Culturele agenten

In Kroatië zijn cultuur en politiek nauw met elkaar verweven, zo bleek op een boekenfestival in Krk. Schrijvers worden achtervolgd door geheime diensten. Had de naar Nederland gevluchte auteur Igor Pantelic zijn land wel moeten verlaten?

OM HET SCHRIJNENDE tekort aan boekhandels enigszins tegen te gaan, verkoopt de Kroatische culturele organisatie Pontes op het plein bij het gemeentehuis van het toeristische plaatsje Krk, op het gelijknamige eiland in de Adriatische Zee, een week lang literaire boeken die anders toch maar in de kelders van de uitgevers zouden belanden. Aan de boekenstand zijn posters opgehangen: ‘Boze sacuvaj hrvatsku knjigu!’ ('God, red het Kroatische boek!’). Op de affiche is de minister van Financiën afgebeeld, een kale man met een bril en diverse onderkinnen die een scepter in de hand houdt waar het cijfer 22 op is geschroefd: het BTW-percentage dat de aanschaf van boeken onbetaalbaar maakt.
In de kranten valt die week te lezen dat Mein Kampf in Kroatië weer vrij verkocht mag worden. Fabels van de Servische kinderboekenschrijver Copic, die een populaire reeks boekjes heeft geschreven over een egeltje dat wandelt door een bos, zijn echter uit alle lagere scholen en bibliotheken verwijderd. Omdat de schrijver Servisch is.
Ik ben op Pontes '99 uitgenodigd samen met Igor Pantelic. Igor is 33 en Kroaat van geboorte. In 1991 vluchtte hij vanuit zijn toenmalige woonplaats Belgrado via het Kroatische Pula (de woonplaats van zijn moeder en zus) naar Amsterdam. De roerige oorlogsjaren heeft Igor niet op de Balkan maar in Nederland meegemaakt. Hij heeft in Amsterdam een winkel, Fiberware, waar hij cellokisten op maat maakt van lichte plastic materialen. Nederlandse en internationale topcellisten (Bijlsma, YoYo Ma) behoren tot zijn klantenkring.
In het gemeentehuis van Krk vindt, onder het toeziend oog van de Kroatische vlag, heavy shoptalk plaats tussen schrijvers uit Kroatië, Roemenië, Italië, Georgië, Catalonië en Nederland. De deur gaat zorgvuldig dicht, zodat vrij gediscussieerd kan worden.
Gespreksleider Aljosha Puzar (29), schrijver, criticus en werkloos docent vergelijkende literatuurwetenschap, snijdt de mogelijkheden aan die Internet kan bieden voor de moderne (non-realistische) literatuur. Schrijver, fysicus en cybernaut Igor Markovic demonstreert de mogelijkheden van interactieve poëzie (Interaktivalija, Poem Generator) via een videobeam die is aangesloten op zijn laptop.
Al gauw blijkt dat er essentiële verschillen zijn tussen de literaire wereld in Oost- en West-Europa. Literatuur in het Oosten blijkt op geen enkele manier een rendabele aangelegenheid. De boeken zijn te duur, het BTW-tarief is schandalig hoog, uitgevers zijn onbekwaam en beschikken niet over adequate middelen van distributie. De meeste auteurs, ook de goede, moeten zelf betalen om hun boeken te distribueren. Geen enkele schrijver uit het Oosten blijkt van de pen te kunnen leven. Ze moeten allemaal bijklussen, of ze geven les op scholen of de universiteit. Boekhandels in Oost-Europa zijn zeldzamer dan stoplichten op de maan.
MILENA BENINI GETZ (33), auteur van sf-romans, lerares Engels in Zagreb en redactrice van het enige Kroatische literaire e-zine Net-Pens, constateert dat literatuur in haar land een 'autistische aangelegenheid’ is geworden. Milena: 'De laatste jaren publiceer ik enkel nog in de Verenigde Staten. Voor mij is dat mogelijk, omdat ik direct in het Engels kan schrijven. De uitgeverswereld in Kroatië lijkt op het Wonderland uit het verhaal van Lewis Carroll. Een erg enge plek als je er van dichtbij naar kijkt. Er zijn diverse redenen voor de malaise. Het publiek dat boeken leest is erg klein, en het publiek dat boeken koopt nog veel kleiner. In dit land heerst een economische crisis, en het eerste wat er aangaat in een crisis is de cultuur. Om te vreten heb je geen boeken nodig. Ten tweede bestaan de grote staatsuitgevers niet meer, er zijn alleen nog wat kleine uitgevertjes over. Nationale uitgaven en distributie op grote schaal zijn bijna onmogelijk geworden. En ten slotte zijn er veel mensen in de uitgeverswereld die niet weten waar ze mee bezig zijn, mensen zonder ervaring. Ze werken met de beste bedoelingen, maar ze weten van toeten noch blazen wat de zaken betreft.’
