Republikeinen betichtten Democraten altijd al van verkiezingsfraude

Crooked Hillary steelt stemmen

Dat Donald Trump eventueel verlies van de presidentsverkiezingen bij voorbaat toeschrijft aan Democratische malversaties is geheel in lijn met de manier waarop de Republikeinen al jaren twijfel zaaien over de legitimiteit van Democratische presidenten.

Medium gettyimages 79202531

Als Donald Trump in november de presidentsverkiezingen verliest, dan komt dat doordat de verkiezingen corrupt of gemanipuleerd waren. ‘De enige manier waarop we kunnen verliezen, als je het mij vraagt… is als er bedrog plaatsvindt’, vertelde hij zijn aanhang in Pennsylvania. Aangezien Trump altijd en overal een buitengewoon succes is, kan het niet waar zijn dat hij achter ligt op Clinton. De peilingen zijn vals, de media liegen, het systeem is tegen hem. Ergo, als Trump verliest, dan zijn de verkiezingen gestolen. Dreigend wordt gesuggereerd dat hij een nederlaag niet zal accepteren.

Er zit logica in Trumps waanzin. Iedere ronde van beledigen, insinueren en haat zaaien brengt hem dichter bij zijn logische eindpunt: het ondermijnen van de Amerikaanse democratie. Wie denkt dat deze excessen enkel het product zijn van deze uniek gevaarlijke man onderschat het echte probleem. De rot gaat veel dieper. Het zijn de Republikeinen die twijfel zaaien over het democratisch proces – in elk geval als ze zelf niet winnen.

De Republikeinse Partij die Trump heeft voortgebracht en hem steunt als haar kandidaat probeert al jaren het verhaal van grootscheepse verkiezingsfraude te slijten. Daarvoor is geen greintje bewijs, maar dat heeft Republikeinse gouverneurs er niet van weerhouden wetten door te voeren om het kiesrecht te beperken, vooral dat van potentieel Democratische stemmers. De afgelopen maanden oordeelden rechters dat een aantal van die wetten in strijd is met de grondwet, maar het kwaad is al geschied. Het verhaal heeft wortel geschoten. Het einddoel van de Republikeinen, het permanent ondermijnen van de legitimiteit van democratisch gekozen Democratische presidenten, komt in zicht. Trump is hun voorman, maar het is hún project.

Natuurlijk gaat er wel het een ander mis bij Amerikaanse verkiezingen. Verkiezingscomputers slaan soms op hol, lokale regels worden wel eens met voeten getreden. Stembiljetten zijn soms verwarrend, soms drukken ponsmachines niet goed door de stemkaarten. Zoals zoveel verslaafden aan samenzweringstheorieën neemt Trump een onverklaarbaar verschijnsel, zijn mogelijk verlies, als bewijs dat er meer aan de hand is. In de vier woorden die hij het liefst gebruikt: ‘Something is going on.’ ‘Het is onvoorstelbaar. Daar moet iets aan de hand zijn.’

Waar Trump en de Republikeinen het meestal over hebben is opzettelijk en fraudeleus kiezersbedrog: mensen zouden onterecht geregistreerd staan of gebrekkige controle gebruiken om dubbel of vaker te stemmen. Volgens deskundigen is systematische verkiezingsfraude om landelijke resultaten te beïnvloeden echter zo goed als onmogelijk, al was het maar omdat het systeem met zijn tienduizend kiesdistricten zo gedecentraliseerd en verbrokkeld is. Zoals president Obama stelde in een reactie op Trumps insinuaties: de federale overheid organiseert geen verkiezingen.

Het begint ermee dat het kiesrecht van Amerikaanse burgers niet is opgenomen in de grondwet. De Founding Fathers hadden beperkt vertrouwen in de ‘grazende massa’s’, zoals George Washington het volk noemde. Ze lieten de regeling van het kiesrecht graag over aan de staten. Die hebben zich met verve van die taak gekweten en wierpen decennialang de meest creatieve hindernissen op om ongewenst kiezersvolk dwars te zitten.

