Verslag van een NVSH-congres

Culturele revolutie in de seksuele hervorming?

Waarden en normen die nooit ter discussie hadden gestaan werden in de jaren zestig opeens onderwerp van debat. Johanna Fortuins verslag over het congres van de Nederlandse Vereniging voor Seksuele Hervorming (NVSH) is af en toe behoorlijk hilarisch.

Medium nvsh

Uit de alomtegenwoordige luidsprekersinstallatie klonk ineens: ‘Willen de mensen met een rood programmaboekje naar de zaal van de pornografie gaan…’ De spelers van het echtscheidingsspel werden even overstemd. Gelach. Maar ze lieten zich niet van de wijs brengen en pakten met een ‘ik herhaal’ hun dialoogdraden weer op. Toneelspel is geen nieuwe vorm van probleem stellen en voorlichten meer. Het gegeven (een man trouwt ‘uit mensenliefde = liefde’ in een dictatoriaal geregeerd land met een vrouw om haar naar het buitenland te redden, maar kan, terug in eigen land, niet meer van haar scheiden, terwijl zij zo graag met de man van wie zij houdt wil trouwen en hij iets met een vriend wil) was zó atypisch dat het aan de hand daarvan gevoerde pleit voor verruiming van de echtscheidingsgronden nogal vrijblijvend bleef. Opeens weer: ‘Willen de mensen met een rood programma…’

In het centrale brein, van waaruit wij op afstand aan de hand van divers gekleurde programmaboekjes door een aantal manifestaties werden geleid, bespeelde men kennelijk niet alle knoppen in de juiste combinatie. Dat leidde tot technische lachertjes in het wat hybridisch serieus-ludieke sextantcongres van de nvsh, vorige zaterdag in de RAI Amsterdam. Verschillende gebeurtenissen ontrolden zich, zoals mevrouw Zeldenrust in haar openingswoord zei, ‘om niet door doceren maar door feiten en confrontaties de meningsvorming op gang te krijgen’. Vóór het congres was er landelijk in bijna tweehonderd gespreksgroepen (zelfs van pastoors en dominees, juicht men) door discussie over een aantal aan de orde gestelde problemen de gang al enigszins in gebracht. Met vele bestaande wetten over abortus, homoseksuele contacten, pornografie, geboorte voorkomende middelen en echtscheidingen bleek de meerderheid van deze groepen het niet eens. Voor het hoofdbestuur was dit een reden zich te beraden op actie en in zekere zin heeft het met het beleggen van dit congres, dat een zeer duidelijk element van demonstratie heeft, de daden al bij de woorden gevoegd. Het effect van lezingen, gesprekken en demonstraties wordt in hoge mate beperkt door de omstandigheden dat er vooral mensen naartoe gaan die al overtuigd waren en die het eigenlijk al wisten.

Kort geleden is dat veranderd. Niet doordat de zalen nu gevuld worden met meer of andere mensen, maar doordat via het televisie-oog iedereen kan kijken. Soms door het eenvoudige vergeten van knopomdraaien of op een andere onbewaakte manier is de message ineens midden in de knusse huiskamer. Vroeger kon men door het wegblijven uit niet-bevriende zalen ook niet-bevriende meningen ontlopen, nu – en misschien is dat de message – ziet men meer en kan men dus om minder heen. Er vóór kan men zijn of er tegen, maar eromheen, dat gaat zo best niet meer. Een uitgezonden sextantcongres wordt daarmee een demonstratie op de stoep van de ganse natie met aanbieden van petities bij elke deur. Minder er omheen als wel er doorheen was misschien het motto waaronder het C.O.C. in jeugdclubachtige wandkranten wilde laten zien hoe hetero’s homo’s maken en niet omgekeerd. Helemaal zag ik het niet in de prenten van James Kont en de laatste hetero voor de grens.Het beschaafde publiek dromde enigszins plechtstatig, als gold het Kunstwerken, tussen de gemanifesteerde wanden door om ten slotte in een donkere ruimte te komen waar Van het Reve ons elke tien minuten zijn boodschap bracht, die inhield dat elke twee minuten in Nederland een kind wordt geboren, er dus elke veertig minuten een toekomstige homo of lesbienne ter wereld komt. Geen wereldschokkend nieuws.

