Corona snoert radicaal-rechts niet zomaar de mond

Wellicht was de wens de vader van de veelgehoorde gedachte dat de coronacrisis het failliet zou betekenen van het rechts-populisme. Dat deze tijd zou tonen dat we behoefte hebben aan kundige leiders die het hoofd koel houden, afgewogen beslissingen nemen en daarover helder communiceren. Kijk naar Trump en Bolsonaro: de ‘sterke mannen’ maakten er een potje van. Was dit niet de definitieve ontmaskering van radicaal-rechtse roeptoeters?

In Nederland zakten Forum voor Democratie en de pvv in de eerste maanden van de pandemie inderdaad even weg in de peilingen. Bijna heel het land leek blindelings te vertrouwen op premier Rutte en de experts met wie hij zich omringd had. Dat deze periode van eensgezindheid van korte duur bleek is verrassend noch zorgwekkend. Niemand zit te wachten op volksvertegenwoordigers die zich gedwee achter de kabinetskoers scharen.

Wat wél zorgwekkend is, is dat Kamerleden belaagd worden door boze betogers wier woede wordt aangewakkerd door een uitgerangeerde tv-presentator en een afgezakte rapper die op hun eigen mediakanalen de wildste samenzweringstheorieën verkondigen. Het is zorgwekkend dat sommige demonstranten tegen de Duitse coronamaatregelen wapperden met een Reichskriegsflagge uit de nazi-tijd.

De frustratie die complotdenkers bindt wordt gekanaliseerd door populisten

Natuurlijk, wantrouwen tegen de overheid is niet exclusief voorbehouden aan extreem- of radicaal-rechts; er zijn ongetwijfeld genoeg complotdenkers die meer bezig zijn met esoterie dan met xenofobie. Maar de frustratie die hen bindt wordt al jaren het effectiefst gekanaliseerd door partijen die te hoop lopen tegen de corrupte elite die het volk zou verraden en het land de afgrond in stort.

Het is dan ook veel te voorbarig om te concluderen dat de pandemie rechts-populisten de electorale wind uit de zeilen zal nemen, zo constateerde ook politicologenblog ‘StukRoodVlees’ onlangs. In landen als Hongarije en Polen bleef de steun voor de radicaal-rechtse regeringspartijen stabiel. In Brussel mag hij dan gelden als vervelende querulant, in eigen land is Viktor Orbán nog steeds onverminderd populair.

En niet alleen in Hongarije heeft hij trouwe volgers. Radicaal-rechtse politici uit heel Europa heffen Orbán op het schild als een daadkrachtige staatsman die de nationale economie en cultuur weet te beschermen tegen de ‘globalistische ideologie’, zo beschrijft Marijn Kruk verderop in dit nummer. Dat maakt hem tot een ‘held’ voor Baudet en een inspiratiebron voor Wilders.

Fans van Orbán zullen erop wijzen dat Hongarije er bovendien behoorlijk in slaagt het coronavirus onder controle te houden. Maar volgens Timothy Snyder komt dat eerder ondanks dan dankzij de illiberale leider. ‘Het is niet zo dat als je goed met corona bent omgegaan je een gezonde democratie bent’, zegt de Amerikaanse historicus in het interview met Coen van de Ven in dit nummer. ‘Als Oostenrijk corona had aangepakt zoals Trump dat deed, dan was de regering nu weg. Maar als Viktor Orbán in Hongarije had gekozen voor een Trump-aanpak, dan zat hij er waarschijnlijk nu nog. Autoritaire staten creëren het risico dat ze volledig leunen op het karakter van die ene leider.’

Gelukkig wonen we in Nederland in een liberale democratie, waar we komend voorjaar de kans krijgen om onze waardering of afkeur uit te spreken over het coronabeleid van Rutte-III. Voorlopig wijst niets erop dat Baudet en Wilders door het virus gas terug zullen nemen. De beste manier om tegengas te geven is nadenken over een overtuigende route uit deze crisis. Want als het recente verleden één ding leert, dan is het wel dat een inadequaat antwoord op een economische recessie een vruchtbare voedingsbodem creëert voor radicaal-rechtse roeptoeters.