Criminele bendes zijn de nieuwe vijand van Colombia

Bogotá - Zijn het paramilitairen of ordinaire, zwaarbewapende, criminelen? En tellen ze ruim vierduizend manschappen - zoals de politie beweert - of meer dan tienduizend, de schatting van Human Rights Watch? Terwijl de Colombiaanse overheid, analisten en ngo’s discussiëren over deze vragen, staat voor iedereen één ding vast: criminele bendes met als namen Los Rastrojos, Los Urabeños en Las Aguilas Negras vormen, in de woorden van politiegeneraal Óscar Naranjo, de ‘grootste bedreiging voor de nationale veiligheid’.

In een gewelddadig land als Colombia is dat geen retoriek om de bevolking achter een harde aanpak te krijgen. De bendes waren vorig jaar verantwoordelijk voor 38 moordpartijen waarbij 179 doden vielen. Ze voerden meer aanvallen uit tegen burgers dan de guerrillabewegingen Farc en ELN samen. Ook al hadden verschillende organisaties veel eerder gewaarschuwd voor de opkomst van de bendes, de discussie erover barstte pas echt los in januari na de executie van twee biologiestudenten. Waarschijnlijk waren de studenten tijdens onderzoek in een mangrovebos per ongeluk getuige van een cocaïnetransport.
Omdat ze uit hoofdstad Bogotá kwamen en daar studeerden aan een dure privé-universiteit, schoot Colombia ineens wakker. Er bleken toch kanttekeningen geplaatst te moeten worden bij de altijd als zo succesvol bestempelde veiligheidspolitiek van president Álvaro Uribe (2002-2010). Uribe complimenteert zichzelf nog steeds met het terugdringen van de Farc en de in zijn ogen geslaagde demobilisatie van 32.000 paramilitairen. Maar dat de Farc is verdreven betekent niet dat de staat de gezuiverde gebieden beheerst: de bendes zijn in grote gebieden heer en meester. Hun opkomst maakt verder duidelijk dat de demobilisatie van de paramilitairen door steeds meer mensen als ‘mislukt’ wordt omschreven. Ten eerste omdat er veel meer manschappen demobiliseerden dan wapens, die dus nog volop in omloop zijn. Ten tweede omdat het vooral oud-paramilitairen zijn die de nieuwe bendes leiden.
Zij rekruteren onder hun oud-collega’s of vinden gemakkelijk nieuwe manschappen. Nog steeds is Colombia een van de landen in de wereld waar de rijkdom en kansen om vooruit te komen in het leven het meest ongelijk zijn verdeeld. De stap naar de criminaliteit blijft een aantrekkelijk alternatief voor duizenden jongeren die hun situatie als uitzichtloos beschouwen. Of ze daarna paramilitairen, neoparamilitairen, of criminelen genoemd moeten worden, is niet zo interessant. Gefinancierd door de drugshandel zaaien duizenden Colombianen terreur in grote delen van het land. De vijand is zogenaamd nieuw, het nieuws is van alle tijden.