Wat bedremmeld leek het publiek over de mededeling van de bakker dat hij weliswaar de tijd had maar de kar niet alleen kon laten. Intussen flikkerden op een halfduistere wereldkaart lichtjes aan en uit. Men stond nog wat onwennig te midden van zoveel progressiviteit. Hetzelfde bij de pornografie waar Thea-ter Terzijde in konijnenpakjes (playboy?) en met zwarte feestneuzen op (of waren het misschien rouwneuzen?) een plankiertje bebuitelde. Met een noodgang werden in een donkere hoek wat wel prikkelende prenten geweest zullen zijn door een projector gejaagd. ‘Doe eens wat langzamer’, riep ik, ‘ik zie niets.’ Maar dat deden ze niet. Meer dan golvende heuvellandschapslijnen heb ik dan ook niet gezien. Ook het verbodene in een koptelefoon kon ik niet horen, maar mijn medeluisteraars zaten ingespannen te luisteren en niemand zei ‘doe het eens harder’. Toen ik het zei kreeg ik het, maar marsmuziek met stemmen was alles wat ik onderscheiden kon. Marsmuziek vind ik vervelend; slechts mijn tegenzin werd geprikkeld. De bedoeling was, legde men mij later uit, het frustrerende van pornografie – je verwacht heel wat, komt niets – aan den lijve te laten voelen. Een beetje onzin-pedagogie, dacht ik, want hiermee werd minder de pornografieke frustratie gebracht als wel een heel algemene frustratie van ‘kijk-eens’ en dan alles wegstoppen. Om over het al of niet frustrerende van pornografie te kunnen oordelen moet je het eerst zien. Ik voelde me dan ook gewoon genept.

Geleid door het gekleurde boekje, dat met een voor iedereen geldt dat niet alle programma-onderdelen kunnen worden bijgewoond existentiële situatie zo treffend weergaf, door het gebeuren dat een indruk tussen aankomst-en-vertrekhal en fancy fair maakte, op weg dus naar het serieuze gedeelte. Korte inleidingen over voorbehoedmiddelen, waarover nu een wetsontwerp bij de Kamer is ingediend, dit het moment is om de Kamer onder druk te zetten, en over abortus. Spreker dr. De Vaal bepleitte het volledig vrijgeven van de vruchtverwijdering, zoals hij het noemde, waartoe het rijk klinieken in zou moeten richten. Daar zouden medische studenten tevens ingrepen kunnen leren die ze nu bij gebrek aan patiënten nooit doen voor ze zelf de praktijk ingaan en dat terwijl dezelfde ingrepen door geheel ondeskundigen op wat patiënten van artsen hadden kunnen zijn, worden uitgevoerd. Het voortdurend beleggen van gesprekken over het probleem maakt het mogelijk uit te wijken voor de keuze en actie tot later uit te stellen. Eén of meer partijen zouden legalisering van vruchtverwijdering in hun programma op moeten nemen. Maar helaas zie ik dat nog lang niet. In mei van dit jaar suggereerde dr. B.S. Polak op een teach-in een Bond van Geaborteerde Vrouwen op te richten als pressiegroep. Hoe meer ik erover nadenk, des te meer heb ik het gevoel dat dit misschien inderdaad de enige mogelijkheid zal zijn. Publiciteit heeft niets geholpen. Ongeveer een jaar geleden raakte de abortus na lang stilzwijgen weer ‘in’. Wat is het resultaat? Een geweldige toename in het aantal aanvragen, maar slechts op een enkele plaats tijdelijk een verruiming van de indicatiestelling. Zelfs beperkten sommige artsen hun praktijk in dezen en daardoor is het momenteel voor een vrouw -moeilijker geworden een arts te vinden die bereid is de ingreep te doen dan dit een jaar geleden was. We zijn dus geen stap verder. We zijn zelfs een stapje terug.

