Frank van Vree

Culturele grammatica

Of Nicholas Carr nu gelijk heeft of niet met zijn stelling dat Google en internet ons dommer maken, vast staat dat over vijftien, twintig jaar een generatie zal zijn opgegroeid die het alfabet niet meer kent. Uiteraard zullen ze de afzonderlijke letters kennen, maar niet meer de systematiek van lettercombinaties waarmee eeuwenlang informatie is geordend en ontsloten en zonder welke een woordenboek, catalogus, encyclopedie of telefoonboek gedoemd is een ondoordringbare chaos te blijven. In de digitale wereld is beheersing van die systematiek niet meer nodig: je typt eenvoudig een naam of term in en de zoekmachine komt met het antwoord in de vorm van een wiki-lemma, een vertaling of illustratie. Een fout in de spelling levert zelden problemen op. Een beetje zoekmachine opent tegenwoordig met een suggestie voor de juiste schrijfwijze: bedoelt u soms x?
Dat we nu anders zoeken en op een andere manier kennis verwerven, is niet meer dan één aspect van de culturele revolutie die de digitalisering heeft bewerkstelligd. Een revolutie, inderdaad, in termen van snelheid, bereik en omvang. Je hoeft bepaald geen technologisch determinist te zijn - geloven dat de techniek het leven dicteert - om te erkennen dat in nauwelijks vijftien jaar een betrekkelijk klein aantal besturingsprogramma’s en toepassingen steeds meer handelingen en gedragingen van een almaar groeiend deel van de wereldbevolking heeft geconditioneerd en vormgegeven. Van Window en Word tot Facebook, Outlook en iTunes - we werken ermee of we nooit anders gedaan hebben, en dat geldt zo onderhand voor een groot deel van de mensheid.
We kunnen nog maar nauwelijks bevroeden wat de gevolgen van de razendsnelle verbreiding van de digitale cultuur zullen zijn, al zijn er interessante historische parallellen te trekken. Zo publiceerden de historisch geografen Hans Knippenberg en Ben de Pater een jaar of twintig geleden een mooi, beknopt boekje over ‘de eenwording’ van Nederland sinds 1800. Daarin lieten ze haarscherp zien hoe uit de lappendeken van gebieden, op de vleugels van de industrialisering, de opkomst van moderne vervoermiddelen, media en andere communicatiemiddelen, een modern land verrees. Terwijl lokale en regionale eigenaardigheden - taal, kleding, religie, tradities - verdwenen, ontstond er een min of meer homogene cultuur en samenleving.
Wat in vorige eeuwen op nationaal niveau gebeurde, tekent zich nu af op wereldschaal. We staan niet alleen rechtstreeks in verbinding met China en IJsland, Chili en Zuid-Afrika, maar we werken ook met dezelfde programma’s en apparaten - technologieën die sturend zijn voor ons denken en voelen. En dan gaat het niet alleen om de global gaze, gesymboliseerd door YouTube, waar films wereldwijd miljoenen kijkers trekken, de populariteit van sociale sites als Facebook, goed voor een half miljard actieve leden in 2010, of Google dat geleidelijk uitgroeit tot een universele companion.
Maar daar gaat het nog niet eens zozeer om. De impact van de digitale technologie op de cultuur, in brede zin, reikt veel verder dan aantallen gebruikers of het delen van kijkervaringen. Sociale netwerksites als Facebook of Hyves, maar ook blogs, modelleren immers ook de manier waarop mensen zich presenteren, zichzelf zien, met elkaar omgaan, grenzen stellen tussen publiek en privé en daarmee hun eigen identiteit beleven en vormgeven. Op dezelfde wijze bevordert de digitale technologie andere vormen van denken, van zoeken, van kennisverwerving, waarbij overvloed een groter probleem vormt dan schaarste en de associatie haar plaats opeist naast de logica.
'In het typen lijken alle mensen op elkaar’, zo schreef de filosoof Heidegger ergens in de eerste helft van de vorige eeuw: als vervanger van het handschrift betekende de typemachine een heilloze aantasting van de menselijke individualiteit. Vandaag zou de Duitse filosoof woorden te kort komen. De vrolijk ratelende machine valt immers in het niet vergeleken bij de digitale tools waarmee we ons vandaag de dag omringen - apparaten, programma’s, interfaces die ons denken en ons doen stroomlijnen, conditioneren, sturen, en die vanuit Heideggers perspectief onherroepelijk tot een eendimensionale samenleving zouden leiden.
Het is nog maar de vraag of zulk pessimisme op zijn plaats is, al groeit het legertje onheilsprofeten langzaam aan. Vast staat echter dat de digitale technologieën een cultureel transformatieproces in gang hebben gezet, ongeëvenaard in schaal, tempo en verspreiding. 'Globalisering’ betekent hier dan ook wezenlijk wat anders: de opkomst van een nieuwe, universele culturele grammatica. Zo ver is het in de wereld nog nooit eerder gekomen.