Film: Prince Avalanche

Crisis in het bosland

Maar die titel dan. Wat betekent Prince Avalanche? Geen idee, zegt regisseur David Gordon Green in een interview tijdens het Tribeca-festival in New York. Het gaat om een remake van een IJslandse film van een paar jaar geleden, getiteld Á annan veg, dat zoiets betekent als ‘beide richtingen’. Voor wat betreft zijn eigen film: hij zag de woorden ‘Prince Avalanche’ in een droom, het klonk gaaf, en daar moest hij een film van maken.

Met zijn nieuwe film vertelt Green, die eerder de leuke stoner comedy Pineapple Express (2008) draaide, een verrassend serieus verhaal over twee mannen die elkaars tegenpolen lijken. Alvin (Paul Rudd), een man van rond de dertig die weinig gevoel voor humor lijkt hebben, heeft een relatie met de zus van Lance (Emile Hirsch), een twintiger die ernstig kampt met seksuele frustratie. Ondanks de verschillen blijkt dat ze met dezelfde vragen worstelen. Wat voor leven krijgen ze straks? Een vol liefde en geluk en voorspoed?

Ze belanden in een soort mentaal vacuüm wanneer Lance een zomerbaantje neemt als hulpje van Alvin bij het verrichten van wegwerkzaamheden in het afgelegen bosland van Centraal-Texas. Terwijl ze eindeloos strepen op het asfalt verven lopen de irritaties hoog op. Alvin wil graag naar zijn Duitse taalbandjes luisteren, Lance geeft de voorkeur aan hardrock. Lance kan ogenschijnlijk aan niets anders denken dan getting the little man squeezed tijdens het weekend (ja, het betekent dát), Alvin blijft liever in het bos waar hij zichzelf vermaakt met lezen en schilderen, althans, dat zégt hij. Toch hebben ze iets gemeenschappelijks: ze lezen graag comics, vooral de erotische exploitatietitel Cave Girl. Met deze greep toont Green een fijn gevoel voor karakter en thema: iets ogenschijnlijk zo ­oppervlakkigs als een stripverhaal verhult een diepere laag, in het verhaal van Prince Avalanche én in het karakter van beide personages. Zowel de ernst van Alvin als de frivoliteit van Lance, een contrast tussen eenvoud en complexiteit, tekent de crisis waarmee beide mannen in het bos worden geconfronteerd.

Meditatieve landschapsbeelden, die als visuele punctuatie fungeren bij de gesprekken tussen Alvin en Lance, vormen een connectie tussen de wisselende tonen van de vertelling. Deze beelden bepalen uiteindelijk de betekenis van de film. De setting is het Texaanse bosland pakweg een jaar nadat honderden mensen dakloos waren geworden doordat bosbranden hun huizen hadden vernietigd. De film begint met een apocalyptische, beeldvullende bosbrand, met elkaar afwisselende schakeringen van rood, zwart en wit die overgaan in grijs en geel. Deze laatste kleur wordt gevormd door verf die Lance en Alvin gebruiken om de lijnen op de weg te trekken. Een mooie metafoor: twee mannen onderweg naar ergens, ogenschijnlijk zonder een doel, maar desondanks zoekend naar een richting.

Het zwartgeblakerde landschap reflecteert de isolatie van de personages. Ze zijn afgesneden, niet alleen van de wereld, maar ook van hun eigen zelf. Ze hebben geen idee wie ze zouden moeten zijn of hoe ze moeten handelen om te overleven. Een oude vrachtwagenchauffeur die sporadisch langskomt met frisdrank en wodka weet raad: ga nooit meer dan drie keer met dezelfde vrouw naar bed. Voor je het weet heb je gevoelens voor zo iemand en dan zijn de rapen gaar.

Wrang advies. Maar goedbeschouwd niet onverstandig. Ergens wisten Alvin en Lance dat al. Niet voor niets lezen ze Cave Girl in het bosland, waar hun dromen en verlangens niet belemmerd worden door de conventies van de beschaving. En waar meer mogelijk blijkt dan schilderen en lezen, of drank en seks, hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt.


Te zien vanaf 19 september