Crowdsurfen

BIDDINGHUIZEN - Zondagavond. De gitarist van de Amerikaanse punkband Pennywise legt al na twee nummers het optreden stil.

Woedend richt hij zich tot de brede mannen van de security vóór het podium. Zij worden geacht de crowdsurfers op te vangen die na een woeste tocht over de hoofden van het publiek over de dranghekken worden gewerkt. Niet alleen om hen te beletten op het podium te klauteren, maar vooral om hen te behoeden voor een gevaarlijke smak. ‘Why didn’t you catch that girl? I saw her breaking her arm, you damned motherfucker.’
Dat is het sein voor een bestorming van het podium. Van alle kanten worstelen de crowdsurfers zich naar voren. Vanuit de eerste rij van het publiek beginnen bezwete jongenslijven zich over de dranghekken te wurmen. De beveiligingsdienst trekt zich terug. De overmacht van het publiek is te groot.
Binnen vijf minuten stroomt het podium vol met lachende gezichten. Pennywise speelt vrolijk door, maar wordt volledig aan het oog onttrokken door het publiek op het podium. Een microfoonstandaard wordt doorgegeven naar de achterste rijen. Voorzichtig, want niemand mag zich bezeren. Als het podium zo vol staat dat de eerste mensen er weer vanaf tuimelen, houdt Pennywise het voor gezien. Na nog geen twintig minuten speeltijd is een van de afsluitende optredens van A Campingflight to Lowlands Paradise, kortweg Lowlands, door het publiek gesmoord.
DE VERGELIJKING dringt zich op met 1964, het Scheveningse Kurhaus. Daar moesten de Rolling Stones al na een kwartier hun eerste concert op Nederlandse bodem afbreken omdat de fans het meubilair van de zaal kort en klein sloegen. Maar hier, op het festivalterrein in de Flevopolder, is van agressie geen spoor te bekennen. Het festival is een groot, afmattend feest ter afsluiting van de zomer. Een heidens ritueel dat de terugkeer aankondigt van school-, studie- en werkverplichtingen. In een laatste poging weg te vluchten van het naderend onheil spenderen zesendertigduizend jongeren drie dagen en nachten lang het laatste restje vakantievrijheid, in onherbergzaam polderland.Vrijdagochtend, in de trein naar Lelystad, begint, bepakt en bezakt, de tocht naar het polderparadijs. De standaarduitrusting behelst minimaal slaapzak, tent, traytje bier en een wietbuidel. Menigeen zeult bovendien een fikse geluidsinstallatie mee.
Een groepje van vier jongens luistert de reis op met snoeiharde punk uit een minuscuul cassetterecordertje. 'My first Sony’ vermeldt een sticker op het ding. Geschikt voor kinderen van nul tot vier jaar. 'Beetje opgevoerd’, grijnst Chung 17) en hij laat zien waar hij het apparaat heeft opengeschroefd om er een kleine maar zware speaker van een autoradio in te monteren. Een station verder sleuren drie jongens en een meisje in dance-outfit (hotpants, strak T-shirt, minuscuul rugzakje in de vorm van een beertje) een steekwagentje met een reusachtige PTT-postzak erop de trein in. De zak bevat een afgedankte bungalowtent en een flinke ghettoblaster. Al snel wordt de hardcore-punk overstemd door beukende dancebeats. Hier lijken twee subculturen te botsen, maar Chung zet zijn speelgoedrecorder uit. 'Chemical Brothers, te gek’, zegt hij.
In Lelystad wachten te veel mensen op te weinig pendelbussen naar het Walibi-terrein bij Biddinghuizen, waar het festival plaatsvindt. Het regent, na al die zonnige zomerdagen. Iedereen wordt nat, maar niemand klaagt. Want het móet regenen als je je laatste brokje vrijheid aan het verzilveren bent. Regen is anarchie, stampen in plassen, lekker tot aan je enkels in stinkende modder. Hanekammen beginnen slap te hangen, groene eendagsverf druppelt uit neopunkkapsels, maar niemand steekt een paraplu op en het aantal regenjacks is op één hand te tellen.
Door het lange wachten op de bussen gebeurt het onvermijdelijke: ik loop mijn afspraak op het festivalterrein mis. Twee vrienden hadden een slaapplaats voor me gereserveerd in een van hun tenten. De kans is klein dat ik ze tussen de tienduizenden mensen tegen het lijf zal lopen. Gelukkig heb ik mijn eigen tentje mee, maar ik had graag samen met hen Lowlands beleefd. Wat is een driedaags festival zonder vrienden?
