Cosby

De arme Cosby. Hij riep in de afgelopen maanden de zwarte gemeenschap op de handen in eigen boezem te steken. En wat blijkt? Cosby steekt zijn eigen handen net iets te vaak in de boezems van anderen. In die van blanke vrouwen. Terwijl hij een roeping als seculiere dominee leek te hebben gevonden, die onvervaard de rechtvaardigde weg wees in het morele moeras van de stadsjungle, werd hij teruggeworpen op zijn eigen gedrag.

In 1997 werd zijn enige zoon, Ennis, op 27-jarige leeftijd doodgeschoten door een Oekraïnse emigrant terwijl hij doodgemoedereerd zijn autoband aan het wisselen was. Vader Cosby, de oude Huxable van de Cosby-show, was er kapot van. Hij was trots op zijn zoon, vooral omdat die, ondanks de miljoenen dollars op de bank, leraar wilde worden voor de allerarmsten in de zwarte gemeenschap. Zeven jaar later werd Cosby plotseling zelf de grote onderwijzer van het zwarte getto.

Het begon met een paar ferme uitspraken in een praatprogramma. “In de buurt waar jullie opgroeien wordt er niet meer opgevoed. Totaal niet meer. Ik praat over die mensen die huilen wanneer hun zoon in een oranje overall de rechtzaal binnen komt lopen. Ik denk dan: Waar waren jullie toen hij 2 jaar oud was? En waar waren jullie toen hij 12 jaar oud was? Als ik naar die gevangenen kijk, zie ik geen politieke gevangenen. Dit zijn mensen die coca-cola stelen. Mensen die door hun hoofd worden geschoten [door de politie] omdat ze een stuk cake hebben gejat! En dan lopen wij allemaal te hoop en roepen verontwaardigd: ‘de politie had hem niet dood mogen schieten!’ Maar ik zeg dan: waarom liep hij eigenlijk met die cake in zijn hand?” En Cosby pakte even door: “Vijf of zes verschillende kinderen, dezelfde vrouw, acht, tien verschillende echtgenoten, of wat ook. Binnenkort moet je DNA-kaarten omhangen om te zien met wie je de liefde bedrijft. […] En de witte man? Die lacht zich een kriek: vijftig procent [van de zwarten] wordt van school gestuurd, de rest zit in de gevangenis.”

Opnieuw werd Cosby een sensatie. Met een privévliegtuig vloog hij weken door het land. Telkens stond hij voor overvolle zalen –toegang gratis- om ‘zijn mensen’ eens flink de waarheid te zeggen. En zijn mensen wilden het horen, de harde waarheid, maar wel opgediend door vader Huxtable. In Detroit zei Cosby bijvoorbeeld tegen het publiek: “Jullie hebben een stinkende reputatie.” (Geweldsdelicten) “Dat geldt niet voor jullie allemaal, nee, ik praat niet over iedereen. Ik praat over 55 procent, 70 procent. En aangezien Detroit tachtig procent zwart is, kan het niet de schuld van de blanke zijn, ‘the white man’s fault’. “It’s not what he’s doing to you, it’s what you’re not doing.”

Er ontstond discussie in de zwarte gemeenschap. GIng Cosby te ver? Had hij niet makkelijk praten? Speelde hij racisten niet in de kaart? Het leek erg interessant te worden. Maar toen kwamen de aantijgingen. Een 31-jarige Canadese beweerde dat Cosby haar in januari 2004 onzedelijk had betast, en meer, in zijn prachtige villa in de buitenwijken van Philadelphia. Na een etentje was ze op zijn aandringen met hem meegegaan. Ze klaagde over stress en Cosby gaf haar ‘herbal medication’, zoals hij dat noemde. Daar werd ze duizelig van en het enige dat ze zich nog herinnerd is dat Cosby haar borsten beroerde, en haar hand op zijn genitaliën legde. En dat ze om vier uur ’s nachts wakker werd, haar kleren in de war en met een open b.h. Ze reed haarzelf daarop naar huis. Toen de openbaar aanklager besloot de zaak te seponeren, trad er een andere vrouw naar voren, ene Tamara Green, een juriste uit California. Zij gaf een zelfde verhaal, maar dan van jaren terug, toen zij nog als model en cabaratière een carrière probeerde op te bouwen.

Exit Cosby. In the Washington Post van vrijdag 20 februari schrijft journalist Kevin Merida dat het publiek in Detroit zich inmiddels afvraagt: “Bill, wanneer zien we je weer? Bill, zullen we je ooit weer zien?” Een dikke zwarte mevrouw die een bijeenkomst bezoekt over het voorkomen van autodiefstal, in de Cora L. Rice Elementary School in Prince George’s County in Washington D.C., een volledige zwarte buurt met hoge criminaliteitscijfers, zegt helder wat de rest van het land denkt: “Nu zien we hem van die verhalen afsteken, en blijken er bij hem zelf lijken in de kast te hangen. Wat voor voorbeeld is dat nu weer?”