Igor Pantelic kaart tijdens een discussie met de overige participanten van Pontes aan dat alle cinema’s in zijn geboortestad Pula (zestigduizend inwoners en tienduizenden mariniers) de deuren onlangs hebben moeten sluiten. Is dat omdat Pula een oppositiestad is, en de regering er de geldkraan voor cultuur heeft dichtgedraaid?
Valerij Juresic, de organisator van Pontes: 'Het is geen kwestie van links of rechts. De politici weten niet hoe ze met cultuur moeten omgaan. Dat is het grootste probleem in Kroatië. De politici hebben ervoor gezorgd dat de cultuur in ons land naar de mallemoer werd geholpen. De machthebbers wisten niet hoe ze het land moesten ontwikkelen en de oorlog was een excuus voor alles. Bij ons wordt de politiek nog op negentiende-eeuwse manier bedreven.’
In Kroatië blijken cultuur en politiek nog steeds angstwekkend nauw met elkaar verweven. Aljosha Puzar kwam erachter dat een van de tien geheime diensten in Kroatië hem in de gaten hield, omdat hij artikelen had gepubliceerd over de cultuur van de Italiaanse minderheden in zijn land.
Aljosha: 'Een man van het Bureau voor de Veiligheid van de Constitutionele Orde in Kroatië kwam naar de universiteit van Rijeka en begon vragen te stellen. Niet aan mij, maar aan anderen. Sinds de onafhankelijkheid zijn studies naar de minderheden in dit land taboe. De repressie is niet direct, maar daarom niet minder perfide. Het is een soort mentale instelling die het regime heeft geërfd van de vorige era. Ik was in het begin ook heel naïef. Ik begreep werkelijk niet waarom al die deuren zich voor me sloten. Het was een kafkaëske ervaring. Sommige professoren stopten met groeten. Ik maakte geen deel meer uit van het spel, ik werd geëxcommuniceerd uit de academische goegemeente. Nog steeds begreep ik niet waarom. Tot een professor me apart nam en zei: “Aljosha, wees niet dom. Twee jaar geleden al was er iemand die je in de gaten hield. Het regime heeft z'n ogen op je gericht.”
Ik was geschokt. Een moment lang voelde ik me ook echt schuldig. Dat is wat hun methoden teweegbrengen. Ik deed navraag bij iedereen die met die geheim agent te maken had gehad. De studentendecaan in Rijeka zei: “O ja, meneer Puzar, er is naar u gevraagd. Die meneer was zo beleefd, ik herinner me hem. Het was zo'n charmante man… zo sjiek, zo aardig… We hebben alleen maar goeds over u verteld. We hebben gezegd dat u tot de beste van onze jonge docenten behoort, de meest getalenteerde.” Het bleek de man te zijn die vroeger in dienst stond van de Utba, de communistische geheime politie.’
De nationalistische lobby heeft vele elementen in zich opgeslokt van het oude, communistische regime. Elementen die nodig zijn om de 'nationale stabiliteit’ te garanderen. Kroatië is geen uitzondering. In Servië is de situatie nog erger.
Aljosha: 'Ik ging door met mijn studie, met mijn publicaties. Ik heb niet de carrière gekregen waar ik op gerekend had, maar misschien heb ik toch mijn waardigheid weten te bewaren. Er zijn verkiezingen op komst, maar onze problemen zullen niet worden opgelost met een verandering van regering. De oppositie heeft dezelfde mentaliteit, dezelfde oude methoden als het ancien regime. Het zal een zware dobber worden om het land echt te hervormen. We hebben tien jaar verloren met oorlog. Nu hoop ik dat we niet nogmaals tien jaar hoeven te verliezen met de oppositie.’
Heeft Igor, als hij het verhaal van Aljosha beluistert, geen wroeging om het feit dat hij Kroatië heeft verlaten in de wetenschap dat hij hier misschien wel nodig is om het land opnieuw mee op te bouwen?
Igor: 'Ik ben blij dat ik me de afgelopen acht jaar elders heb kunnen ontplooien, zodat ik nog gechoqueerd kan zijn door wat er in Kroatië plaatsvindt. De mensen hier zijn allang niet meer verbaasd over de waanzin waarmee ze zijn omgeven, omdat ze er dagelijks mee te maken hebben. Ik wil me nog kwaad kunnen maken. Als ik hier gebleven was, zou ik waarschijnlijk ook in een patroon zijn vervallen van cynisme en lamlendigheid.’
IEDERE MIDDAG vinden er 'nationale presentaties’ plaats, waarbij de uitgenodigde schrijvers het literaire landschap van hun land in kaart proberen te brengen. De Bosnisch-Servische schrijver Nenad Velickovic, redacteur van Alcak Magazine, geeft uitleg terwijl de landkaart van Bosnië en Herzegovina van de muur dondert: 'In 1995 schreven veel schrijvers, vooral jongere, over de oorlog. Hun werk is terug te vinden in diverse anthologieën. Iedereen snakte naar onze verhalen en gedichten over de oorlog. Na het einde van de oorlog hebben nog maar heel weinig schrijvers over de oorlog geschreven. Nu pas beginnen de mensen ook de literaire kwaliteiten van mijn boeken te appreciëren.’
