Rotterdam-Zuid middelpunt van de wereld

Crisis in De Kuip

‘Heel Rotterdam zit in een dip’, aldus de Rotterdamse stadshistoricus Jan Oudenaarden. De crisis komt ook hard aan bij Feyenoord. ‘In feite beleeft Jorien van den Herik nu wat Ad Melkert overkwam tijdens de Fortuyn-revolutie.’

ROTTERDAM – ‘Feyenoord, volksclub van Geen Woorden Maar Daden, met haar unieke clubcultuur, trots van Rotterdam en verre omstreken, voetbalbolwerk met haar hondstrouwe Legioen en economisch potentieel, met haar prachtige stadion en roemrijke geschiedenis, is onder eindverantwoordelijkheid van Jorien van den Herik verworden tot een kleurloze en kwaliteitsarme subtopper, die onder curatele staat bij de bond.’ Aldus de aanhef van een pamflet dat zondag 1 oktober, vooraf aan de wedstrijd Feyenoord-nac (3-2), werd verspreid onder de bezoekers van De Kuip.

In het stadion hingen tientallen spandoeken met teksten als: ‘Jorien ne va plus’, ‘Gloryhunters stay home’ en: ‘Door die kale op z’n boot ons cluppie dood’. Betreffende ‘kale’ is Jorien van den Herik, de Sliedrechtse ondernemer die in 1991, tijdens de crisis na het wegvallen van hoofdsponsor hcs, werd binnengehaald als reddende engel van de club, maar inmiddels van de Rotterdamse politie het advies heeft gekregen voorlopig De Kuip te mijden.

De fanatieke Feyenoord-aanhang verwijt Van den Herik – die zijn kapitaal maakte met een dakdekkersbedrijf en inmiddels ook forse belangen heeft in het Amsterdamse diamantairbedrijf Gassan en tal van Amerikaanse ondernemingen – dat hij Feyenoord het liefst bestiert vanaf zijn zeewaardige jacht in de Griekse wateren. Hij wordt als hoofdverantwoordelijke beschouwd voor de financiële malaise van de club, die onder curatele van de knvb staat. In genoemd pamflet wordt Van den Herik ‘technisch wanbeleid, falend personeelsbeleid, financieel wanbeleid, misbruik van de organisatiestructuur en het voorliegen en minachten van Feyenoord-supporters’ verweten. Ook wordt hij ervan beschuldigd een ‘woekerrente’ van twaalf procent in rekening te brengen aan de club voor leningen, bijvoorbeeld ten bate van de Feyenoord-voetbalschool in Ghana.

Van den Herik kwam in 1984 binnen bij Feyenoord als geldschieter. Al snel groeide hij uit tot spin in het web in de organisatie van de club, die door Harry van Wijnen in zijn boek De Kuip (1989) wordt omschreven als ‘veruit de ingewikkeldste van enige voetbalorganisatie ter wereld’. Nadat hij drie miljoen gulden had gestoken in de club werd Van den Herik voorzitter van de Stichting ‘Vrienden van Feyenoord’, een geformaliseerd ‘old boys network’. In 1988 werd hij voorzitter van de Beheersstichting en president van Stadion Feyenoord NV. Drie jaar later, tijdens de hcs-crisis, greep hij de absolute macht als onafzetbaar voorzitter. ‘Als ik mijn geld kwijtraak, dan ben ik er graag zelf bij’, motiveerde hij deze stap.

Van den Herik ontpopte zich als een bestuurder zoals Rotterdammers die graag zien: autoritair, welbespraakt, en bovenal een ware Rotterdamse patriot. Toen zijn pr-manager Nicole Edelenbos een relatie kreeg met een Ajax-directeur werd ze onverwijld op beschuldiging van hoogverraad de laan uitgestuurd. Van den Heriks ‘finest hour’ was in 2002 toen de Uefa Cup werd gewonnen. Sindsdien zit de klad er echter fors in. Van den Herik werd beschuldigd van belastingfraude en de Fiod viel binnen bij Feyenoord. Intussen is Van den Herik al twee keer vrijgesproken (ook in hoger beroep). Het openbaar ministerie is echter niet bereid zijn verlies te nemen en zoekt het opnieuw hogerop.

