Buitenland

Coronageluk

Scholieren en studenten vragen op het Plein in Den Haag aandacht voor de heropening van de scholen, 17 februari 2021 © Robin Utrecht / ANP

Eén of twee keer per jaar verschijnt hetzelfde stukje in de krant, met wat variaties hier en daar en altijd dezelfde verbazing: Nederlanders blijken heel positief over hun eigen leven en negatief over het land. ‘Met mij gaat het goed, met ons gaat het slecht’, vatte oud-SCP-directeur Paul Schnabel dat ‘gevoel van Nederland’ samen in een gelijknamig boek. Die mentale spagaat heeft zijn officiële record bereikt. Volgens het laatste Prinsjesdag-onderzoek vinden drie op de vijf Nederlanders dat het ‘alles bij elkaar genomen’ slecht gaat in ons land. Maar in het laatste VN-onderzoek, dat vorige week werd gepubliceerd ter ere van World Happiness Day, staat Nederland op de internationale Geluksranglijst nog steeds fier op plaats vijf. Wonderbaarlijk genoeg lijkt de hele wereld ruwweg even gelukkig als een paar jaar terug – ondanks corona.

Trend wereldwijd: jonge mensen zijn gemiddeld ongelukkiger geworden

De duivel schuilt echter in de details. Niet de hele wereld is gelukkiger geworden. De inwoners van sommige landen werden gemiddeld minder gelukkig, anderen meer. Britten leverden behoorlijk in, Duitsers gingen gemiddeld omhoog. De gelukkigste mensen ter wereld, de Finnen, werden gemiddeld nóg gelukkiger, de ongelukkigste, de Zimbabwanen, nog ongelukkiger. Het ligt voor de hand om dat soort schommelingen te wijten aan Covid-19: de Britten hebben bijvoorbeeld lange lockdowns achter de rug. Evengoed zijn dit soort schommelingen normaal: het ene jaar doet het ene land het gemiddeld genomen beter, dan weer een ander land.

Wat níet normaal is, is een wereldwijde trend: dat jonge mensen gemiddeld ongelukkiger zijn geworden en ouderen gelukkiger. Als je geluksgevoel intekent in een diagram, levert dat normaal gesproken een lijn op die wel ‘the smile shaped happiness curve’ wordt genoemd, omdat hij met wat goede wil op een glimlach lijkt. Kinderen zijn over het algemeen genomen gelukkig, dan gaat het langzaam omlaag, tot het geluksgevoel halverwege de veertig dipt. Daarna gaat het langzaam weer omhoog, en ouderen zijn weer zo blij als kinderen. Het zijn gemiddelden, natuurlijk: een vuistregel die zowel geldt voor mensen individueel als voor een bevolking als geheel. Maar de gelukscurve van nu is een schuine lijn. Jongvolwassenen zijn de ongelukkigste bevolkingsgroep. Ouderen zijn onder meer gelukkiger geworden omdat zij zich gezonder voelen – niet omdat ze dat werkelijk zijn, maar omdat ze een voor hen dodelijke ziekte hebben overleefd.

Voor jongeren is dat anders, om een aantal redenen. Mentale gezondheid, bijvoorbeeld. ‘De neergang in mentale gezondheid was groter onder jongeren en vrouwen’, noteert het VN-onderzoek. Of werk. Het onderzoek onderbouwt dat één op de vier jongvolwassenen werkte in sectoren die het hardst door de pandemie werden geraakt, en dat drie op de vier werkten in een tijdelijke of zwarte dienstbetrekking – daar waar de klappen vallen in een crisis. Vooral jonge werkende vrouwen bleken kwetsbaar. ‘De resulterende toename in jeugdwerkloosheid en inactiviteit is scherp geweest’, concluderen de onderzoekers. Die is ruim driemaal zo hoog als onder oudere groepen. Ook Nederland staat er bleek op: de kans op baanverlies was onder jongeren vijf keer hoger dan onder anderen.

Dit wordt absoluut niet met de urgentie besproken die het verdient – in Nederland niet, maar ik zie het nergens. Er is soms bij (oudere) politici lippendienst, maar niets concreets. Veel solidariteit zie ik ook niet. Het is een puur persoonlijke indruk, maar in mijn eigen gesprekken zijn het vaak millennials die ontkennen dat de generatie onder hen zware klappen krijgt door corona – een helder teken, denk ik, dat de jaren bij hen beginnen op te tellen. Het VN-onderzoek ziet het anders: ‘Gecombineerd met vertragingen in onderwijs en trainingsprogramma’s, nieuwe obstakels voor het vinden van werk, en toenames in eenzaamheid en sociale isolatie, heeft de Covid-19-pandemie een bij uitstek dramatische tol geëist van het welzijn van jonge mensen.’

Nederland staat met zijn kabinetsformatie op een uitgelezen punt om daar gevolgen aan te verbinden. Een premier en regeringspartij op zoek naar visie kunnen lenen bij John Stuart Mill. Hij zette in Utilitarianism uiteen dat datgene goed is wat bijdraagt aan maximaal geluk bij zo veel mogelijk mensen en dat schade bij anderen wil vermijden en opheffen. Een veel steviger uitgangspunt dan – om een zijstraat te noemen – extreem-rechts in de stuurhut laten omdat het meer stemmen oplevert in de Eerste Kamer. Rechtvaardigheid vereist het, hier en in de wereld.