Coverende diva kreunt en knort

Ze tuitte haar lippen nogmaals op de bekende diagonale wijze, trok twee keer demonstratief aan de honderiem om haar nek en spurtte naar de achterzijde van het podium. Met een nieuwe, dit keer blonde pruik trad ze richting microfoon. Onderwijl gordde ze een plastic schortje om haar middel. Twee felroze borsten bedekten nu haar doorkijkblouse. De glimmende, messcherp gesneden lakbroek en de hoge zwarte laarzen liet ze onveranderd.

Terwijl de band de eerste akkoorden van Ian Dury’s Hit me with your rhythm stick inzette, rende iemand het podium op om een nieuw wit vel naast de zangeres op de grond te spreiden. De tekst misschien? De zangeres sloeg er nauwelijks acht op. Haar tong zigzagde razendsnel tussen haar mondhoeken. Met een hemelse blik richtte ze haar mascarawimpers naar het plafond, tuitte nogmaals haar lippen en croonde en kraste zich vervolgens door Dury’s tekst.
Nina Hagen, afgelopen vrijdag in Paradiso. De diva van de punk in een anderhalf uur durende, achteloos opgediste sm-act, muzikaal bijgestaan door een curieus allegaartje hardrockers. De goede smaak bleef buiten de deur, zeker in de repertoirekeuze. Mag je amper een maand na zijn zelfmoord Kurt Cobains Rape Me als cover presenteren? En - nog belangrijker - moet je daar als concertbezoeker na afloop voor applaudisseren?
Eigenlijk niet, als ik de NRC daags na het concert goed begrijp. Tussen de regels van de recensie klinkt een striemend fluitconcert. Maar Rape Me - al scherp bekritiseerd in feministische kringen voordat Cobain een eind aan zijn leven maakte - is een even cynisch als schrijnend pamflet van een door zijn omgeving leeggezogen rockidool. Juist door die aanklacht op het repertoire te zetten, blijft Cobains muziek en gedachtengoed levend.
De eventuele twijfels van de poprecensent zijn aan Nina Hagen minder besteed. Zoals haar hele omgeving Hagen ogenschijnlijk onberoerd laat. Schaamteloos grasduinde ze tegen het eind van het concert in het werk van de Amerikaanse singer-songwriter Ben Harper. Met het tekstboekje in haar hand bracht ze twee van diens subtiele, ingetogen liedjes in een ruige rockbezetting.
Cover na cover derhalve in Paradiso. Hagens recente cd Revolution Ballroom kwam amper aan bod. Het album werd in het treinblad Rails nog enthousiasmerend getypeerd als de meest toegankelijke plaat die Hagen ooit produceerde, ‘vol gewone rock, reggae en rhythm & blues’. Reden waarom Hagen de spaarzame interviews rond het verschijnen van de cd aangrijpt om een nieuwe omgang met de natuur te bepleiten. Van haar eigen werk heeft ze al afstand genomen.
En toch. En toch. In de recent door een vakkundige jury samengestelde Elpee Top Honderd prijkt het debuutalbum van de Nina Hagen Band vijftien jaar na dato op een eervolle eenenvijftigste plaats. Bij hernieuwde beluistering is het album nog altijd verbluffend in veelzijdigheid. Hitsige reggae, onstuimige punk, een aria uit een opera en zorgvuldig geconstrueerde rocksongs waarin technologische bliepjes organisch worden gemixed met het geluid van een aanzwellende storm. Het geheel samengesmeed door Hagens afwisselend kreunende, knorrende en kirrende stem.
De drie octaven die ze op dat album in razend tempo op en neer fladdert, bleken in Paradiso door dalend stembereik tot de lagere regionen gereduceerd. Waarmee de vergelijking met haar ex-geliefde Herman Brood, twee weken eerder in Paradiso, zich opdringt.
Beiden kwamen recent met een clichematig rockalbum op de proppen. Brood klampte zich er in Paradiso zonder succes aan vast en wist daardoor uiteindelijk zelfs aan zijn eigen evergreens geen succes meer te ontlenen. Hagen schrapte haar eigen verleden en dook in andermans werk. Vaak ging ze er tijdens dit concert de mist mee in, maar haar versie van Herman Broods Dope Sucks klonk heel wat overtuigender dan die van Brood zelf, twee weken tevoren.