Essay: Op de grens van fictie en bedrog

Creality-tv

Sinds de komst van Talpa afgelopen weekeinde heeft Nederland het meest commerciële omroep bestel van Europa. Nergens is de verhouding tussen publiek en privaat zo uit het lood geslagen als hier. Toch moet de publieke omroep zich meer kritiek laten welgevallen dan de commerciële. Ten onrechte.

Begin juni eisten de fracties van SGP en ChristenUnie dat het kabinet het RVU-televisieprogramma God bestaat niet van de buis haalde. De kamerleden De Vries en Slob achtten het «ronduit blasfemisch». Premier Balkenende en minister van Justitie Donner gingen niet op het voorstel in, maar lieten weten het programma te beschouwen als «voorbeeld van hoe het absoluut niet moet».

Over smaak valt niet te twisten, maar het programma sneed wel degelijk hout. Het bestond uit zes afleveringen waarin Paul Jan van de Wint wetenschappers en filosofen interviewde over hun atheïstische levensvisie en over de functie, absurditeit en gevaren van het geloof, dit alles afgewisseld met sketches van beroepsprovocateur Rob Muntz. «Als wij in een ontzuilde, seculiere staat leven waarin godsdienst een persoonlijke keuze is, waarom bestaat er dan nog bijzonder onderwijs, staat er ‹God zij met ons› op de munt en komt de Heer nog voor in de troonrede?» aldus de makers.

Dat uitgerekend God bestaat niet het moest ontgelden, wekt om diverse redenen bevreemding. Ten eerste vielen vorm en inhoud van het programma samen, zodat de boodschap niet anders kon worden opgevat dan zij werd gebracht. De politici zeiden dan wel te ageren tegen de vorm, maar ze hadden eigenlijk moeite met de boodschap die, helaas voor hen, onder de vrijheid van meningsuiting valt.

Zorgwekkender was de beperktheid van het politieke discours die zich hier openbaarde. Onder de noemer reality biedt de commerciële televisie tegenwoordig een hausse van programma’s die door de incongruentie van vorm en inhoud veel problematischer zijn.

Reality-tv zag in Nederland het levenslicht in 1992 met het programma The Real World van jongerenzender MTV. Nu die show aan zijn zestiende seizoen toe is, domineert reality het aanbod van alle commerciële zenders. Het genre heeft zich niet alleen snel verbreid, het heeft ook een drastische metamorfose ondergaan. Het oerprogramma van het genre, Big Brother, begon als een kijkje achter de schermen van het leven van de «gewone man». Omdat het rond de klok diens ledigheid registreerde, was het reality ten voeten uit. Het kreeg echter al gauw het predikaat saai, hetgeen aanleiding gaf tot absurde varianten waarbij het prijzengeld steeg tot een miljoen. De bewoners van het Big Brother-huis werden steeds minder alledaags: een transseksueel (Kelly in BB2), een groep afgedankte Bekende Nederlanders (in BB Vips) en een ex-gedetineerde (Sjekkie in de Big Brother-spin-off De bus). In de derde serie kregen de deelnemers vreemde opdrachten terwijl de camera-aandacht verschoof van hun alledaagse bezigheden naar hun onderlinge ruzies en romances. In Duitsland bereikte de show een toppunt doordat een speciaal aangelegd dorp vol werklozen tot permanente kijkdoos werd verheven. Van werkelijkheid was hier nauwelijks sprake.

Tegelijkertijd veroverde Idols de wereld, de show die pretendeert een talentenjacht te zijn maar zijn succes dankt aan het tegenovergestelde: talentloze kinderen, gebiologeerd door het vooruitzicht van een podium carrière, worden voor schut gezet door een genadeloze jury. Er is geen twijfel over mogelijk dat het de verantwoordelijke zenders RTL4 en Yorin om die afgang te doen was. Dat bleek uit de voortdurende herhaling van de opnamen van «slechtste deelnemers» en uit de aflevering waarin de acht «slechtste» kinderen zich door twintigduizend toeschouwers mochten laten uitlachen terwijl ze op de middenstip van het Gelredome Simply the Best zongen.

De rode draad in deze programma’s is een kloof tussen bedoeling en vorm, tussen de verklaarde intentie van de maker en de boodschap aan de kijker. Een programma waarin vrouwen aan de keuring van een vrijgezel worden onderworpen met als doel een «romantisch» tv-huwelijk (The Bachelor van Yorin), is geen blijk van «nieuwe» moraal. Een huwelijk gebaseerd op de hoogte van een bankrekening (Ja, ik wil een miljonair van RTL4) is dat evenmin. Het spelprogramma Make Me a Mom (uit de koker van Endemol) waarin een vrouw het zaad van de winnaar als prijs overhandigd zou krijgen, werd dan wel nooit ten uitvoer gebracht, maar een grote geruststelling is dat niet.

