Cyber-guerrilla

De Tupac Amaru lieten nog eenmaal zien hoe het niet moet: met geweld een politieke doorbraak forceren. Elders in Latijns Amerika slaat de guerrilla nieuwe wegen in en digitaliseert de revolutie. Brengt de ‘zapahype’ de overwinning of sterft het verzet in virtuele schoonheid?
MEXICO/GUATEMALA - Dagelijks oefende het handjevol MRTA-strijders in de Japanse ambassade in Lima de executie van hun gijzelaars, totdat ze zelf werden geëxecuteerd door de commando’s van president Fujimori. De fatale afloop van hun wanhoopsactie wordt alom beschouwd als de nekslag voor het revolutionaire elan in Latijns Amerika. De gloriedagen van Che Guevara zijn voorbij, de gewapende strijd heeft niet langer prioriteit. Zelfs de tegenstander lijkt dat te beseffen, getuige de recente sluiting van de US Army School of the Americas - het opleidingscentrum voor Zuidamerikaanse kampbeulen en commando’s in Fort Benning, Georgia.

In het Mexicaanse San Cristóbal de las Casas, waar de EZLN - de Zapatisten - drie jaar geleden voor het eerst van zich deed spreken, zwijgen de wapens al geruime tijd. Sinds de wapenstilstand van 12 januari 1994 onderhandelen de Zapatisten en de Mexicaanse regering vruchteloos over een vredesakkoord. Intussen bestookt subcomandante Marcos, gewapend met pijp en bivakmuts, de pers en het Internet met zijn communiqués: tegenstrijdig, humoristisch, vol ironie en zelfkritiek. Het woord is het belangrijkste wapen van de postrevolutionaire revolutie. Het EZLN is een gewapende macht die nee zegt tegen geweld.
In de verkoopstalletjes van San Cristóbal hangen de T-shirts met opdruk van Marcos en Che Guevara broederlijk naast elkaar, maar vergeleken bij Che is de sub een watje. Hij poseert niet als een onverzettelijke macho die in de bergen ontberingen doorstaat en toelaat dat vrouwen meevechten mits ze kunnen koken. De revolutionair van de jaren negentig is beminnelijk en informeel en smacht bij tijd en wijlen naar een reep chocola of het vertier van de grote stad. Marcos deelt zijn gezag zonder bezwaar met vrouwen, zoals comandante Ramona. Zijn strijders heten hermanos en hermanas (broers en zussen), het aloude compañero heeft afgedaan.
Marcos’ dwergleger van 2500 man staat tegenover 170.000 regeringssoldaten. De avonturen van Don Quichot zijn een voorname inspiratiebron voor zijn geschriften: ‘Als ik sonnetten kon schrijven, had ik niet naar de wapens gegrepen.’ Marcos zoekt voortdurend de dialoog. 'Wij willen noch de macht, noch uw positie’, schreef hij aan president Zedillo. De Zapatisten streven ook niet naar een nieuwe mens, maar naar een menswaardig bestaan voor iedereen. Ze stellen de macht ter discussie zonder zelf naar macht te streven. In zijn Le Rêve Zapatiste (1997) vraagt de Franse socioloog Yvon Le Bot zich af of je zo'n beweging nog wel serieus kunt nemen.
Volkomen weerloos zijn de nazaten van Emiliano Zapata in elk geval niet. Het beeld van de met houten geweren bewapende Maya’s dat in januari 1994 de wereld rondging, was een vertekening van de werkelijkheid. De Zapatisten wisten dat het slagveld van de postmoderne revolutie eerder in cyberspace dan in de Sierra Madre ligt. Voordat er een kogel was afgeschoten, was menige Internaut en buitenlandse journalist al op de hoogte van hun bestaan. Die virtuele overwinning was de eerste in een lange reeks. Toen president Zedillo in februari 1995 aankondigde dat hij Marcos had ontmaskerd en hem spoedig zou arresteren, wist de sub zijn ogenschijnlijke zwakte in de reële wereld ook om te buigen in een verrassende overwinning. Sedert het begin van 1994 hielden zich in de heuvels rond San Cristóbal namelijk ook uitstekend getrainde en uitgeruste rebellen op, de meesten van niet-inheemse oorsprong. De opstand van de Zapatisten kwam allerminst uit de lucht vallen.
RAFAEL SEBASTIAN Guillén Vicente, alias Marcos, verruilde begin jaren tachtig de autonome universiteit van Mexico-City voor Chiapas, een staat in een uithoek van de Mexicaanse federatie, en sloot zich aan bij de maoïstische Nationale Bevrijdingskrachten (FLN). De 'opmars naar de hoofdstad om het federale leger te verslaan en de dictator af te zetten’, zoals het in hun eerste verklaringen heette, bleek echter te hoog gegrepen. Misschien was het plan geslaagd als Marcos had geluisterd naar zijn baas, comandante German, die pas in een later stadium een grootschalige burgeroorlog wilde ontketenen. Marcos wist echter een brug te slaan naar de inheemse bevolking en de revolutie te verbinden met lokale eisen. Een pacifistische houding was noodzakelijk om de scepsis jegens de revolutionairen te overwinnen. Het inheemse karakter van de opstand wekte wereldwijde sympathie en logenstrafte de beschuldiging van regeringszijde dat de Zapatisten door het buitenland werden gefinancierd.
