Creatieve wanhoop

Mexico Stad – De Mexicaanse president Felipe Calderón lijkt de drugsoorlog in zijn land als een soort klein-Irak te beschouwen. Hij verordonneerde vorige week zelfs zijn eigen ‘mini-surge’ door 2500 paratroepers naar het door ‘narcogeweld’ geteisterde Ciudad Juárez te sturen.

Het valt echter te betwijfelen of dit jongste offensief hetzelfde effect gaat hebben als de surge in Irak. Sinds Juárez maart dit jaar door de regering werd gemilitariseerd, is het geweld dermate geëscaleerd dat er in minder dan een jaar tweeduizend mensen in de strijd zijn omgekomen.

De situatie is zo ernstig dat de gemeente afgelopen maand zelfs besloot dat de militairen binnen een paar maanden de stad weer moeten verlaten. Liever geen bescherming dan een die schiet op alles wat beweegt.
Troepen blijven sturen helpt dus niet, maar wat dan wel? Onder het motto desperate times call for desperate measures komen wanhopige politici en opiniemakers dagelijks met radicale oplossingen voor het drugsprobleem. Mauricio Fernandez, burgemeester van San Pedro in de deelstaat Nuevo León, maakt het het bontst. Hij wil ‘schoonmaakcomités’ oprichten, die buiten het blikveld van de wet het probleem moeten aanpakken. In feite pleit hij dus voor het opzetten van doodseskaders. Het idee roept alom kritiek op, maar is strikt genomen niet nieuw. In verscheidene gebieden van het land opereren al zelfverdedigingscomités, opgericht door burgers die het vertrouwen in de corrupte politie zijn verloren, die de drugkartels met gelijke munt terugbetalen.

Niet minder omstreden is het idee van Jorge Castañeda Gutman, voormalig minister van Buitenlandse Zaken, in zijn recente boek De drugsoorlog, een mislukte oorlog, om terug te gaan naar de convivencia van de jaren negentig, het stilletjes toestaan van kartels op Mexicaanse grondgebied. Tijdens de negentigjarige dictatuur van de Partij van de Geïnstitutionaliseerde Revolutie (PRI) werd er weliswaar op grote schaal in drugs gehandeld, maar stonden corrupte overheden de kartels oogluikend hun bezigheden toe. Tegen vergoeding, uiteraard. Het idee wordt alom neergesabeld.

Sympathieker was het initiatief van een groep zakenlieden uit Juárez om de Verenigde Naties op te roepen dan maar een vredesmacht de stad in te sturen. Ze kregen nul op het rekest, want de VN stuurt immers geen soldaten om een criminaliteitsprobleem op te lossen.
Rest het idee van Milenio-columnist Jairo Calixto, die suggereert dat de Verenigde Staten een troepenmacht naar het noorden van Mexico moeten sturen. Zijn redenering: het Mexicaanse leger is te onervaren en te gewelddadig, terwijl de gringos na Irak en Afghanistan genoeg ervaring met bezettingen hebben om de klus te klaren. Of het zal helpen, zullen we waarschijnlijk nooit weten. Het is lang geleden, maar sinds de (verloren) Mexicaans-Amerikaanse Oorlog van 1846-48 is de aanwezigheid van Amerikaanse soldaten op Mexicaans grondgebied voor de meeste Mexicanen absoluut taboe.