Culturele grootmacht

Dezer weken vindt in het Zentrum für Kunst und Medien (ZKM) te Karlsruhe de vijfde Multimediale plaats, een tweejaarlijkse manifestatie over de jongste ontwikkelingen in de multimedia. Bij vorige afleveringen kon je van de ene verbazing in de andere vallen bij installaties die kunst en techniek verenigden. Sommige kunstenaars slaagden er zelfs in het aristotelische beginsel dat kunst en techniek hetzelfde zijn, in ere te herstellen. Bovendien werd steeds zonneklaar hoe belangrijk het is dat het bekende dubbelbegrip Onderzoek & Ontwikkeling in de nieuwe media wordt verbonden met artistieke ambities.

Maar ditmaal is de oogst wat karig. De tentoonstelling, bestaand uit werk van gerenommeerde kunstenaars als Bill Viola, Bill Seamon en Luc Courchesnes, laat weinig meer zien dan voortgang. De ideeën blijven achter bij nieuwe mogelijkheden. Daar staat tegenover dat het programma verder is volgepakt met een onafzienbare reeks opvoeringen, debatten, lezingen, concerten en filmvertoningen die een groot publiek moeten inwijden in ‘de wondere wereld der nieuwe media’. De Multimediale is ditmaal een samenvatting van het voorafgaande; een eventueel déjà vu-gevoel moet je op de koop toe nemen. Het hoogtepunt werd gevormd door een optreden van Kraftwerk, ooit pioniers op het gebied van elektronische muziek, nu een garantie voor een heerlijk avondje nostalgie.
De magere oogst van 1997 is niet verwonderlijk. De organisatoren hadden ditmaal wat anders aan hun hoofd. Op 18 oktober is het nieuwe gebouw van het ZKM geopend, na een jarenlange moeizame strijd. Het begrip 'gebouw’ is een maat te klein voor deze mastodont. De voormalige industriële hallenbouw meet 312 bij 52 meter over vier verdiepingen, heeft tien overdekte binnenhoven en beslaat 42.000 vierkante meter gebruiksoppervlak. Dat zijn acht voetbalvelden, inclusief de tribunes. Welk programma heeft zo'n volume nodig?
Met die vraag belanden we meteen bij de enige echte innovatie die je in Karlsruhe de ogen uit doet kijken. Culturele mammoetorganisaties zijn geen onbekend verschijnsel, maar de krachtenbundeling die het ZKM voor elkaar heeft gekregen heeft monopolistische trekjes. Voor de pioniersgeest die aan het onderzoek in nieuwe media ten grondslag ligt, kan dat een nadeel vormen. Want wat is er allemaal in het ZKM verenigd? Een kunstmuseum, een mediamuseum, een mediatheater, een mediatheek, ateliers, gehoor- en filmzalen, conferentiezalen, een perscentrum, geluidsstudio’s, een grote concertzaal, cafés, een bierhal en heel veel ontsluitingsruimte. In 2000 komt daar nog de Hochschule für Gestaltung bij. Het ZKM heeft zich van een vrijstaatje in de kunstsector tot een culturele grootmacht ontwikkeld. De fabriek is een paleis geworden.
In het paleis voor Kunst en Media heerst een duidelijke programmatische orde, waarin de media vóór de kunst gaan. Anders gezegd: de oude media als schilderkunst worden als medium gepresenteerd, wat afbreuk doet aan de artistieke waarde van de kunst. Ze worden afgezet tegen nieuwe technieken, los van hun inhoud. De nieuwe media worden onderverdeeld in twee typen. Alleen de interactieve media worden in het ZKM nog echt nieuw genoemd. Dat er binnen het veld van interactiviteit grote kwaliteitsverschillen bestaan, komt minder goed uit de verf. Zo breidt de tekortkoming van het begrip 'nieuwe media’ zich gestaag - zelfs retrospectief - uit. Als beschrijving van een nieuwe technologie deed het een tijd dienst. Maar nu die technologie het van alternatief domein tot centrum van de cultuur heeft gebracht, wordt het tijd om het formalistische aspect van het medium te vervangen door inhoudelijker kwalificaties. De caesuur tussen nieuw en oud is niet interessant genoeg om de oprichting van cultuurtempels te rechtvaardigen. Daarbij geldt echter dat waarschijnlijk juist door het oppervlakkige van deze caesuur cultuurtempels überhaupt nog van de grond komen.