Winkelketens maken misbruik van de steunmaatregelen

Coronacorvee in de winkelstraat

Ketens als Wibra, Blokker en Bristol ontvangen tijdens de lockdown miljoenen subsidie om hun personeel in dienst te houden. Desondanks dwingen ze werknemers gratis te werken als de winkels weer opengaan.

‘Winkelmedewerkers zien hun zomervakanties in rook opgaan’ © Robin van Lonkhuijsen / ANP

‘Ik heb echt een Wibra-hart. De Wibra kwam bij mij altijd op één, mijn kinderen en man stonden op twee en drie.’ ‘We wáren een warm familiebedrijf.’ ‘We kregen een etentje als de omzet goed was.’

Yvonne Versteeg, Marja Hogenkamp en Anja de Vries zijn trots op hún bedrijf: de Wibra. Ze werken hard, voelen zich verantwoordelijk voor hún filiaal. ‘Het is gezellig in onze winkels, we hebben aandacht voor onze klanten en maken graag een praatje met hen’, zegt Versteeg. ‘De typische Wibra-klant? Die bestaat niet. Arme en rijke mensen komen bij ons, iedereen voelt zich thuis’, vindt Hogenkamp. ‘Soms krijgen we chocolaatjes van klanten als bedankje, of ze komen een kerstkaart brengen.’ Het bedrijf heeft weinig vreemd vermogen, weet Versteeg. ‘En dat is ook een geruststelling.’

Ze werken 22, 12 en 15 jaar bij de discountketen – 290 zaken, achttienhonderd personeelsleden – voor textiel, schrijfgerei, snoep-, speelgoed en cosmetica. Naar volle tevredenheid, ondanks de lage salarissen. ‘Maar er is overal wel wat mis.’

Corona zorgt echter voor een omslag, ze vinden dat ze oneerlijk worden behandeld, zijn teleurgesteld in hun bedrijf en komen voor het eerst van hun leven in actie. De Wibra – dat miljoenen coronasubsidie krijgt om werknemers tijdens de lockdown in dienst te houden – wil hen namelijk verplichten om vele tientallen uren gratis te komen werken als straks de winkels weer opengaan. Het ‘coronacorvee’ noemen de actievoerders deze gedwongen arbeid.

‘Met corona is de sfeer harder geworden, soms zelfs vervelend.’ De Vries is filiaalchef van de Wibra in Rotterdam. Voor 14,02 euro per uur bruto stuurt ze collega’s aan, regelt de roosters, verdeelt het werk en staat zelf ook in de winkel. ‘Maar de laatste tijd ben ik meer een politieagent. Ik spreek mensen aan die geen mondkapje dragen of zonder mandje winkelen. Regelmatig krijg je dan een grote bek: “Wie ben jij dan wel?” Of: “Waar staat dat dan?” Geduldig leg ik dan uit dat dit de regels zijn en dat we met de mandjes in de gaten houden hoeveel mensen er in de zaak zijn.’

Marja Hogenkamp is assistent-filiaalchef. ‘Voor zo lang als het duurt’, voegt ze toe. Deze promotie is namelijk regelmatig tijdelijk bij de Wibra. In plaats van een nieuw contract krijgen ze op de hoogste salarisschaal van 10,73 euro bruto per uur een ‘bijlage’ van 1,25 euro. ‘Als er een goedkoper meisje van negentien komt, dan trekken ze zomaar je bijlage in.’ Hogenkamp heeft dat een paar jaar geleden zelf meegemaakt. De assistententoeslag wordt tijdens de gedwongen winkelsluiting niet uitgekeerd.

De Wibra is tegelijkertijd een grote subsidieslurper. Omdat veel salarissen bij de discounter nauwelijks boven het minimum uitkomen, doet het bedrijf allereerst een groot beroep op het lage- inkomensvoordeel (liv), een premie voor werkgevers die minder dan 125 procent van het minimumloon betalen. Met een maximum van 960 euro per werknemer per jaar levert dit de Wibra jaarlijks naar schatting minstens vele tonnen op.

