Alex Ploeg, EGO

Het gebeurt niet vaak in de comedywereld dat een witte cisgender heteroman een persoonlijke en kritische voorstelling maakt over toxische masculiniteit. Stand-upcomedian Alex Ploeg waagt zich eraan in zijn tweede avondvullende voorstelling EGO. De term toxic masculinity valt één keer, als uitsmijter van een geestige conference waarin Ploeg zijn eigen mannelijkheid op de hak neemt. Want hoe serieus het onderwerp ook is, de grapdichtheid is hoog.

Knap is hoe Ploeg het centrale thema subtiel laat terugkomen in alle onderdelen van zijn voorstelling. Hij bespreekt niet alleen zijn worstelingen met mannelijkheid in het dagelijks leven, van zijn voetbalhaat tot ‘masturbatiemanagement’ in een relatie, maar parodieert ook een onzekere comedian die ongemakkelijke gesprekjes aanknoopt met het publiek terwijl zijn gedachten hardop worden uitgesproken op band. Hiermee levert Ploeg metacommentaar op stand-upcomedy als genre, waarin nog altijd een sterk masculiene norm heerst en waarover vaak in wedstrijdmetaforen wordt gepraat.

Een extra laag wordt gecreëerd door de liedjes die Ploeg brengt, met zijn elektrische gitaar als symbool van stoere mannelijkheid. Als Ploeg zingt, vervormt hij zijn stem een beetje, waardoor hij klinkt als een foute countryzanger. Deze stijl, die doet denken aan Henry van Loon, geeft al zijn liedjes een ironische twist.

Ploeg legt ook een slim verband met corona, een thema dat opvallend afwezig is op de cabaretpodia. Volgens Ploeg hebben we verschillende ikken: wat wij van onszelf laten zien, verschilt per situatie. Het probleem van de lockdown is dat er nog maar één ik overblijft. In zijn geval: ‘een gast op de bank’, die te laat ontdekt dat andere mannen wél zijn blijven sporten. Ploeg borduurt hier voort op zijn debuutvoorstelling, waarin hij zijn eigen lethargie al uitgebreid besprak. Hier vallen die observaties nog beter op hun plaats.

Bijna onvermijdelijk bevat de voorstelling ook een aantal gespierde grappen over het feminisme (‘Het moet maar eens afgelopen zijn met het glazen plafond of, zoals wij het noemen, de glazen vloer’). Zo stelt Ploeg dat feministen wel kunnen klagen, maar dat hij zich óók niet gerepresenteerd voelt door de superheldenfilms van Marvel. Daar valt wel wat tegenin te brengen: dat gendernormen voor iederéén onderdrukkend zijn, betekent niet dat feministen overdrijven met hun kritiek op gebrekkige representatie. Dat ook mannen zelf slachtoffer zijn van toxische masculiniteit is precies wat de rest van de voorstelling zo overtuigend laat zien.

Toch is het ook spannend dat Ploeg geen modelfeminist is. Hij oogt eerder als een corpsbal die worstelt met zijn mannelijkheid. Daarmee creëert hij niet alleen een gelaagde podiumpersoonlijkheid, het maakt deze voorstelling ook geschikt voor een breed publiek. EGO is grappig en aangrijpend, ook voor wie het niet bij voorbaat al met Ploeg eens is.

Alex Ploeg, EGO, tournee t/m 27 mei 2022. Gezien: 5 november, De Kleine Komedie, Amsterdam