Afgelopen zomer moest de club haar twee grootste vedetten – Salomon Kalou en Dirk Kuyt – aan het buitenland verkopen om aan de financiële verplichtingen te voldoen. Ter vervanging van het spitsenduo trok Van den Herik onder anderen Charisteas aan, die bij zijn vorige werkgever Ajax op het tweede plan was geraakt. ‘Veel supporters dachten dat er nu eindelijk wél geld was voor goede aankopen, omdat Van den Herik de afgelopen jaren steeds beweerde dat Feyenoord financieel gezond was’, aldus het anti-Van den Herik-pamflet. ‘Totdat de keiharde en ontluisterende waarheid nota bene door de media naar buiten werd gebracht: van de torenhoge transferopbrengsten moest per direct en noodgedwongen zo’n 15 miljoen euro worden gebruikt om een forse schuldenlast weg te werken. Feyenoord had in 2005 een eigen vermogen van 16.000.000 euro negatief, waardoor de club onder curatele staat bij de bond. Niks financieel gezond dus: Van den Herik heeft ons wat dat betreft jarenlang aantoonbaar voorgelogen!’

Sinds ongeveer een jaar is Feyenoord een NV en fungeert Van den Herik als voorzitter van de raad van commissarissen. De dagelijkse leiding droeg hij over aan ex-Coca-Cola-topman Chris Woerts. Verleden week stortte Van den Herik zijn hart uit tegenover hoofdredacteur Johan Derksen van Voetbal International (VI). Hij wees alle verwijten van de hand. Het probleem is echter dat de boeken van Feyenoord niet openbaar zijn. Van den Herik stelde dat zijn familie in Rotterdam het slachtoffer is van bedreigingen en liet doorschemeren dat hij zijn voornemen om minstens tot 2008 – wanneer Feyenoord het honderdjarig bestaan viert – aan te blijven als bestuurslid wellicht niet zal nakomen vanwege de ‘hetze’.

In de ogen van zijn vele tegenstanders binnen de club staat Van den Herik de toekomst van Feyenoord hinderlijk in de weg. Er wordt geschermd met ‘havenbaronnen’ die gaarne zouden optreden als ‘suikeroom’ teneinde de club uit het financiële moeras te trekken. Dat wel onder voorwaarde dat Van den Herik zijn biezen pakt. Van den Herik is daar resoluut over: ‘Die suikeroom bestaat niet’, verklaarde hij tegenover VI. ‘Mensen die erg veel geld hebben, zijn zelden vrijgevig. Anders waren ze nooit zo rijk geworden.’

Niettemin blijft de aanhang messianistische verwachtingen koesteren aangaande een financiële reddingsactie vanuit de Rotterdamse ondernemerswereld. Achter die wensdroom schuilt de rotsvaste overtuiging dat Feyenoord ooit de ‘rijkste club van Europa, zo niet van de wereld’ was.

‘In feite overkomt Jorien van den Herik wat er een paar jaar geleden, tijdens de Fortuyn-revolutie, is gebeurd met Ad Melkert’, aldus de Rotterdamse stadshistoricus Jan Oudenaarden, Feyenoord-watcher van het eerste uur. ‘Opeens kan hij geen goed meer doen en krijgt hij de schuld van alles en nog wat. Hetgeen toch merkwaardig is, als je bedenkt dat Feyenoord vier jaar geleden nog Uefa-kampioen werd, de grootste internationale triomf van de club sinds drie decennia. Toen werd Van den Herik nog op handen gedragen door dezelfde mensen die hem nu verwensen.’

De oorzaak zit ’m volgens Oudenaarden wellicht in het gebrek aan openheid bij Feyenoord: ‘De boeken zijn bij mijn weten niet eens openbaar.’ Maar dat Feyenoord ooit de ‘rijkste club van de wereld’ was, gaat er bij deze trouwe fan niet in: ‘Er wordt nu geschermd met een enorme onroerendgoedportefeuille die zou zijn verkwanseld. Dat zou dan in de jaren zestig moeten zijn geweest. Toen beschikte Feyenoord bij mijn weten over welgeteld twee flatjes in Rotterdam-Lombardijen. In eentje woonde Ove Kindvall, de Zweedse aanvaller die Feyenoord in 1970 de eerste en enige Europa Cup bezorgde.’

Ter gelegenheid van het honderdste jubileumjaar van Feyenoord werkt Oudenaarden aan een ‘sociaal-topografische’ verhandeling over de relatie van Feyenoord met zijn omgeving. Oudenaarden: ‘Door de groei van Zuid groeide ook Feyenoord. Dat is te zien aan de adressen van de spelers, die aanvankelijk allemaal van Zuid, maar naarmate de club groeide van steeds verder weg kwamen. Het is ook zichtbaar aan de groei van de accomodatie, van stadsplein tot multifunctioneel stadion. Maar de glorietijden liggen opvallend genoeg in economisch slechte periodes als de jaren twintig, dertig en de jaren zestig, toen Feyenoord vaak kampioen werd.’