Het verklaarde doel is een relatie, huwelijk of zwangerschap, maar de romantische aanloop wordt door de makers bedacht. Zonder inbedding in een gecreëerde werkelijkheid komt de gewenste reality niet tot stand. Critici spreken van «creality-tv»: realiteit gecreëerd voor en door televisie. De grens tussen fictie en bedrog is hier even ver zoek als die tussen fictie en feit. Dat de relatie geen stand houdt of het huwelijk niet wordt geconsumeerd, blijft buiten beeld. Make Me a Mom ging niet door omdat het programma onomkeerbare gevolgen zou hebben: een kind laat zich niet terugdraaien.

In Temptation Island van Veronica gaat de bedrieglijkheid van het programma, dat zichzelf aanprijst als «real-life relatietest», zo ver dat er geen sprake meer is van suggestie. De serie gaat over bedrog, dat wil zeggen over stelletjes die, ondanks hun voornemen om weerstand te bieden, voor de camera «vreemdgaan» met begeerlijke derden. En zij is bedrog: de beelden van hun «misstappen» worden verknipt, vertraagd en met behulp van muzikale begeleiding of anderszins verdraaid en niettemin aan de kijkers en deelnemers gepresenteerd als zuivere re gistratie van wat er gaande is. De deelnemers kunnen uit de beelden niet anders dan concluderen dat hun partner vreemd is gegaan. Dus nemen zij wraak in een kat-en-muisspel met de programmamakers, die de beelden daarvan ook weer manipuleren en aan de andere partner tonen, net zo lang tot een van hen de relatie en plein public beëindigt.

De kijker die zijn voyeuristische verlangen bevredigd waant, is uiteindelijk ook bij de neus genomen. Presentatrice Tanja Jess bekende in een column van 12 mei 2005 in Spits dat haar op de eerste redactievergadering werd verteld: «Verwacht er nou niet te veel van. Er gebeurt in het algemeen niet zo veel, we mogen al blij zijn als we in een week een zoentje scoren. Dus dat wordt weer veel draaien en dan flink wat knip- en plakwerk.» Zoals de eerste de beste voetballiefhebber weet, lijken overtredingen altijd erger in vertraagde herhaling. Welnu, alle «relevante» beelden in Temptation Island worden vertraagd afgespeeld. Omdat muziek een bepaalde sensatie kan opwekken of versterken, worden de «ontluisterende» beelden op de montagetafel voorzien van suggestief filmisch geluid.

Deze creality-tv woekert door in andere segmenten van de commerciële televisie, ook in nieuwsuitzendingen en reportages. Een goed voorbeeld is Probleemwijken van SBS6, zogenaamd een kijkje in de levens van de ruziënde bewoners van Nederlandse achterstandswijken. Het was door de makers voorzien van een «reality»-kader zodat het leek alsof ze slechts hun journalistieke lens richtten op de gevolgen van politiek wanbeleid, maar uiteindelijk richtte het programma zelf grote schade aan: onlusten in Eindhoven en Assen, rellen in Den Bosch en een zelfmoord in Leeuwarden. De geruchten dat de producenten gratis alcoholische drank uitdeelden alvorens de camera’s te laten draaien, hoeven niet eens waar te zijn: het was toch wel duidelijk dat hier van journalistieke bedoelingen en een doortimmerde voorbereiding geen sprake was. Het ging louter om de sensatie.

Intussen vragen de publieke omroepen zich af waarom politiek Den Haag aan hun positie blijft wrikken en waarom een partij als D66 zonodig dingen wil repareren die niet stuk zijn. Staatssecretaris Van der Laan wil de budgetten voor Nederland 1, 2 en 3 komend jaar met veertig miljoen en in 2007 nog eens met het dubbele korten, aangezien «de publieke omroepen zich niet bezig dienen te houden met amusement». Haar plannen gaan ten koste van de journalistieke en culturele programma’s Nova, Buitenhof, Zembla en Andere tijden. Mocht zij haar zin krijgen, dan rest de nieuwskijker geen andere keuze dan Actienieuws van SBS, een programma dat zijn bestaansrecht ontleent aan kijkcijfers en elk item opblaast tot buitenproportionele omvang.

Angst zaaien is de rode draad. In de Actienieuws-uitzending van 25 mei ging een journaliste op pad met een plastic tas waarin met enige fantasie een bom verstopt zou kunnen zijn en liet hem onbewaakt staan in achtereenvolgens een bank, in een supermarkt en bij een rondvaartboot. Toen de «bom» na vijf minuten niet was opgemerkt, concludeerde ze dat «Nederland een speeltuin voor terroristen» is. De minder kritische kijker weet niet beter of hij moet de eerstvolgende onbeheerde tas of rugzak in de trein zo snel mogelijk melden aan de autoriteiten – een loze bommelding van het soort dat de volgende dag openingsitem van Actienieuws is.

Ook hier is het «reality»-gehalte het voornaamste vehikel van de manipulatie. Een opening als: «Nederland is hoge benzineprijs zat» wordt kracht bijgezet met wat in televisiejargon vox-pop (vox populi) heet (fragmenten van schijnbaar willekeurige voorbijgangers die de stelling ondubbelzinnig bevestigen) en een opiniepeilinkje van Maurice de Hond, die, getuige de website, nogal veel door Actienieuws wordt ingezet. De site is grotendeels gewijd aan «dreigingen» die ons land boven het hoofd hangen: «Een derde van de bevolking is bang voor een aanslag. Het is interessant om te zien dat nog steeds 53 procent denkt dat het niet kan gebeuren.» Zo geformuleerd lijkt het vreemd dat niet méér mensen bang zijn.