'Niet zo treurig, iedereen is hier je vriend’, zegt de jongen naast me die ik laat delen in mijn smart. De algemene vriendschap wordt beklonken met een blikje bier. Ook enkele anderen die tegen ons aangepakt staan, krijgen er een. 'Het moet toch op en ik word gek van het gezeul.’ Hij heeft vanaf Den Helder samen met een vriend twee pakken van vierentwintig blikjes meegesleept.
Eenmaal aangeland op het festivalterrein regent het nog steeds pijpestelen. Anarchie, okee, maar het moet wel leuk blijven. Ik heb maar twee T-shirts en een korte broek bij me, mijn tent lekt en ook m'n rugzak is allesbehalve waterdicht. Maar nog voor ik een plekje heb kunnen vinden op een van de vier propvolle kampeerterreinen, loop ik een bekende tegen het lijf. Jeroen (28), jongerenwerker van beroep. Jeroen is hier met een groep dertigers die hij maar vaag kent. Ze slapen in twee grote waterdichte tenten en er is nog een plaatsje vrij. Zij zijn allen mijn vriend, zo wordt mij verzekerd, maar de meesten krijg ik tijdens het festival niet te zien.
In kleine groepjes gaat ieder zijn weg. Best lullig voor de dertigers: ze waren eind jaren zestig te jong om de mythische flower-powersfeer op de eerste festivals echt te hebben meegemaakt, en nu zijn ze te oud om zich te kunnen inleven in de baldadige gekte van tienerravertjes en piepjonge neopunks op dit festival, dat om zijn trendy, alternatieve programmering bekend staat.
LOWLANDS is het paradepaardje van Mojo, het produktiebedrijf dat zo'n beetje alle grote popevenementen in Nederland organiseeert. Dit jaar beleeft het festival zijn eerste lustrum. Carlos van Hijfte, een van de Mojo-programmeurs: 'We wilden Nederland een echt goed, meerdaags festival geven. Vijf jaar geleden besloten we het te proberen. Het is geen vetpot, we verdienen pas op de laatste tweeduizend kaarten. Onze belangrijkste motivatie is nog steeds het organiseren van een te gek feest. Dit jaar verdienen we, vorig jaar hebben we flink verloren. Het derde jaar maakten we ook winst, maar de eerste twee jaar leden we een investeringsverlies. Als het goed is, verdienen we dit jaar wat terug van dat verlies, maar dan rekenen we niet de uren mee die we er zelf in hebben gestopt.’
Jeroen is voor het eerst op Lowlands. Andere, kortere muziekfestivals als Pinkpop en Torhout-Werchter heeft hij meermalen meegemaakt. Hier valt hem op dat het publiek zo jong is. Uit deelnemersenquêtes blijkt dat het leeuwendeel van de bezoekers tussen de 18 en 22 jaar is. 'En blank’, zegt Jeroen. 'Niet bepaald de kansarme doelgroep die ik in mijn werk tegenkom. Maar dat is ook geen wonder als je honderdvijfenveertig gulden voor een kaartje moet neertellen.’
Volgens programmeur Van Hijfte is het blanke karakter van het publiek onvermijdelijk voor Lowlands: 'Lowlands is een feest voor de blanke middenklasse. Dat komt omdat we iets maken wat we zelf leuk vinden en dat vindt nu eenmaal aansluiting bij dit publiek. Minstens de helft van de lol is gelegen in het samenbrengen van gelijkgestemde jongeren. Het driedaagse kamperen is heilig bij Lowlands, en dat slaat vooral aan bij de blanke middenklasse.’
VRIJDAG STAAT het kampeerterrein al tjokvol, terwijl pas zaterdag de grootste groep bezoekers wordt verwacht. Veel tenten zijn voorzien van opschriften: 'Joost, hier moet je zijn!’ en 'Verkeerde tent, eikel’. Het gele spandoek 'Wij gaan weer naar school’ siert menig iglootje als cynisch afscheid van de vrije weken. Ook verbodsbordjes zijn populair, liefst authentiek gejat, met opschriften als 'Verboden op het gras te lopen’ en 'Kamperen niet toegestaan’. Hier wordt wet gebroken. Alleen de macht van de security geldt, want die kan je van het terrein verwijderen als je je al te zeer misdraagt.
