Cruijff zonder papieren

Shabaz is een weergaloze dribbelaar. Toch heeft de Cruijff van de hockeyvelden al vijf wedstrijden van zijn club Oranje Zwart gemist.

De Pakistaan heeft problemen met het verkrijgen van de juiste papieren. Vorig jaar heeft hij zonder juridische problemen in Nederland gespeeld. De bestuurders van de Eindhovense club dachten daarom dat een nieuwe werkvergunning routine zou zijn. Zij rekenden buiten een wijziging van de wet. Een werkvergunning is niet meer genoeg. Vreemdelingen die langer dan drie maanden in Nederland willen blijven, moeten eerst een Machtiging Voorlopig Verblijf aanvragen bij de Nederlandse ambassade in het land van herkomst. Alleen vreemdelingen waarvan het vaderland op een lijst met nette landen prijkt zijn daarvan vrijgesteld. Pakistan staat natuurlijk niet op deze lijst. De Hollandse vertegenwoordiging in Islamabad heeft haar taak zeer serieus genomen. Ze weigerde de hockeyer een Machtiging Voorlopig Verblijf omdat zijn geboorteakte niet deugt. Nu is dat in Pakistan geen uitzondering. Er is zelfs een wet voor mensen die daar last van hebben. Zij kunnen decennia na dato alsnog zelf aangifte doen van hun eigen geboorte. Pas als dat geregeld is kan Shabaz een nieuwe aanvraag voor een MVV indienen. Handelen in de geest van de wet is een deugd die Buitenlandse Zaken zelden kent. Niemand betwist namelijk dat Shabaz naar Nederland mag komen. De eis van een geldig geboortebewijs is slechts bedoeld om onomstotelijk zijn identiteit vast te stellen, maar zoals Simon van den Boomen, van de Stichting Topsport Oranje Zwart, zei: ‘Zet hem op het veld en je ziet direct dat het niet zijn broer is.’ Uiteindelijk heeft het ministerie zich bereidwillig betoond. Afgelopen zaterdag is de hockeyer alsnog in Nederland aangekomen, maar zijn gezin moet in Pakistan wachten op de afhandeling van de MVV. De preciezen zullen schreeuwen: klassejustitie! Waarom gelden de regels niet voor een beroemde hockeyer en wel voor een berooide Ghanees? Daar zit wat in. Ik ben ook tegen klassejustitie, op één voorwaarde: dat de gewone justitie rechtvaardig is. Bij het vreemdelingenrecht is dat helaas allang niet meer het geval. De regels staan vol dubieuze onderscheidingen. Een Pakistaan die zijn verblijfsvergunning te laat verlengt, moet terug naar Islamabad voor een MVV, een Australiër niet. De wetgever veronderstelt bovendien dat elke administratieve oneffenheid een indicatie is van bedrog. Het straft zo mensen voor het feit dat de bureaucratie in het land van herkomst niet zo vlekkeloos functioneert als in Nederland. Shabaz heeft het geluk dat hij zo goed is dat Oranje Zwart wel op hem wachtte; andere werkgevers nemen, als het maanden duurt voor hun werknemer eindelijk op Schiphol arriveert, iemand anders in dienst. En dan is de op een MVV wachtende helemaal de pineut, want dan verliest hij ook zijn werk- en verblijfsvergunning. Het beste zou zijn om de onrechtvaardige elementen uit de vreemdelingenwet te schrappen. Dat zou zowel Shabaz als de berooide Ghanees ontlasten. Maar zolang de Nederlandse wetgever zich vooral ten doel stelt zoveel mogelijk buitenlanders weg te pesten, gebeurt dat niet. Het op één na beste is om dan maar de regels coulant toe te passen. Dat lijkt klassejustitie, maar is het niet. Het vermindert immers het onrecht. We kunnen beter één individu redden van de in wetten beklonken willekeur dan niemand. De Nederlandse wetgever speelt ruw. Tegen zo'n speler is een kleine overtreding niet alleen nuttig, maar ook rechtvaardig.