‘De mensen moeten het weten’, zegt ze nu. ‘Niemand weet wat hier gaande is.’ Tijdens de zuurstofcrisis heeft ze haar vader en broer verloren. Maar als ze over haar werk praat raakt ze zo overstuur dat ze niet meer is te verstaan. Ze zegt: ‘Er moet iets gebeuren. Er moet iets gebeuren.’ Steeds opnieuw.

Maar wat? ‘De wereld moet ingrijpen. Voordat het te laat is’, zegt epidemioloog Orellana. Laat de who waarnemers sturen, zegt hij. Haal de mensen-rechtencommissie van de VN erbij, de Europese Unie. Er zijn al aanklachten ingediend bij het internationaal tribunaal. ‘Iedereen moet hier op de stoep komen staan’, zegt Orellana. ‘Bolsonaro en zijn ministers van Gezondheid moeten weg omdat ze een gevaar voor de wereld vormen.’

Toch weet ook hij dat Bolsonaro nooit zal opstappen. In het parlement liggen 63 impeachment-aanvragen. Geen van alle is gebruikt. Hier ziet de toekomst er voorlopig uit zoals longarts Dalcolmo haar beschrijft: ‘De mensen moeten weten dat als ze ziek worden, ze zullen lijden zonder enige hulp, en waarschijnlijk sterven.’