Inmiddels zijn er algemene wettelijke regels. Om te mogen stemmen moet je Amerikaans staatsburger zijn, hetzij door geboorte, hetzij door naturalisatie. Verder moet je achttien jaar of ouder zijn op de verkiezingsdag, voldoen aan een residency-vereiste en mag je niet gevangen zitten of wegens psychische problemen je stemrecht (tijdelijk) kwijt zijn. Die vereisten lijken eenvoudig genoeg. Een hobbel is dat je je moet registreren als kiezer.

De residency-eis bestaat om te voorkomen dat je je ergens registreert waar je niet woont. Dat kun je doen omdat die stem in een andere county of staat misschien het verschil maakt. Dat is precies wat Trumps campagnemanager, de rechtse praatjesmaker Steve Bannon, heeft gedaan. Vorige week onthulde The Guardian dat Bannon in Florida geregistreerd stond in een huis waar hij niet woonde. Elke registratie in Florida zou een overtreding zijn van de kieswet aangezien Bannon officieel woont in Orange County, Californië. Maar ja, dat is geen swing state, daar maakt Bannons stem voor de Republikeinen minder uit dan in Florida. Onnodig te zeggen dat Bannons organisatie, Breitbart, een rechtse opiniewebsite, al jaren agressief campagne voert tegen de vermeende verkiezingsfraude van Democraten.

Om het aantal geregistreerde kiezers te vergroten nam het Congres in 1993 de National Voter Registration Act aan, beter bekend als de Motor Voter Act. De wet verplichtte overheden om de uitoefening van het kiesrecht te bevorderen door mensen die hun rijbewijs aanvroegen of vernieuwden ter plekke registratie als kiezer aan te bieden. Het hielp. Veel arme en minder ingevoerde kiezers registreerden zich. De Republikeinen waren er van het begin af aan op tegen.

Registratie gebeurt op het niveau van de county, bij een speciaal bureau. De procedure kan per staat verschillen, maar de minimumeisen zijn in 2002 vastgelegd in de Help America Vote Act. Die verlangt om te beginnen dat kiezers de registratiecode van hun rijbewijs of de laatste vier cijfers van hun social security number verschaffen, voor een landelijke controle. De wet somt verder een aantal middelen voor identificatie op, tot en met bankafschriften of elektriciteitsrekeningen met een adres erop, maar staten blijven een mate van vrijheid houden. Een aantal staten staat dan ook toe dat je je op de dag van de verkiezingen zelf registreert: Idaho, Maine, Minnesota, Wisconsin en Wyoming. North Dakota eist helemaal geen registratie. Ook de regels voor identificatie in het stembureau verschillen per staat.

‘De stem-ID-situatie is een heel oneerlijke ontwikkeling gebleken’, zei Trump tegen The Washington Post. ‘Je kunt mensen hebben die tien keer stemmen (…) Waarom niet? Als je geen identiteitseisen stelt kun je stemmen en blijven stemmen.’ In Trumps staat New York is het inderdaad voldoende om je handtekening te zetten bij je naam en adres op de kieslijst. Zou je tien keer willen stemmen, dan moet je dat doen op tien verschillende plekken, de namen en adressen van negen andere geregistreerde kiezers kennen, hun handtekening kunnen namaken en zeker weten dat ze nog niet gestemd hebben. De straf voor een frauduleuze stem is vijf jaar gevangenis en tienduizend dollar boete.

Veel staten kennen een regeling die kiezers toestaat te stemmen ook als hun naam niet op de lijst staat. Ze krijgen dan een voorlopig stembiljet dat pas wordt meegeteld als de verkiezingsofficials hebben vastgesteld dat ze het recht hebben om te stemmen. Ook als ze ter plekke niet de benodigde documentatie kunnen voorleggen mogen ze zo’n voorlopig stembiljet gebruiken. In de praktijk is het grootste aantal voorlopige stembiljetten te vinden in regio’s met hoge percentages raciale of etnische minderheden. Republikeinen zijn felle tegenstanders van dit soort regelingen.

Fraude is niet eenvoudig, het is de moeite en de risico’s niet waard. Vandaar dat er sinds 2000 maar 31 gevallen zijn vastgesteld van geloofwaardige stemfraude – op een totaal van meer dan een miljard uitgebrachte stemmen. In een ander onderzoek concludeerde de regering-Bush in 2007 na vijf jaar ploegen dat er geen bewijs was van enige georganiseerde poging om federale verkiezingen te sturen. Een federale rechter in Wisconsin stelde onlangs vast dat er ‘vrijwel geen gevallen van valse kiezersidentiteit voorkomen’.