Daarnaast is er sinds de lockdown de tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid, oftewel now. Werkgevers die tijdens de coronacrisis omzetverlies ervaren van ten minste twintig procent kunnen hiervoor bij het uwv een aanvraag indienen. Zij krijgen dan maximaal tussen tachtig en negentig procent van hun loonkosten vergoed. In 2020 en 2021 zijn er inmiddels drie aanvraagperioden afgerond, waar respectievelijk 139.000, 63.000 en 77.000 bedrijven aan deelnamen. Toetsing vindt nauwelijks plaats, want tussen de 94 en 97 procent van de aanvragen werd goedgekeurd.

De Wibra kreeg via de now1 en -2 in totaal 5,15 miljoen euro subsidie, waarbij de tweede tranche teruggestort kon worden door de hoge omzet in het najaar, de now3 bedraagt 2,4 miljoen. Dit bedrag is niet ten onrechte, want de omzet van de winkels is door de verplichte sluiting ook naar een nulpunt gedaald. Maar de manier waarop het bedrijf vervolgens met het personeel omgaat, doet op veel plekken de wenkbrauwen fronsen.

De now is ingesteld zodat bedrijven tijdens de lockdown hun personeelsleden kunnen doorbetalen, ook al zitten die grotendeels zonder werk thuis. De Wibra en ook enkele andere winkelketens die onder de cao van de Winkelstraat vallen, vullen dat echter op een geheel eigen manier in. In de cao is namelijk sprake van arbeidscontracten met een gemiddelde arbeidstijd, waarvan maar liefst 35 procent kan worden afgeweken.

Een personeelslid met een gemiddeld arbeidscontract van 32 uur kan dus de ene week 21 uur werken en de andere 43. In het eerste geval worden min-uren opgebouwd, in het tweede geval plus-uren. Het is een systeem dat in normale tijden voor beide partijen voordelen heeft, al is de bandbreedte van 35 procent vergeleken met andere cao’s wel heel breed. ‘Ik bouwde altijd lekker veel plus-uren op’, geeft Marja Hogenkamp als voorbeeld. ‘Dan kon ik gemakkelijk vrij nemen als we met het gezin een weekend weg wilden.’ Yvonne Versteeg had soms wel aan het eind van het jaar meer dan vijfhonderd extra uren staan. ‘Als een appeltje voor de dorst, want dat overwerk wordt in januari uitbetaald.’ De betaling over 2020 heeft ze echter nog steeds niet ontvangen.

‘Je zit thuis en krijgt dan min-uren die later ingehaald moeten’

Met corona valt het systeem echter zeer ongunstig uit omdat de Wibra de voor werknemers meest ongunstige richtlijnen hanteert. ‘Wij mogen nu alleen nog maar mensen voor hun minimumaantal inroosteren’, vertelt filiaalchef De Vries. ‘Dan kom je naar de winkel om bijvoorbeeld schoon te maken of bestellingen te doen. Voor de rest zit je thuis en krijg je dan min-uren die later ingehaald moeten worden.’

Afhankelijk van de lengte van de lockdown en de omvang van het arbeidscontract bouwen Wibra-medewerkers op dit moment tientallen min-uren op, die bijvoorbeeld deze zomer ingehaald moeten worden. ‘Dan huren ze minder oproepkrachten in en moeten wij gratis komen opdraven.’ De Wibra heeft echter 80 tot 85 procent van deze uren vergoed gekregen via de now. De lockdown wordt zo een verdienmodel.

‘De mensen zijn hierover echt heel boos’, reageert Linda Vermeulen, bestuurder van Handel van de fnv. ‘We krijgen tientallen klachten van Wibra-medewerkers en ook van personeelsleden van Blokker, Bristol, Paprika en franchisevestigingen van de hema. Mensen zien hun zomervakanties in rook opgaan omdat ze misschien wel enkele weken gratis en voor niets moeten komen werken. Dit is natuurlijk onacceptabel.’

