COWBOYS

‘Revolverhelden zijn géén samoerai’, zei Akira Kurosawa begin jaren tachtig na het zien van John Sturges’ western The Magnificent Seven (1960), gebaseerd op zijn eigen Seven Samurai (1954). Het was snijdend commentaar van de Japanse meester. Amerikaanse critici toonden zich in die tijd onwetend en racistisch in hun oordeel over zijn meesterwerk. Sommigen vonden bijvoorbeeld dat de ‘Japanse aanleg voor imitatie’ de belangrijkste bestaansreden was van Seven Samurai. Imitatie had er níets mee te maken. Kurosawa bewonderde inderdaad de klassieke westerns van John Ford en George Stevens. Maar zoals Kurosawa zei, ‘revolverhelden zijn geen samoerai’. Het punt was dat hij juist binnen een oer-Japans genre werkte, de chambara, de samoeraifilm.



De bordjes werden verhangen toen John Sturges kwam met een eigen remake van de Kurosawa-film. Kennelijk was ‘imitatiedrang’ toch niet exclusief een Japanse karaktereigenschap. Sterker, Kurosawa groeide uit tot een inspiratiebron voor grote Amerikaanse regisseurs van de jaren zeventig, onder anderen Steven Spielberg, George Lucas, Francis Ford Coppola, Sam Peckinpah en Arthur Penn.
Dat zowel Japanse als Amerikaanse regisseurs in een verhaalvorm kunnen werken die zoveel verschillen én overeenkomsten vertonen, geeft aan dat er iets mythologisch in de western- en samoeraifilm zit. Wat dat precies is, heeft te maken met de universele aantrekkingskracht van de strijd tussen goed en kwaad en de aloude verhaalconventies van heldenepossen gecombineerd met de meer instinctmatige plezierbeleving bij het zien van visuele actie in de bioscoop.
Al deze elementen komen volmaakt bij elkaar in Sturges’ The Magnificent Seven, waarvan het Filmmuseum in Amsterdam een nieuwe kopie aan zijn collectie heeft toegevoegd die daar van 25 september tot 4 oktober in roulatie gaat. Het is een prachtige film, visueel overdonderend doordat Sturges zich een meester toont in het manipuleren van het CinemaScope-breedbeeldformaat. Dat deed hij ook al eerder in zijn antiracismefilm Bad Day at Black Rock (1955), met Spencer Tracy in de hoofdrol. De psychologische spanning in Bad Day wordt in The Magnificent Seven vervangen door de heroïsche muziek van Elmer Bernstein, een romantische, avontuurlijke setting en iconische personages, gespeeld door acteurs met een kenmerkend uiterlijk én karakter: de leider, de kale Yul Brynner, en zijn team, de woeste Charles Bronson, de mooie Horst Buchholz, de ruige Brad Dexter, de gluiperige Robert Vaughn, de sportieve James Coburn en de rebelse Steve McQueen.
Stuk voor stuk zijn ze outlaws en wrekers, antihelden die hun leven op het spel zetten om de dorpelingen te bevrijden van het juk van de onderdrukker, de Mexicaanse bandiet, gespeeld door Eli Wallach. En dat is de mythologische rode draad, van pak ’m beet Beowulf tot iets recents als Wall-E – allemaal teksten waarin de kleine man in spanning wacht op de grote held, de magnifieke verlosser. Dat gebeurt ook in Seven Samurai. Misschien zijn ze allemaal toch gewoon cowboys.

INFO:
John Sturges
The Magnificent Seven
Filmmuseum Amsterdam
25 sept t/m 1 okt, 19.15; 2 t/m 4 okt 21.45
www.filmmuseum.nl