Het festivalterrein heeft veel weg van een grote kermis. De podia zijn opgesteld in grote tenten die worden aangeduid met Alfa, Bravo, Charlie, Delta, Echo, Foxtrot en Golf. Delta is een middelgroot podium in de openlucht. Lowlands heeft meer te bieden dan pop- en rockbands alleen. Eén tent is geheel gereserveerd voor film, één deels voor cabaret en één voor dance-deejays.
Boven de toegangspoort prijken enorme schilderingen van koningin Beatrix, Napoleon en Elvis Presley. Dat een Lowlands-bezoek meer is dan het eren van de monarchie, de Code Civil en de rock 'n’ roll moet blijken uit de vierde schildering, ontleend aan Goya: de executie van Spaanse vrijheidsstrijders tijdens de opstand tegen Napoleon. De close-up toont het van verbijstering en angst vertrokken gelaat van een van hen, de armen geheven, vlak voordat het schot valt. Een meisje dat onder de poort doorloopt, draagt op haar T-shirt het opschrift: 'We have no future, but we can live with that.’ Ze kijkt niet omhoog.
De grunge-rock van Veruca Salt, aangevoerd door twee op gitaren raggende dames die zo nu en dan 'fuck’ in de microfoon zeggen en hun middelvinger naar het publiek opsteken, opent Lowlands 1997. Ingewanden worden gemasseerd door vette bastonen, nekhaar kruipt overeind. Eigenlijk zou ik heel hard willen schreeuwen en een raar dansje willen maken, maar dat doe je niet in een bomvolle tent. Ook al zijn al die mensen mijn vrienden.
Vijfenzeventig bands en twintig deejays op zes podia is niet niks, maar onze generatie is gewend te zappen. Dus rennen we van tent naar tent en dat zal nog twee dagen zo doorgaan. Hoogtepunten van vrijdag: Life of Agony (hardcore-achtige melodyrock uit New York), Foofighters (degelijk Amerikaans beukwerk) en Kula Shaker (Britse pop met een Oosters randje). ’s(Nachts pakken we nog even wat dancebeats mee. Dan begint de zoektocht naar onze tent. Daar raken we aan de praat met onze gabberbuurman uit Veendam, die onze Nutella best wil ruilen voor wat wiet. Hij betreurt het gebrek aan gabber-hardcore op het festival, maar houdt vertrouwen in de toekomst. Knetterstoned deelt hij ons mede dat het moment nakende is dat met het beroeren van slechts één knop alle mogelijke dancebeats uit één computer kunnen worden gehaald. 'Een kwestie van hardware, weet je wel.’
ZATERDAGOCHTEND verdwijnt de slaap pas echt als in de toilettent de gabberbuurman zijn groenroze waterkanon op me leegt. Hij heeft met wat geestverwanten de hele nacht doorgehakt, hier bij de stinkende toiletten, 'Want op de plee galmt het zo lekker.’ Naast hem gaan de speakers van een kleine cassetterecorder honderdtwintig keer per minuut over hun nek van de snelle gabberbeats. Aan zijn jakkerige bewegingen te zien heeft de gabberbuurman een flinke lading speed langs zijn neusbotje gejaagd.
Op de weg terug naar de tent ontdekken we de standplaats van Bas en Joris, de twee verloren vrienden. Dat wordt gevierd met 'een korte boswandeling’, dat wil zeggen: een flinke teug van een gifgroen drankje, 'Boswandeling’ geheten, met een angstaanjagend hoog alcoholpercentage. Het bestaat uit een mengsel van Blue Curaçao, Pisang Ambon, Malibu, sinaasappelsap en wodka. Thuis gefabriceerd in een hoeveelheid van acht liter.
Bas (27), cultureel-antropoloog, en Joris (21), HBO-student, zijn naar Lowlands getrokken met een groep van tien, de meesten rond de twintig jaar oud. Joris bezocht Lowlands al eerder. Hij vindt het nu een stuk minder dan voorgaande jaren. Het aanbod van bands kan hem niet echt boeien, hij komt vooral voor de sfeer. Dat geldt ook voor Jeroen: 'Als je topbands wilt zien, moet je naar Werchter gaan.’ Joris: 'Maar daar is de camping vreselijk. We hadden er niet eens toiletten. En hier is iedereen veel aardiger.’