Een extra cao-afspraak die in januari is ondertekend door vier bonden met nauwelijks leden in deze sector maakt de situatie nog wranger. Werknemers die een baan verliezen, bijvoorbeeld omdat hun jaarcontract afloopt, moeten sindsdien vijftig procent van hun min-uren terugbetalen. ‘Die worden dan van hun vakantiedagen of hun laatste salaris afgetrokken.’

In een reactie laat Wibra weten dat het bedrijf al twintig jaar de plus/min-regeling hanteert. Wel probeert het de gevolgen voor het personeel minder zwaar te maken door ‘werk naar voren te halen’.

‘Tja, het is een… bijzondere manier om uitvoering aan de now te geven.’ Bettina Siflinger, onderzoeker aan Tilburg University, houdt met subsidie van de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (nwo) de arbeidsmarkt tijdens de coronacrisis in de gaten. Hiervoor kijkt ze naar de verschuivingen in een representatief panel van 3700 werknemers. Ze kan niet ingaan op de verrekening van de uren bij Wibra, maar volgens haar is het juist niet de bedoeling van now ‘dat werknemers verantwoordelijk worden gemaakt voor de vermindering van hun werkuren’.

Uit haar onderzoek komt naar voren dat praktisch geschoolden het meest last hebben van de coronacrisis. Hun arbeidsuren dalen het hardst, terwijl theoretisch geschoolden bijna allemaal vanuit huis kunnen doorwerken. Tot haar verrassing lijkt dit echter geen inkomensgevolgen te hebben. ‘Je kunt dus concluderen dat de now doet waarvoor de regeling bedoeld is. Mensen die noodgedwongen naar huis zijn gestuurd en daar niet kunnen werken, behouden hun inkomen.’ Daarmee doet Nederland het een stuk beter dan bijvoorbeeld Groot-Brittannië, waar bij een groeiend aantal werklozen ook het inkomen sterk daalde, en is vergelijkbaar met Duitsland.

‘Bent u bereid, indien werkgevers met min-uren rekenen, maatregelen te treffen tegen deze werkgevers, zoals het invorderen van de now over de ingediende min-uren?’ Het is een van de tien vragen die het pvda-Tweede-Kamerlid Gijs van Dijk twee weken geleden over de Wibra-constructie stelde aan de minister van Sociale Zaken, Wouter Koolmees. ‘Want het is natuurlijk absurd dat werkgevers die miljoenen van de overheid krijgen hun personeelsleden dwingen tot gratis overwerk.’

De minister kan volgens hem ‘aan de voorkant ingrijpen’ en de regeling zo aanpassen dat dit soort praktijken niet meer mogelijk is. Er is met de now een gemakkelijke, uitvoerbare, generieke maatregel ontworpen. ‘En dat is volledig terecht geweest. Maar dan is het nu zaak om in te grijpen en de regels aan te scherpen.’ Aan de achterkant kan de minister het geld van de min-uren terugvorderen. ‘Want het is niet de bedoeling dat bedrijven als Wibra aan dit soort regelingen verdienen. Bij de afrekening moeten dan gewoon boetes uitgedeeld worden. De antwoorden van Koolmees worden binnen een week verwacht.’

De fnv organiseert de komende dagen bijeenkomsten met Wibra-medewerkers. ‘Daar gaan we kijken welke acties we samen kunnen voeren’, zegt Linda Vermeulen. Ook wordt uitgezocht of het coronacorvee juridisch wel door de beugel kan. ‘Maar het liefst komen we er natuurlijk uit met een goed gesprek.’ Dat is hard nodig, vindt Yvonne Versteeg. ‘Want het personeel op de vloer voelt zich ondergewaardeerd.’

‘We spreken onze zorgen uit voor de héle Wibra’, valt De Vries haar bij. De Wibra-directie heeft echter tot nu toe geweigerd om met vertegenwoordigers van de vakbond in gesprek te gaan.


De echte namen van Yvonne Versteeg, Anja de Vries en Marja Hogenkamp zijn bij de redactie bekend. Blokker en Bristol waren niet bereikbaar voor commentaar