FILM: Seven Psychopaths

Crisis bij de maker

Nee, deze film wérkt niet. En dat is frustrerend. Want zoveel pluspunten. Die fabuleuze titel. Oude rotten in het vak Christopher Walken en Harry Dean Stanton naast de jonge Sam Rockwell. En de veelbelovende, van oorsprong Ierse regisseur Martin McDonagh die ook als toneelschrijver bekendstaat. Een paar jaar geleden maakte hij het prachtige In Bruges, over twee sluip­moordenaars op vakantie in België. Maar zijn nieuwe film haalt dat niveau niet.

Waar in In Bruges ijzeren discipline in de vertelvorm voorop staat, daar overheerst chaos in Seven Psychopaths. Misschien is dat illustratief voor een crisis bij de maker zelf betreffende dit project. De film gaat over een Ierse regisseur in Hollywood, ‘Martin’ (Colin Farrell), die zonder veel succes probeert een film te schrijven over ‘zeven psychopaten’. Hierin wordt hij bijgestaan door een enthousiaste vriend Billy (Rockwell) die samen met Hans (Walken) voor de kost zorgt door in Los Angeles bij rijke bewoners honden te stelen en die vervolgens tegen betaling aan hun dankbare baasjes terug te bezorgen. Maar dan jatten Billy en Hans het hondje van de gangster Charlie (Woody Harrelson).

Seven Psychopaths voelt overdreven zelf­bewust en daardoor gedateerd aan. De teksten zijn slim en snappy genoeg, maar het is alsof de geest van vernieuwing die Quentin Tarantino al begin jaren negentig bracht nog steeds te nadrukkelijk op de achtergrond aanwezig is. Immers, zelfs Tarantino liet het spelen met genre en de mix van realisme en fictie achter zich na Reservoir Dogs en Pulp Fiction. Interessant genoeg is er net als bij Tarantino ook in de film van McDonagh een mooie, homo-erotische subtekst, in de relatie tussen Martin en Billy, maar die wordt niet overtuigend uitgewerkt.

Wat overblijft is een bij vlagen interessante raamvertelling over het maken van een film en een bizarre nevenverhaallijn over wraak. En het kijken naar twee van de beste acteurs van hun generatie: naast Christopher Walken ook Harry Dean Stanton, bekend van onder meer Wim Wenders’ Paris, Texas (1984). In een van de psychopaatverhalen die Martin schrijft achtervolgt Stanton, een Quaker, de moordenaar van zijn dochter. In het verhaal denkt de moordenaar aan de wraak van de oude, zoals het een Quaker betaamt in het zwart geklede Stanton te ontsnappen door zich van het leven te beroven. Blijkbaar beland je dan in een hemel waar niemand je kan vinden – behalve zij die zélf ook zelfmoord plegen. Zoveel haat en wraak zit er dus ook in Stanton. Dit deel van de film werkt prachtig.

Dat geldt ook voor vrijwel alle scènes met Walken. Zijn vertolking is soms geniaal, omdat hij de grens met zelfparodie lijkt op te zoeken. Dat betekent dat Walken soms simpelweg de rol van Walken speelt, van de acteur die in zijn rollen van The Deer Hunter (1978) tot True Romance (1993) een eigen stijl heeft ontwikkeld: intens, gevoelvol spel gevolgd door waanzinnige episodes van psychotisch gedrag. In Seven Psychopaths past dit mooi, juist omdat de film zichzelf als belangrijkste onderwerp heeft.

Walken en Stanton in topvorm zijn evenwel niet genoeg om de film te redden. Dat zou met de tijdgeest te maken kunnen hebben. Toevallig zag ik recent de neo noir The Killers (1964) van Don Siegel opnieuw, over twee huurmoordenaars die vraagtekens zetten bij hun laatste opdracht. Een film zonder een zweem van parodie of ironie of humor. Harde mannen in een hard, cynisch verhaal over geld en seks. Op de een of andere manier komt deze stijl of benadering relevanter over dan die van McDonagh. Meer authentiek. En actueel.

Te zien vanaf 13 december