Volgens de jongens heeft Lowlands echter niets met de love & peace-sfeer te maken van legendarische hippiefestivals als Woodstock en Kralingen. Joris: 'Als ik zeg dat de mensen aardiger zijn, bedoel ik aardiger dan in de gemiddelde disco.’ Bas: 'Dat love-gedoe wordt in de pers vaak schromelijk overdreven. Als je met een paar duizend man op zo'n terrein rondloopt en op elkaars lip kampeert, moet je wel aardig blijven. Anders word je gek. Ik vraag me af hoe ver het gemeenschapsgevoel hier gaat. Het enige wat we met elkaar delen, is dat we allemaal drie dagen en nachten lang stevig uitgaan.’
Op het festivalterrein raken we elkaar ogenblikkelijk weer kwijt. Het is veel drukker dan gisteren. Het festival is volledig uitverkocht en het gerucht gaat dat er flink wat illegale kaarten in omloop zijn. De regen heeft plaatsgemaakt voor een drukkende hitte en een brandende zon. Waar gisteren de muziektenten nog bescherming boden tegen de regen, zijn ze nu veranderd in snikhete zweetholen. Vooral in de volledig afgesloten Foxtrot (bij andere tenten kan een deel van de zijkant worden opgerold) is het nauwelijks uit te houden. Toch heeft Bas daar genoten van de Gong-show, waarbij het publiek zijn ongenoegen over de amateuracts luidkeels kan laten blijken. Bas legt uit: 'De presentator kondigt bijvoorbeeld aan: “Dames en heren, dit is een dichter.” Waarop het publiek ogenblikkelijk “Gong!” begint te krijsen. Exit dichter. Heerlijk toch?’
BIJ DE VPRO-TENT, waar Life of Agony een televisieoptreden geeft, gaat het die middag mis. Honderden fans worden niet meer tot de uitpuilende tent toegelaten. Er wordt wat gescholden, jongens beginnen over hekken te klimmen en aan de tent te morrelen. Plotseling lukt het ze om, onder luid gekraak, een zijpaneel van de uit hard kunststof opgetrokken tent weg te breken. Er onstaat een meer dan manshoog gat waar juichende fans door naar binnen stormen. De security reageert angstig en agressief, maar tot een vechtpartij komt het niet. De fans die niet meer door het gat kunnen, hebben erg veel lol over de opgefoktheid van de beveiligingsmannen. Naar binnen hoeven ze niet meer, dat optreden zien ze later wel op de tv.
Frank Staes (19) uit Elburg kon net niet meer binnenkomen. Zijn broer is wel door het gat gehold. Frank: 'Die security-jongens zijn bang, dan gaan ze slaan. Normaal gesproken deins ik daar niet voor terug, maar hier zijn we allemaal vrienden. Laten we het een beetje relaxt houden.’
’s Avonds is de Foxtrottent wat afgekoeld. Het Brulkoor uit Roelofarendsveen zorgt er voor hilariteit met geschreeuwde versies van kinderliedjes ('Vader was niet thuis - zak!! Moeder was niet thuis - hoer!!’) Andere concerten op het terrein vallen wat tegen. Alleen de Limburgse cajun van Rowwen Hèze, de maffe liedjes van het Vlaamse dEUs en de experimentele rock van Rammstein doen het goed. Skunk Anansie, een van de 'grote’ rockacts, is saai, en Simmer (slappe Hollandse gitaarpop zonder karakter) wordt door Bas, Joris en Jeroen unaniem uitgeroepen tot 'ultieme kutband van het festival’. De dag wordt besloten met ijzersterke hiphop van de Desperado-deejays. Maar lang houden we het dansen niet vol. Ook de 'boswandelingen’ uit de gecamoufleerde heupflacon eigen drank is op het festivalterrein verboden) worden steeds korter. De slijtageslag is begonnen.
De camping is veranderd in een puinhoop. Overal ligt afval, daartussen liggen slapende, zoenende en zuipende mensen. Onder de blote hemel, want in de tentjes is het niet om uit te houden. Bas verbaast zich: 'Volgens mij zijn er echt gekken die al dat geld betalen om alleen maar te zuipen tussen de troep. Kijk, die zatlap zat hier vanmiddag ook al te hijsen, terwijl de bands al uren speelden.’
ZONDAGOCHTEND blijkt de heftigheid van de voorgaande nacht pas goed. 'Bikkels, kom maar te voorschijn’, roept een kortgeschoren jongen met een flinke slok op. Zijn maten begroeten hem nogal mat. Ook zij hebben vannacht niet geslapen: 'Ha die Harry, heb je onze kots al gezien?’ Harry buigt zich vol bewondering over de dikke drab. 'Heb je dat in je eentje d'r uit gegooid?’ vraagt hij vol ontzag.