'Bosnië’, vertelt Nenad, 'heeft nog altijd geen nationale hymne. De muziek is geschreven, de melodie bestaat, maar de Kroatische, Servische en moslim-facties in het land kunnen het maar niet eens worden over de tekst.’ Nenad draagt een ontwerptekst voor: 'Aj Bosanci!’ Die bestaat voor het merendeel uit internationale kreten, bekende namen en Engelse woorden. Een grapje? Een serieus grapje, vindt Nenad. 'Sinds de bemoeienissen van alle internationale instanties en Sfor is de officiële voertaal in Bosnië het Engels.’
Op het festival blijkt dat de openheid en onbevangenheid waarnaar de organisatoren zeggen te snakken nog sterk in de weg worden gezeten door voorbije ervaringen van oorlog en (communistische, nationalistische) repressie. Er gaan geruchten dat geheim agenten aanwezig zijn op het festival, zoals ook in 1998 het geval was, toen een zogenaamde schrijver uit Kroatisch Mostar (Herzegovina) was verzocht verslag te doen van de wederwaardigheden aan hogere instanties. Valerij Juresic gooit het over een andere boeg: hij wil de gasten van het festival als 'culturele agenten’ over Europa uitzenden om zijn netwerk nog beter gestalte te geven.
Op de slotavond vindt een fikse aanvaring plaats tussen de organisator en zijn Kroatische gast uit Nederland. Valerij valt Igor Pantelic aan op grond van zijn 'escapistische houding’ die ten grondslag lag aan zijn vlucht in 1991.
Valerij: 'Jij bent een vreemdeling in dit land, omdat je hebt geweigerd je verantwoordelijkheid te nemen voor het collectief waartoe je behoort.’
Igor: 'Volgens mij is het juist goed dat er verschillende hoeken zijn waaruit je de situatie beleeft. Ik heb mijn positie zélf verkozen. Jij zat misschien vooraan, ik op de vijfde rij, maar allebei zagen we wat op het podium plaatsvond. Ik heb het toneelstuk ook gezien, alleen vanuit een andere hoek.’
Valerij: 'Jij verkoos om in de zaal te gaan zitten. Wij moesten het stuk meespelen dat oorlog heette. Het was voor ons erop of eronder: neem je je verantwoordelijkheid voor je naasten, je land, of niet?’
Igor: 'Ja, maar je verantwoordelijkheden betreffen niet alleen het collectief, het land, de gemeenschap. Het betreft ook je eigen mentale gezondheid. In beginsel ben ik het meest verantwoordelijk voor mezelf. Soms is het beter een egoïst te zijn dan een collectivist die in een leger andere mensen doodt.’
Valerij: 'Toen dit land je de mogelijkheden bood om je te ontwikkelen, maakte je er grif gebruik van. Maar toen het land jou nodig had om te vechten in de oorlog, nam je de wijk.’
Igor: 'Het toeval wil dat ik hier geboren ben. Maar het toeval wil ook dat ik een keuze heb of ik voor mezelf wil opkomen of voor een collectief.’
Valerij: 'Jij hebt het recht niet om nog te oordelen over wat er in dit land gebeurd is, want je was er niet bij toen het gebeurde.’
Igor: 'Als dat zo is, heeft niemand nog het recht om zich ergens over uit te laten. Ik ben zelf nooit verkracht, maar daarom kan ik nog wel zeggen dat verkrachten verkeerd is.’
Valerij: 'Toen ik laatst in Bosnië was, heb ik publiekelijk mijn excuses aangeboden voor wat Kroaten in de oorlog in Herzegovina hebben aangericht. Ook al heb ik nooit de partijen gesteund die in dit land op oorlog hebben aangestuurd.’
Igor: 'Als je nooit die partijen hebt gesteund, waarom heb je dan wel een uniform aangetrokken toen je in het leger moest? Een uniform waarmee je je onderdanig maakte aan de wil van die partijen…’
Valerij: 'Jij bent ziek. Je maakt geen onderscheid tussen een totalitair regime en een democratie.’
Igor: 'Een leger is een leger. In het leger heb je geen democratie.’
Valerij: 'Het land werd aangevallen, onschuldige burgers werden vermoord door het Joegoslavische leger. Op dat moment moet je je verantwoordelijkheden nemen. Een kwestie van principes, van vrijheid, van menselijkheid.’
DE VOLGENDE dag maakt Igor zich nog steeds kwaad over Valerij’s opmerking dat hij 'niet het recht heeft om zich uit te laten over zijn land’ omdat hij tijdens de oorlog naar Nederland is gegaan. Ondertussen roddelen de kunstenaars van het festival er op los en gaan de deuren van lokalen waar de workshops plaatsvinden als vanouds op slot om te voorkomen dat er wordt meegeluisterd. 'Praten mag wel, maar zeggen mag je hier niets’, foetert Igor. Hij scheurt weg in de Ford bestelwagen. De banden piepen over de droge kiezels. Het eiland Krk blijft in een wolk van stof achter.