De huidige roep om een ‘suikeroom’ uit de haven kent een historische motivering. Het was de Rotterdamse ondernemer D.G. van Beuningen, eigenaar van de Steenkolen Handelsvereniging (shv), die in de jaren dertig het benodigde geld bijeenbracht voor de bouw van De Kuip, het eerste dubbeldeksstadion in het Nederlandse voetbal. Het was een creatie van Nieuwe Zakelijkheid-architect L.C. van der Vlugt. Deze tekende eerder voor de nabijgelegen fabrieken van het Van Nelle-concern in Rotterdam-Zuid.

Van der Vlugt baseerde het ontwerp van De Kuip op het Highbury-stadion van Arsenal in Londen en het honkbalstadion van de Yankees in New York. Feyenoord, voor die tijd spelend in een veel te krappe installatie aan de Kromme Zandweg, trad in 1921 – het jaar dat het grote Sparta aan de rechterkant van de Maasoever degradeerde – aan op het hoogste niveau van het Nederlandse voetbal. Het nieuwe stadion had een voor die tijd ongekende capaciteit van zestigduizend toeschouwers. Critici verweten de club megalomanie. Nadat vijftienhonderd mariniers en werkloze mannen in ruil voor een borrel en een sigaar de tribunes op schokvastheid hadden getest, speelde Feyenoord op 27 maart 1937 de openingswedstrijd van De Kuip tegen het Belgische Beerschot.

Sinds de oprichting van de eerste Nederlandse voetbalclub in 1879, de Haarlemse Football Club (hfc) was het voetbal in Nederland vooral een aangelegenheid voor de hogere sociale klassen. De onverbiddelijke opkomst van volksclubs als Feyenoord maakte daar een einde aan. In zijn afstudeerscriptie Feyenoord tijdens de oorlog wijst historicus Jurryt van de Vooren op de grote tegenstand die de ‘bootwerkers’ van Feyenoord ondervonden vanuit de meer elitaire geledingen van de Nederlandse voetbalwereld. Feyenoord-aanvoerder Kees Pijl, die in 1925 werd geselecteerd voor het voornamelijk door artsen en ingenieurs bevolkte Nederlands elftal voor het duel tegen Frankrijk, mocht na afloop van die wedstrijd niet eens aanzitten bij de gezamenlijke maaltijd van spelers en bondsbestuurders. Van de Vooren schrijft in zijn scriptie (te lezen op www.sportgeschiedenis.nl): ‘Bij de traditionele maaltijd van Oranje werd Feyenoorder Kees Pijl niet toegelaten tot de eettafel door de vertegenwoordigers van de hogere sociale lagen, waarop de Rotterdammer zijn conclusies trok en zijn koffer pakte. Snel ingrijpen van de officials, en de excuses van de heren, weerhielden Pijl ervan om definitief naar zijn woonplaats terug te keren. Pijl scoorde daarna vier maal.’

Pim Mulier, oprichter van de Nederlandschen Voetbal- en Athletischen Bond (nvab), zette anno 1939 nog zijn vraagtekens bij het oprukken van het havenplebs. ‘Ik herinner mij niet één jongen, die van 1880 tot 1895 gesignaleerd stond als ’n gevaarlijk individu’, aldus de ‘godfather’ van het Nederlandse voetbal. ‘Thans zijn die misdadig optredende typen hoe langer hoe meer op onze velden aan te wijzen. Wij speelden fair, onbesuisd, wild somwijlen, ruw misschien, en als het moest botsingen niet nodeloos mijdend, maar voorbedachte gemeenheid was ons vreemd.’

Het feit dat Feyenoord indertijd nauw gelieerd was aan het imperium van havenbaron Van Beuningen had repercussies. Zo was Van Beuningen een groot voorstander van de Oxford-beweging van de Amerikaan Frank Buchman, een voorloper van de beweging voor Morele Herbewapening, die voor de oorlog werd verdacht van pro-Duitse sentimenten. De Oxford-groep wilde De Kuip graag gebruiken voor propaganda, doch het Feyenoord-bestuur stak daar aanvankelijk een stokje voor. Na ingrijpen van Van Beuningen kwam de toestemming er uiteindelijk toch. In het clubblad De Feyenoorder schaarden diverse bestuursleden en spelers van de club zich enthousiast achter het gedachtegoed van de Oxford-groep. Van Beuningen – die in de jaren dertig optrad als sponsor van de nsb – trad in 1941 terug uit het Feyenoord-bestuur. Zo werd in ieder geval voorkomen dat Feyenoord voor ergere politieke propagandadoeleinden werd misbruikt.