Het weerhoudt de Republikeinen er niet van om de klacht te blijven herhalen, als opstapje naar wetgeving om registratie of stemmen te bemoeilijken. Dat was altijd moeilijk omdat de Voting Rights Act van 1965, deel van de burgerrechtenwetgeving, de federale overheid toezicht liet houden op nieuwe kieswetten. Dat toezicht was nodig om de racistische praktijken van zuidelijke staten, deel van hun segregatiebeleid, te blokkeren. Zo zag North Carolina liefst 65 keer een nieuw voorgestelde wet afgewezen worden.

Dat veranderde in 2013 toen het Supreme Court besloot dat federaal toezicht niet meer nodig was. Op z’n best naïef, op z’n slechtst kwaadwillend, stelde de conservatieve meerderheid van het Hof vast dat politieke manipulatie niet meer voorkwam. Hun stelling werd direct gelogenstraft toen de Republikeinen in staten waar ze aan de macht waren in grote haast nieuwe beperkende wetgeving invoerden. Per post stemmen, zodat je niet vrij hoeft te nemen, werd bemoeilijkt. Registratie op de verkiezingsdag zelf mocht niet meer of er werd een officieel identiteitsbewijs met foto geëist, dat veel kiezers met lage inkomens niet hebben. Je mocht niet meer op zondag stemmen, na de kerkdienst, zoals veel zwarte kerkgangers gewoon waren. Allemaal eisen die het in de praktijk lastiger maakten voor kiezers met lage inkomens of een zwarte of etnische achtergrond om te stemmen.

Voorop liep North Carolina, precies zo’n zuidelijke staat waar de racisten hardleers zijn. In juli van dit jaar werd de kieswet van de staat verworpen door een federale rechtbank omdat hij overduidelijk was opgezet ‘met de bedoeling om te discrimineren’. De rechters stelden dat de wet zwarte kiezers op de korrel had met ‘de precisie van een chirurg’. De ‘spookklachten’ over fraude konden niet ‘de ware bedoelingen van de staatswetgevers’ verhullen, zeker niet toen ook bleek dat de wetgevers de raciale gegevens van de verschillende kiesdistricten hadden opgevraagd.

Ook een soortgelijke wet in Texas werd verworpen, terwijl een federale rechter Wisconsin opdracht gaf kiezers zonder identiteitsbewijs met foto toe te staan een voorlopig stembiljet in te vullen. In het geval van Wisconsin schreef de federale rechter dat de veronderstelde voordelen van de wet de extra lasten die hij oplegde niet rechtvaardigden. Gegeven wat we weten van registratie kan er geen twijfel over bestaan dat in deze staten de Republikeinen probeerden groepen die meestal Democratisch stemmen het leven moeilijk te maken.

De Republikeinen hebben een haat zaaiende volksmenner als kandidaat, een nitwit met een podium voor borrelpraat

Het kiesrecht is cruciaal, maar er is een scala van andere methodes om verkiezingen te beïnvloeden. Een van de oudste trucs is het beperken van het aantal locaties waar je kunt stemmen, bij voorkeur in die districten waar de kiezers wonen die Democratisch gaan stemmen. Neem Maricopa County in Arizona, de staat die qua racisme wel het ‘Mississippi van het westen’ wordt genoemd. Met vier miljoen inwoners is deze county, de thuisbasis van de xenofobe sheriff Joe Arpaio, een van de dichtst bevolkte van Amerika. Bij de meest recente voorverkiezingen was het aantal kiesbureaus er teruggebracht van tweehonderd in 2012 tot zestig (in 2008 waren er nog vierhonderd). Het resultaat was voorspelbaar: lange rijen, lange wachttijden, mensen die zich lieten afschrikken of halverwege de dag vertrokken omdat ze naar hun werk moesten.

Het ontbreken van voldoende stembureaus in vooral arme wijken was een van de oorzaken waardoor John Kerry in 2004 de verkiezingen verloor. In Ohio, de staat waar de verkiezingen werden beslist, moesten tienduizenden kiezers uren wachten. Alleen al in Columbus vertrokken vijftienduizend mensen zonder te stemmen. Verder waren er te weinig stembiljetten, terwijl studenten moeite hadden om te stemmen in de plaatsen waar ze studeerden. Als zestigduizend stemmen anders hadden uitgepakt, had niet kleine Bush maar Kerry gewonnen.