Ongehuwde moeders zullen er altijd zijn, stelde drs. Deibel, want de oorzaken ervan zijn niet technisch maar emotioneel. Met technische middelen is het ongehuwd moederschap dus ook niet te voorkomen. In de westelijke wereld neemt het aantal ongehuwde moeders overal toe, maar niet, zoals zo vaak wordt gedacht, vooral onder de zeer jeugdigen. De grootste toename valt tussen 1955 en 1965 (van honderd tot 212 in indices) terwijl de vrouwen onder de twintig jaar en die van boven de veertig in werkelijkheid de geringste toename te zien gaven (honderd tot 162). Interessante feiten waar ik wel eens een verklaring voor zou willen horen.

De teach-in over van tevoren op stencils rondgedeelde vragen en stellingen was bepaald mat. Wanneer de vlotheid en openheid waarmee men over een probleem spreekt een maat is voor het emotioneel gewicht van het probleem, dan geloof ik dat het ‘overspel’ het moeilijkst lag. Maar op alle punten kwam men niet veel verder dan een ‘ik vind, ik vind niet’. En daarmee was aan het einde van de dag het imago van de nvsh als ’n nuttige, nuttige, uiterst noodzakelijke en innuttige, maar ook wel erg psycho-hygiënische en vrij vervelende vereniging wel weer bevestigd.

Zoals de Nederlands Hervormde kerk zich verhoudt tot het christendom en de Partij van de Arbeid tot het socialisme, zo – voel ik – verhoudt de nvsh zich ongeveer tot het ludieke gebeuren dat men genitaal toegespitst en zindelijk wel seksualiteit noemt. Geen enkele bijzondere verwachting dus toen de voorzitster namens het hoofdbestuur het slotwoord zou spreken. Te vaak, begon zij, worden de ook op dit congres aan de orde gestelde problemen los van elkaar behandeld. Een poging zullen we moeten doen om ze in onderling verband te zien en wij zullen een ideologische achtergrond moeten bepalen. Op grond daarvan kunnen we een nieuw ontwerp voor actie opstellen. Seksualiteit werd in het verleden gekoppeld aan de voortplanting en de instituties van huwelijk en gezin. De ontkoppeling van de seksualiteit en de procreatie is in volle gang, maar nu ziet men dat vrij vaak de seksualiteit aan een andere rechtvaardigende grootheid wordt gekoppeld, namelijk de liefde. De lustbeleving wordt wel positief gewaardeerd, maar binnen het kader van het huwelijk.

Geleidelijk aan groeit hier en daar ook de opvatting dat het seksueel gedrag van mensen een privé-gebied van menselijk doen en laten is, waarover de openbaarheid geen moraliserende zeggingsmacht heeft. Voor een aparte seksuele moraal is dan ook in feite geen ruimte. De mensen die met elkaar een seksuele relatie aangaan dragen voor elkaar en tegenover derden een verantwoordelijkheid, maar deze wijkt niet af van de verantwoordelijkheid bij andere vormen van menselijk handelen. Van belang is vooral dat de verwachtingen en doel-einden van de relatielingen met elkaar in overeenstemming zijn of gebracht kunnen worden. In deze zienswijze blijft er alleen nog over te onderzoeken welke combinatie van verwachtingen en motieven leidt tot de meest bevredigende ervaringen. Kortsluitingen komen voor bij alle vormen van menselijk contact, en de idee dat de kortsluiting op het gebied van de seksualiteit ingrijpender is, zou wel eens het gevolg kunnen zijn van onze koppeling van seksualiteit aan een of andere rechtvaardigingsgrond, welke dat dan ook in concreto is. Als seksuele handelingen niet meer zijn dan een aspect van menselijk handelen, dan is het ook niet nodig daarvoor zeer specifieke rechtvaardigingen te bezitten. Dat betekent individuen de vrije keuze laten hun relaties gevarieerd en genuanceerd op te bouwen.

