Crisis in de kunst

Er zijn nogal wat kunstenaars die de stap zetten van de museumzaal naar de feature film. Soms omdat dat lekker werk is, met meer glitz, soms omdat het logisch volgt uit hun normale werk – bij Miranda July, bijvoorbeeld – maar ook wel omdat sommige kunstenaars noten op hun zang hebben en daar een groot publiek mee willen bereiken.

Medium kunst

Zo brachten Julian Schnabel met Before Night Falls en Steve McQueen met 12 Years a Slave hun maatschappelijke betrokkenheid naar een veel groter platform dan de museumzaal. Makkelijk is het niet; filmmaken stelt heel andere eisen, niet iedereen kan daarmee uit de voeten, maar bij het zien van Playtime, het spectaculaire en hemeltergend mooie werk van Isaac Julien in De Pont, Tilburg, komt de vraag onmiskenbaar op. Waarom hier?

Ook Julien maakt films over actuele thema’s. Playtime – de titel verwijst naar dat grappige protest tegen de moderne wereld van Jacques Tati – toont de wereld, meer precies de kunstwereld, na de perikelen van 2008. In briljant gefotografeerde decors in Londen, Dubai en Reykjavik voert Julien personages op, gespeeld door celebrity-acteurs als James Franco en Maggie Cheung, die de crisis en de rol van de hedendaagse kunstenaar daarin bespreken. Er is een rolletje voor de machtige veilingmeester Simon de Pury; de Filippijnse superster Mercedes Cabral speelt een dienstmeisje in een appartement in Dubai dat angstvallig binnenblijft, op de honderdzoveelste verdieping boven het beklemmende sci-fi stadslandschap, omdat ze buiten haar leven niet zeker is. Het zijn mensen die Julien van nabij kent, de verhalen zijn echt, het kamermeisje is gebaseerd op zijn eigen huishoudster, die ooit aan haar ‘eigenaars’ in Dubai ontsnapte. De film mist ook niet de curieuze positie van de maker zelf, die zijn prijzige project nooit zonder de steun van die overkokende markt had kunnen realiseren.

Playtime wordt op negen schermen tegelijk vertoond, in perfecte projectie; daarnaast toont De Pont een achttal eerdere films van Julien op één scherm. Daaronder is het al even betoverende Ten Thousand Waves, dat in een gelaagde vertelling mijmert over de dood van een twintigtal Chinese kokkelrapers in Morecambe Bay, Cumbria, slachtoffers van genadeloze mensenhandel.

Het discours over het effect van kapitaal op kunst en kunstenaar van Playtime past in een bredere context over de gevolgen van globalisering en kapitalisme – je zou de film zó ’s zondags in vpro’s Tegenlicht kunnen zien, zo intelligent wordt het hier gebracht. Maar waarom hier? Natuurlijk is dat een onhebbelijke vraag. Julien maakt de film die hij wil maken, en De Pont toont die, met vlekkeloze zorg, en dat moet genoeg zijn. Maar toen Eugène Delacroix het gruwelijke schandaal van de ondergang van het fregat Méduse aan de kaak wilde stellen deed hij dat – in 1819 – op het grootst mogelijke formaat met het grootst denkbare effect. De regering raakte in verlegenheid, er rolden koppen. Hier blijft de kunstenaar trouw aan een kleinere dimensie en een kleiner publiek, en ook aan een esthetische retoriek die even groots als impotent is. Is het verraad aan die verdronken kokkelrapers dat niet een miljoenenpubliek er kennis van neemt hoe zij op het wad aan hun lot werden overgelaten? Zitten de ijdelheid van de maker en zijn hang naar technische perfectie de boodschap in de weg? Vast niet. Maar het kwam wel bij me op.


Isaac Julien, RIOT. De Pont, Tilburg, t/m 31 mei; depont.nl


Beeld: Isaac Julien, Playtime_, 2014. Ultra high definition video-installatie met 7.2 surround sound (Peter Cox / De Pont)_