Ironisch – gezien de onversneden antisemitische retoriek die anno 2006 nog steeds klinkt bij sommige segmenten van de aanhang – is dat Feyenoord zijn sportieve doorbraak in de jaren dertig te danken had aan de joods-Hongaarse coach Richard Dombi, alias ‘de Wonderdokter’. Dombi bracht de Feyenoorders bij hoe je de bal uit de lucht moest doodleggen met een slap voetje en hoe ze ‘kort’ moesten spelen, wat zou uitgroeien tot het voornaamste stijlkenmerk van het toenmalige Feyenoord-voetbal. Ook brouwde Dombi in de kleedkamer in een pannetje zijn eigen medicijnen, zoals zijn befaamde ‘rubbermelk’, waarmee blessures werden behandeld. Een andere legendarische joodse Feyenoorder was Phida Wolff, nota bene geboren te Amsterdam, waar hij werkzaam was als stenograaf van dagblad De Telegraaf. Wolff tekende onder meer voor de legendarische jaarboeken van de club. Tijdens de bezetting werd hij afgevoerd naar het concentratiekamp Amersfoort, maar na de oorlog kwam hij terug, anders dan de meeste joodse Feyenoorders.

De Kuip fungeerde tijdens de bezetting als gevangenis voor slachtoffers van de diverse razzia’s. Hoeveel joodse Feyenoord-supporters werden afgevoerd is onbekend. Om de door de nazi’s afgevoerde en vermoorde supporters te herdenken, werd na de oorlog bij De Kuip een monument opgericht, De Zaaier. Een overijverige gemeenteambtenaar constateerde echter dat voor de plaatsing geen vergunning was aangevraagd en liet het monument verwijderen. Tot op heden is onbekend waar De Zaaier is gebleven.

De huidige interne twisten bij Feyenoord zijn vooral te verklaren aan de hand van de dieperliggende onlustgevoelens bij de achterban in Rotterdam-Zuid, meent Manuel Kneepkens, dichter en voormalig raadslid namens de Stadspartij: ‘Bijna de helft van de Rotterdamse bevolking woont op Zuid, maar toch hebben ze niet het idee er echt bij te horen. Als ze naar de andere kant van de Maas gaan, zeggen ze tekenend genoeg dat ze “naar de stad” gaan. Alsof ze zelf niet eens in Rotterdam wonen, maar in een soort kolonie. Dat minderwaardigheidsgevoel wordt nog versterkt door het bestuurlijk apparaat, dat Zuid lang als een stiefkindje heeft behandeld. Toen er op de Kop van Zuid eindelijk een theater werd gebouwd, als ook een nieuwe rechtbank verrees, stelde het gemeentebestuur tekenend genoeg voor die zone voortaan ook maar als het centrum te beschouwen. Zuid moest een stukje naar achteren schuiven.’

‘De boeren van Zuid’ (zoals Jules Deelder ze pleegt te noemen) kozen als nergens anders in Nederland massaal de zijde van Pim Fortuyn en bleven diens ‘gedachtegoed’ trouw. Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2006 behaalde Leefbaar Rotterdam, de partij die Fortuyn in het leven riep, toch nog veertien zetels. De nieuwe sterke man van de Rotterdamse Leefbaren, Marco Pastors, resideert heden in Fortuyns voormalige woning aan de Randweg op Zuid en houdt kantoor in diens befaamde woonstulp Palazzo di Pietro. Kneepkens: ‘Pastors ontpopt zich als een soort Pim in het kwadraat. Hij is vooral tegen moslims, tegen de pvda en tegen kunst. Op een of andere manier blijft die boodschap vooral op Zuid weerklank vinden. Ik denk niet dat de meeste mensen daar de politiek erg nauw volgen, maar gebeurtenissen als 9/11 en de aanslagen in Madrid hebben er wel flink ingehakt. Als dan ook Donner nog eens verkondigt dat de invoering van de sharia mogelijk aanstaande is in Nederland – alsof dat ook maar mogelijk zou zijn gegeven het Europees verdrag voor de rechten van de mens – schiet men weer geweldig in de stress.’

Na decennia van systematische verwaarlozing trekt de gemeente Rotterdam nu samen met de diverse woningcorporaties een miljard euro uit voor de strijd tegen de verpaupering van Rotterdam-Zuid. Het ‘Pact op Zuid’ is bedoeld als lapmiddel tegen ‘het proces van selectieve migratie’ en moet de ‘sociale cohesie’ weer ‘solide’ maken. Met het Pact op Zuid wil het weer als vanouds door de pvda geregeerde stadhuis een historische inhaalslag maken. Wellicht schiet er een paar miljoen over om ook sportclub Feyenoord weer in de vaart der volkeren te brengen. Want niets komt de ‘sociale cohesie’ op Zuid meer ten goede dan een landskampioenschap.