Vanuit dit centrale idee formuleerde het hoofdbestuur een aantal stand-punten over de deelproblemen. Homoseksualiteit is voor het bestuur geen apart probleem, maar de maatschappij dwingt nog steeds om met dit probleem bezig te zijn. Primair is men mens, en hoe men zijn seksualiteit inricht moet men zelf weten. De nvsh betreurt het naast elkaar bestaan van de hetero-nvsh- en homoverenigingen. Voorechtelijk geslachtsverkeer belemmeren of verbieden legt een taboe waardoor de waarde van de seksualiteit wordt overtrokken. Jeugdigen moeten zeer in het algemeen opgevoed worden tot het dragen van verantwoordelijkheid (en om dat te leren moet men hun verantwoordelijkheid geven om ermee te oefenen), er is geen reden hen op alle terreinen behalve het seksuele ervaring op te laten doen. Geboorteregeling zou ook wanneer het gewenste kindertal nul is geheel moeten worden geaccepteerd. Abortus worde gelegaliseerd en de beslissing worde genomen door de vrouw, eventueel na advies van haar arts en eventueel in overleg met de verwekker. Indien het huwelijk wordt beschouwd als meer dan een seksuele verbintenis, dan krijgt het buitenechtelijk geslachtsverkeer een andere betekenis. Monogamie en trouw verliezen hun zo specifieke seksuele betrokkenheid. Echtscheiden moet mogelijk zijn met wederzijds goedvinden. Is het huwelijk een samen-leven, dan is het niet zinvol bij mislukken daarvan een schuldige aan te wijzen. Bij de prostituée en prostituant vrij tot deze relatie en wanneer beider motieven en doeleinden verenigbaar zijn, dan is er geen reden het instituut te veroordelen. In deze zienswijze is het ook niet nodig de prostitutie als ‘de vrouw onwaardig’ af te schilderen. Handelt de vrouw uit neurotische motieven, dan heeft ze als elke andere neurotica - die daarom nog niet minder mens is – recht op behandeling. Pornografie is door het verbod alleen maar slecht en duur. De schadelijkheid ervan is nooit aangetoond. De wetsartikelen die betrekking hebben op al deze problemen zullen door het hoofdbestuur aan wetenschappelijke gegevens worden getoetst om na te gaan of ze in feite geen uitdrukkingen zijn van een voorbije moraal. Het hoofdbestuur zal zich beraden op te ondernemen actie.

Van seksuele hervorming naar mensenhervorming. De seksuele intolerantie exemplarisch voor intolerantie nemen en met deze hefboom grotere algemene tolerantie afdwingen. Wie wel eens over deze problemen hebben nagedacht zullen de standpunten niet zo schokkend in de oren klinken en ook het basisidee is niet heel nieuw, maar als voorzitster Mary het publiekelijk stelt, dan is het niet minder dan een culturele revolutie in de seksuele hervormingsclub. Binnenkort kunnen we misschien de jeugdige leden van de discussieclubs als wakkere wachters op zien treden. Er moet immers om revolutie te maken een organisatie zijn. Nu deze clubs al gevormd zijn zou het jammer zijn deze nieuwe poot aan de grond zomaar weer in te trekken. Daar komt iets bij, namelijk ook een lieve revolutie maakt men met jeugdigen. En die zitten daar. Misschien zal de nvsh een kleine krachtige vuist moeten maken in een wat losstaande, nieuwere organisatie. Ook om het bebouwen van het land en het binnenhalen van de oogst (consultatiebureauwerk) niet in gevaar te brengen. Dat kan gebeuren door de mensen van de al oudere organisatie.

Een mooie inzet; benieuwd ben ik naar de volgende aflevering van het -verhaal.