Zondag is EHBO-dag. De dag van de uitputting en de blessures. Henk Land van het Rode Kruis Elburg-Oldebroek wist het zweet van zijn voorhoofd. Hij heeft zojuist noodhulp geboden aan een meisje met hyperventilatie. Hij schat dat zich elke twaalf uur zo'n honderdvijftig patiënten bij de ziekenboeg melden. Veel sneeën, veel flauwtes, wat botbreuken en diabetici die hun injecties niet op tijd nemen. 'Dat vergeten ze in alle drukte. Onbegrijpelijk. Vanmorgen had ik er een die helemaal niet meer bewoog. Die reageerde pas weer na meerdere spuiten.’
Het is vandaag nog warmer dan gisteren. Lowlands Paradise verandert langzaam in een kokende hel. De toiletten op de camping zijn een smeerboel, veel urinoirs op het terrein zijn verstopt. Toch toont de organisatie op het RTL-nieuws trots het brandschone sanitair. De grootste snacktent is vrijwel door zijn voorraden heen, bij de meeste drankstands is geen frisdrank meer verkrijgbaar. Tot woede van de bezoekers heeft de organisatie alle kranen op het festivalterrein laten afsluiten. Om de drankomzet op te krikken, zo wordt gespeculeerd.
Sommige Lowland-gangers beginnen te mokken, vooral degenen die het polderparadijs al eerder bezochten. Er zijn te veel mensen, het publiek past niet in de muziektenten, het kampeerterrein is onbeschrijflijk smerig, de prijzen zijn 'fascistisch hoog’, de programmering is te trendy, kent te weinig grote namen èn te weinig vernieuwende, alternatieve bands. Marloes 21) bezoekt Lowlands al voor de derde keer. 'Kijk, een beetje commercie vinden we niet erg. Maar als je het festival laat uitverkopen, moeten de voorzieningen daar wel op berekend zijn. En de programmering had veel spannender gekund.’
Ze verdwijnt in de richting van de brug, waar even later een moddergevecht uitbreekt, gevolgd door een sinaasappelschillenbombardement, net als vorig jaar. Het blijkt een uitstekende manier om woede en frustratie te uiten en tegelijk ontzettend veel lol te hebben.
BIJ HET SUBLIEME concert van de de Amerikaanse metalrockband Faith No More wordt flink gehost en gepogoot. Het lijkt een vreemde manier om zo de hitte van je af te schudden, maar ik merk dat het werkt. De vermoeidheid slaat om in ongecontroleerde energie. Alle gêne is verdwenen, ik moet heel heftig dansen.
En crowdsurfen moet ik ook. Ik krijg een kontje van iemand met op zijn shirt het opschrift 'U kunt wel gaan’. Na tien meter worstelen met hoofden en graaiende handen lig ik opeens op de grond. Later, bij Pennywise, gaat het al beter. Dit zijn de echte hardcorepunks, die weten hoe ze iemand boven hun hoofd moet houden. Maar als ik na een adembenemende tocht over hanenkammen en gepiercede skinheadhoofden in de buurt van het podium kom, is de bestorming ervan al begonnen. Tegen de tijd dat ik over de dranghekken wordt gegooid, is Pennywise verdwenen en staat het podium vol publiek. Niks vrienden, vol is vol. Ik kan er niet meer bij. Langzaam begint het te dagen: Lowlands 1997 is voor mij ten einde. Paradise Lost.
Ook Bas, Joris en Jeroen houden het voor gezien. Joris: 'Volgend jaar ga ik eerst eens kijken wat ze programmeren, want dit is niks. Misschien is de sfeer hier beter dan elders, maar dit jaar was het veel te druk. Er zijn nu meer dan driemaal zo veel mensen als de eerste keer. We moesten maar eens met de hele groep naar een ander festival gaan. Dat kunnen we best maken, want sommigen van ons zijn hier alle vijf jaren geweest.’
Programmeur Van Hijfte vindt dat Lowlands met zesendertigduizend bezoekers absoluut niet meer kan groeien. Van Hijfte: 'We zitten aan het maximum. Volgend jaar moet de infrastructuur echt anders.’ De positieve vibes waar Lowlands patent op lijkt te hebben, zijn volgens hem niet aangetast door het hoge bezoekersaantal. 'Ik zie hier bijna iedereen lachen en echt een goede tijd beleven. De kids stralen. Als ik ze vraag wat ze ervan vonden, antwoorden ze: “Mijnheer, het was fantastisch. Maar nu moeten we weer naar school.”’