Ook slim maar eerder deel van het politieke proces dan frauduleus is het om omstreden of emoties oproepende onderwerpen in de vorm van een referendum op het kiesbiljet te zetten. In 2004 was dat een verbod op het homohuwelijk dat Ohio wilde invoeren. Daarover werd heftig campagne gevoerd en het leidde tot een extra hoge opkomst van evangelische Republikeinen. Het was een doorzichtige maar effectieve tactiek, bedacht door Karl Rove, de sinistere manipulator in het Bush-kamp.

De opkomst bij Amerikaanse verkiezingen is over het geheel genomen laag, zelfs bij presidentsverkiezingen. In 2012 waren er 215 miljoen stemgerechtigde Amerikanen. Van hen stonden er 153 miljoen geregistreerd, 71 procent, van wie er 129 miljoen kwamen opdagen – 59 procent van alle stemgerechtigden. Obama kreeg 66 miljoen stemmen, 51 procent van de uitgebrachte stemmen maar slechts dertig procent van alle stemgerechtigde Amerikanen.

De lage opkomst kan natuurlijk betekenen dat kiezers met lage verwachtingen van de politiek het al snel voor gezien houden. De Verenigde Staten kennen een uitzonderlijk grote groep die zichzelf levenslang buitensluit van het kiesproces en die groep is onevenredig arm en laagopgeleid. Een van de ongewenste gevolgen is dat de politieke programma’s zijn toegesneden op ouderen, de middenklasse en de hogere inkomens – mensen die wél stemmen. Waarom zou je de moeite nemen als je denkt dat het toch niets uitmaakt of je wordt gebeten door de kat of door de hond? Als Trump dit soort inactieve kiezers wil overhalen ‘het systeem’ voor schut te zetten door wel te komen, dan is hij slimmer bezig dan het soms lijkt – ook al kan hij er niet mee winnen.

In augustus riep Trump zijn kiezers op om op verkiezingsdag als zelfbenoemde controleurs op te staan, anders zou crooked Hillary de verkiezing zeker stelen. Sindsdien roept hij bij zowat elke bijeenkomst dat de verkiezingen hopeloos corrupt zijn. De implicatie is helder en gaat veel verder dan de feitelijke uitslag op 8 november: Clinton kan wel gekozen worden maar kan nooit een legitieme president zijn.

Het is een gevaarlijk spel dat Trump speelt, maar het is belangrijk vast te stellen dat hij dit niet solo doet. De Republikeinen doen maar al te graag mee aan het delegitimeren van Hillary Clinton, zijn nu al bezig om haar vanaf de eerste dag het regeren onmogelijk te maken. Het is geen nieuw beleid: sinds Bill Clinton ondermijnen ze stelselmatig het ambt van president, onder Obama maakten ze er dagelijks werk van. De birther-onzin van Trump, dat Obama niet in Amerika geboren zou zijn, was er slechts een klein maar nuttig deeltje van.

Tot nu toe heeft niemand in de top van de Republikeinse Partij de kandidaat tot de orde geroepen of zelfs maar van een weerwoord gediend. Individuele Republikeinen weigeren op Trump te stemmen, maar nemen geen afstand van hun partij die Trumps birther-onzin, zijn racisme, misogynie en xenofobie negeerde of zelfs stimuleerde. Bij Trumps recente en structurele aanval op de meest basale waarde in een democratie, dat de verliezers van verkiezingen accepteren dat hun tegenstander legitiem gekozen is, zwijgen ze. De Republikeinen hebben een haat zaaiende volksmenner als kandidaat, een nitwit met een nationaal podium voor borrelpraat. Ze doen net of het hen niet aangaat.

Daar zit ’m de crux. Als Trump klaagt over corrupte verkiezingen, dan heeft hij meer gelijk dan hij denkt. Dit zíjn gecorrumpeerde verkiezingen. Deze presidentsverkiezing is een travestie van het democratisch proces, omdat de keuze tussen iemand die je politiek niet steunt en een idioot geen keuze is. Zoals een kiezer werd geciteerd in The Washington Post: ‘Dit is de keuze tussen een leugenaar en een dronken oom.’ Trumps getolereerde waanzin legt de bijl aan de wortel van de democratie en het is de Republikeinse Partij, nota bene de partij van Abraham Lincoln, die daarvoor verantwoordelijk is.