De vraag: «Onlangs zijn er tien nieuwe landen aan de EU toegevoegd. Denkt u dat daardoor de criminaliteit in Nederland zal toenemen?» wordt volgens Actienieuws door 56 procent van de respondenten bevestigend beantwoord, terwijl «slechts 26 procent» meent van niet. Het kleine aantal geënquêteerden (achthonderd) noch de suggestiviteit van de vragen of de onvolledigheid van de bevindingen weerhoudt Actienieuws van de slotsom dat «de resultaten schokkend en verrassend zijn» en dat de enquête «feilloos de vinger heeft gelegd op dat wat leeft in de samenleving».

Ook de SBS-series Politieachtervolgingen, Pas op voor zakkenrollers, Wegmisbruikers en De smaakpolitie zijn paradepaardjes van de manipulatie-tv. Wegmisbruikers haakt gretig in op het feit dat «iedere dag drie mensen om het leven komen in het verkeer» en geeft het «goede» voorbeeld door ons «te confronteren met de mogelijke gevolgen van ons gedrag». Niettemin hijst het programma alle gefilmde overtredingen in een overdreven, bijna komisch jasje en blijven de werkelijke gevolgen of bruikbare adviezen steevast achterwege – een vorm die eerder uitnodigt tot gevaarlijk gedrag dan ertegen waarschuwt.

De smaakpolitie pretendeert een kritische blik te werpen op de hygië ne in de vaderlandse horeca, maar zaait enkel argwaan. «Roetvorming door de barbecue kan dodelijk zijn», orakelt presentator Rob Geus: «En etenswaren over datum zijn een bron van ziektekiemen.» De suggestie dat geen enkele horeca-instelling te vertrouwen is, wordt onderbouwd met een overrijpe tomaat en een pak zure melk ergens in een Nederlandse koeling. Intussen spreekt SBS wel van «reportages» alsof deze items de werkelijkheid en niets dan de werkelijkheid in huis brengen.

RTL (waar ook Yorin onder valt) en SBS (met Veronica) grossieren ook in metamorfoseprogramma’s die de kijker zijn lelijkheid voorhouden en hem vervolgens troosten met een nieuw ideaalbeeld. Het thema kent zeventien actuele varianten: What Not to Wear, Tien jaar jonger in tien dagen, Wat je eet ben je zelf, De afvallers, Looking Good, America’s Next Topmodel, Extreme Makeover, Verbouw mijn familie, De modepolitie, Make Me Beautiful, Extreme Home Makeover, Monster House Makeover, Debbie’s facelift voor je huis, Bouw je droom, Het blok, American Princess en De grote beurt.

MTV’s I Want a Famous Face overschrijdt alle ethische grenzen door jongeren door middel van het chirurgijnmes het aanzien van beroemdheden aan te meten. Is dat echt hun hartenwens, vraag je je af, of zijn de chirurgen en kandidaten hiertoe slechts bereid omdat MTV hun fifteen minutes of fame gunt?

De veelgehoorde constatering dat we niet gedwongen zijn om naar commerciële televisie te kijken is gedeeltelijk juist, maar rechtvaardigt geen afzijdigheid. Het aandeel van de commerciëlen in het tv-aanbod is nog altijd groeiende. De uitzendrechten van voetbalwedstrijden zijn nu ook in commerciële handen en de beelden worden tot woede van de liefhebber bezoedeld met reclames en prijsvragen. Publieke programma’s die het hoofd boven water moeten houden, neigen naar dezelfde trucs. Het van oorsprong oerdegelijke Studio Sport trakteert de kijker al op sms-spelletjes en sensatie-items als De elleboog van de week.

Nu dankzij Medy van der Laan de nek van de NPS ook al in de politieke strop steekt, duurt het niet lang of we hebben niets over om naar te kijken. Of er werkelijk vraag is naar het commerciële aanbod is hoogst twijfelachtig. Het staat helemaal niet vast dat het zo bedroevend is gesteld met de wensen van televisiekijkend Nederland. Het is eerder zo dat we kijken naar wat we voorgeschoteld krijgen. En dat bevredigt ons allerminst, de liefhebbers van voetbal en satire voorop, ook al is het bestaan van zo’n breed en diffuus gevoel van onbehagen vooralsnog niet wetenschappelijk te staven.

Het neemt niet weg dat het onaanvaardbaar is als men ons allerwegen creality voor reality verkoopt. Zenders die zich op zulke wijze bezighouden met onze individuele of maatschappelijke malaise zijn zelf onderdeel van het probleem. En dat worden ze des te meer wanneer het alternatief wegvalt omdat de ontkoppeling van vorm en inhoud om wille van de sensatie universeel is geworden. Dan duurt het niet lang meer of de voice-over van Kopspijkers, binnenkort in prime time te zien op John de Mols nieuwe zender Talpa, krijgt op de valreep gelijk: zappen is zinloos.