Ger Groot

Cyber

Voor wie niet beter zou weten, lijkt het niet het gelukkigste moment om een boek uit te brengen over onze digitale toekomst. Het jaar 2001, dankzij Stanley Kubrick decennialang een hightech-belofte, ontpopte zich als het jaar van de Twin Towers en over internet heerst een beschaamd of meesmuilend zwijgen. De grootste zegen van de ruimtevaart blijkt niet de Tefalpan, maar de bom die ondanks alle cybernetica nog altijd nét niet slim genoeg is.

Ten goede of ten kwade, de techniek heeft haar beperkingen, dat maakte de Eerste Wereldoorlog al duidelijk. De schaduw van die ontnuchtering hangt ook over het boek Cyberspace Odyssee van de Rotterdamse filosoof Jos de Mul (Uitg. Klement), al werd het grotendeels geschreven in het tijdperk van de digitale euforie. Kubricks film gaf er, met zijn mengsel van existentiële hoop en vrees, de titel aan. De apocalyptische verwachtingen van het slot daarvan, waarin niets minder dan een nieuwe mensheid lijkt te dagen, zijn even opwindend als die van De Muls boek, en blijven — ook na de hype — even beklemmend.

De Mul houdt het, anders dan Kubricks psychedelische slotsequenties, op een half-nietzscheaanse en half-darwiniaanse evolutie waarin de mensheid boven zichzelf wordt uitgetild. Het zijn zijn meest speculatieve hoofdstukken en net als bij Kubrick sluipt daar onwillekeurig iets religieus in. Kantelende techniek roept gemakkelijk het godsdienstige op, om het even of dat in de technologie of daartegenover in stelling wordt gebracht. Even fascinerend als beangstigend krijgt ze de kenmerken van het sacrale, zoals de godsdiensthistoricus Rudolf Otto dat tijdens de Eerste Wereldoorlog beschreven heeft. Van zijn studie Het heilige is zojuist een herziene Nederlandse vertaling verschenen (Uitg. Appelbloesem Pers).

Tegenover de overspannen verwachtingen van de digitale revolutie bewaart De Mul meestal een verstandige scepsis, en dat verleent zijn boek, genomineerd voor de Socrates-wisselbeker die zaterdag wordt uitgereikt, zijn duurzaamheid. In De Muls ongemakkelijke spagaat tussen boekenschrijver en digi-denker (met het boek correspondeert een website vol doorklikmogelijkheden) zal hem dat ook zelf niet ongelegen komen. Te vaak is al «de dood van het boek» verklaard, weerloos als dat zou zijn tegen de mogelijkheden van de «digitale ruimte» met haar hyperlinks.

Toch hebben de computer en het internet tot nu toe alleen maar voor méér boeken gezorgd, en ook De Mul ziet het boek voorlopig niet verdwijnen, al zou het met de nodige technische ontwikkelingen (opvouwbare, papierdunne schermpjes) wel van gedaante kunnen veranderen.Daarover kun je twijfelen. Een boek is tenslotte maar een klein gedeelte van zijn leven een lees-voorwerp. Meestentijds is het een pronk-voorwerp, dat in de huisbibliotheek van de middenklasse de gecultiveerdheid van zijn eigenaar uitstraalt. Geen meubel zo armoedig als een boekenkast vol videobanden; daar verandert geen technologische revolutie iets aan. Boeken zijn symbolen en daarom zijn ze, net als religieuze rituelen, behoudzuchtig en hardnekkig. Met een oplaadbaar leesschermpje kun je wel pronken, maar de concurrent is eerder het mobieltje van de buurman dan zijn boekenkast.

Toegegeven, veel literaire verdiensten zitten daar niet aan en juist op dat vlak liggen volgens De Mul grote digitale beloften. Interactieve verhalen zullen de eendimensionale vorm van de huidige romanstructuur revolutioneren, schrijft hij. In plaats van een vertelling van A tot Z ontwerpt de schrijver van de toekomst een narratieve ruimte waarin de lezer zijn eigen weg kiest uit een veelvoud van mogelijke verhaallijnen. De literatuur van de toekomst zal veel weg hebben van het computerspel van nu.

Wellicht. Er is al mee geëxperimenteerd, tot nu toe niet met overdonderend succes. Waarschijnlijk zal ook hier de techniek minder snel op haar eigen grenzen stuiten dan op die van de lezerswil. Laat ons verlangen een verhaal verteld te horen zich werkelijk verdringen door onze vrijheid dat naar eigen keuze te kunnen sturen? Willen we wel ophouden lezers te zijn, om met een halve bil plaats te nemen op de stoel van de schrijver?

«Het traditionele boek is voorbeschikt om te verdwijnen, net als kathedralen, stadswallen en musea», zo citeert De Mul — misschien ironisch — de futurist Marinetti. Ook die voorspelling dateert alweer van rond de Eerste Wereldoorlog.