Uiteindelijk hebben we weinig aan die vaststelling, want terwijl Trump tegelijk het heden en het verleden van de Republikeinen belichaamt, is hij ook de toekomst van de Verenigde Staten. Zijn gif zal lang doorwerken. Trump is een symptoom van een ziekte die knaagt aan het hart van de democratie, niet alleen in Amerika maar overal waar haatzaaiers vrij baan krijgen: zelfzuchtig opportunisme, roekeloze onverschilligheid, tot het te laat is.

Het nieuwe boek van Frans Verhagen, De Founding Fathers: De grondleggers van de Verenigde Staten (Omniboek), is net verschenen


Gerrymandering

Ook als iedereen die ervoor in aanmerking komt mag kiezen, garandeert dat nog niet dat de verkiezingen eerlijk zijn in bredere zin. In de VS kunnen de staten zelf hun kiesdistricten indelen. Ze doen dat steeds opnieuw na de volkstelling die eens in de tien jaar wordt gehouden (in een nuljaar, straks weer in 2020). Er zijn geen vaste regels voor en dus is ook die indeling deel van de politiek.

Politici delen hun kiesdistricten graag zo in dat ze het maximale voordeel opleveren voor hun partij. Dat kan betekenen dat je alle waarschijnlijk Republikeinse kiezers zodanig spreidt over de kiesdistricten dat ze bijna altijd een Republikein opleveren. Of je groepeert je tegenstanders zodanig dat hun district bijna honderd procent Democratisch is. In Mississippi zijn alle zwarte kiezers in honderd procent zwarte kiesdistricten gegroepeerd, wat hun een paar zetels garandeert, maar minder dan wanneer ze hun invloed in meer districten konden doen gelden. In Texas zijn de 36 kiesdistricten zo creatief ingedeeld dat ze 25 Republikeinse afgevaardigden opleveren, zeventig procent (in 2012 stemde 41 procent van de kiezers op Obama).

Het is een oude Amerikaanse gewoonte, gerrymandering, genaamd naar Elbridge Gerry die in 1812 gouverneur was van Massachusetts. Hij deelde de staat zo in dat zijn partij er het meest van kon profiteren, wat één district opleverde dat leek op een salamander die zich om de halve staat heen krulde. Aan de combinatie van salamander en gerry danken we gerrymander. Meer factoren spelen een rol, maar het is een van de redenen dat de Democraten in 2014 voor het Huis van Afgevaardigden 47 procent van de stemmen haalden (landelijk) maar slechts 43 procent van de zetels. Met 52 procent van de stemmen slokten de Republikeinen 57 procent van de zetels op. De bescherming die de Republikeinen voor zichzelf hebben ingericht betekent dat volgens het Cook Political Report in 2016 slechts 37 van de 435 zetels in het Huis echt op het spel staan.

De Republikeinse winst in 2010 – het tussenjaar waarin Obama flink werd afgestraft – had langdurige gevolgen. Dat was ook het plan volgens hun programma Redmap: Redistricting Majority Project uit 2008. In de tussentijdse verkiezingen van 2014 wisten ze hun winst verder uit te bouwen. De Democraten kunnen het zichzelf verwijten: ze kwamen simpelweg niet opdagen bij die tussentijdse verkiezingen. In 2014 nam slechts 36,6 procent van de geregistreerde kiezers de moeite om te stemmen en de meesten van hen waren Republikeinen die heel goed wisten wat er op het spel stond. Het netto effect is dat het midden is verdwenen. Gematigde Republikeinen die door Democratische kiezers uitgedaagd konden worden om wat naar het midden op te schuiven, zijn weggewerkt door de eigen partij.

Het project in 2010 zocht de staten waar de staatswetgever en niet een commissie de districten bepaalt, met een Republikeinse gouverneur die de wetgeving niet van een veto zou voorzien. Slechts zes staten gebruiken niet-partijdige commissies: Arizona, Iowa, Californië, Washington, Idaho en New Jersey.


Beeld: (Marc Serota / Getty Images)