En ze hadden de conjunctuur mee. Toen de Zapatisten op nieuwsjaarsdag 1994 het stomdronken garnizoen van Chiapas overrompelden, was Mexico al niet meer het veelgeroemde toonbeeld van stabiliteit. Twee politieke moorden hadden de PRI - de langstregerende partij ter wereld - aan het wankelen gebracht. Veel beleggers die waren aangelokt door de kwistig privatiserende president Salinas trokken nu schielijk hun investeringen terug. De peso raakte in een vrije val en honderdduizenden Mexicanen verloren hun baan. Het rampjaar '94 betekende de ontmaskering van Mexico’s neoliberale beleid. Marcos’ oproep om 'de stilte van de verzwegenen te doen spreken’ werd in de hele wereld met vreugde begroet. Het einde van de geschiedenis was op zijn minst even uitgesteld.
EEN PAAR HONDERD kilometer zuidwaarts, in Guatemala, onderhandelden vertegenwoordigers van de Nationale Revolutionaire Eenheid van Guatemala (URNG) en de regering juist over een beëindiging van de guerrilla. Na de pacificatie van Nicaragua (1990) en El Salvador (1992) zou in Guatemala definitief een punt worden gezet achter de bloedige jaren tachtig. De droom van vrede en democratie werd wreed verstoord door de revolte in Chiapas, een gebied dat historisch en cultureel gezien eerder bij Midden-Amerika dan bij Mexico hoort. Het plein voor het nationale paleis van Guatemala City was maar halfvol toen president Arzú en de URNG-leiders er eind vorig jaar de vrede beklonken.
In Guatemala overheerst de scepsis. 'Wat heb ik aan vrede als de problemen niet worden opgelost’, vraagt de Guatemalteek zich hardop af. Het land gaat gebukt onder werkloosheid, hoge prijzen en een golf van ontvoeringen. Technocratische leiders, opgeleid in Harvard of Yale, hebben met instemming van de internationale instellingen en de Verenigde Staten een nieuwe koers uitgestippeld. Het schuldenprobleem wordt bestreden met een strikt vrije-marktbeleid. De militaire oplossing, die de belangen van de elites zelf ernstig schaadde, is afgezworen. Op de Ibero-Amerikaanse top van november vorig jaar bevestigden de Latijns-Amerikaanse presidenten hun democratische intenties en verrijkten het politieke jargon met een nieuwe term: gobernabilidad (regeerbaarheid). De vrede in Guatemala is - in de geest van Marcos - ingegeven door de 'wind van boven’, maar het blijft een gewapende vrede.
'We laten ons niet misleiden door luchtspiegelingen van vrede, democratie of economische groei’, zegt Javier Gorostiaga, rector van de Universiteit van Midden-Amerika: 'De oppervlakkige veranderingen doen niets af aan de diepe crisis in de regio.’ Een groot deel van de Latijns-Amerikaanse bevolking is ondervoed, waarschuwt de FAO. In de armste landen, zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua, heeft een derde van de mensen te weinig te eten. Volgens de Wereldbank is de armoede in Latijns-Amerika tegenwoordig even groot als in 1945. Het analfalbetisme in Nicaragua, dat door de Sandinisten vrijwel was bedwongen, beloopt nu dertig procent. De werkloosheid ligt er boven de vijftig procent. Het geweld in de regio neemt alarmerende vormen aan; drugshandel en ontvoeringen zijn lucratieve alternatieven voor ex-militairen die gebruik maken van de honderdduizenden wapens die na de vrede in omloop zijn gekomen.
Gorostiaga: 'Die bezorgdheid over regeerbaarheid is een teken van angst. Narco-politiek, onbeheersbare criminaliteit en sociale desintegratie lijden tot ingobernabilidad. De mislukking van het vrije-marktmodel is evident. Het overschrijdt de ecologische, sociale, politieke en ethische grenzen.’ De politiek zelf verkeert in een crisis: het alternatief van links wekt boze herinneringen aan vroeger, terwijl nieuw-rechts de ellende alleen maar heeft vergroot. De bevolking zelf, in de gedaante van de civil society, is nu aan zet. Gorostiaga signaleert een toenemend zelfbewustzijn. De nieuwe oligarchie ziet zich genoodzaakt te onderhandelen met bewegingen als de Zapatisten, die de bevolking van onderaf mobiliseren.
DE GUATEMALTEEKSE ex-guerrillera Virginia Cardona zit samen met enkele honderden compañeros in een kamp in het noorden van Guatemala. Allen hebben hun wapens ingeleverd en wachten op demobilisering. 'Maar als het nodig is, nemen we de wapens weer op’, aldus Virginia.
'De gewapende strijd is nog steeds zinvol’, oordeelt ook Jorge Soto, alias comandante Pablo Monsanto, een van de vier leiders van het URNG: 'In Guatemala hebben we er de vrede aan te danken, en ook onze politieke bewegingsruimte: het URNG is omgevormd tot politieke partij.’ Hij benadrukt de overeenkomsten met het EZLN: 'De Zapatisten zijn het gevolg van de verwaarlozing en achterstelling van Chiapas. Het feit dat hun strijd meer politiek dan militair is, betekent geen ideologische omslag. Het is de uitkomst van een verandering van de Mexicaanse en mondiale situatie. Tien jaar geleden waren ze uitgemaakt voor agenten van Castro of Moskou, ze zouden met alle middelen zijn bestreden. Dat kan nu niet meer.’
'De gewapende strijd is geen afgesloten dossier’, schrijft Marcos: 'Na de val van de dictaturen werd het democratische model uitgehold door het neoliberalisme. Politieke alternatieven zijn de mond gesnoerd en sociale bewegingen grijpen nu opnieuw naar de wapens.’ Hij noemt de gijzelingsactie van MRTA in Peru, waarbij je je kunt afvragen wie de terrorist is: de guerrillabeweging of de 'democratische’ dictator Fujimori. Ook verwijst hij naar de guerrilla in Colombia en naar de twee nieuwe opstandelingenlegers die zijn land sinds vorig jaar rijk is: 'Zolang de regering alleen met gewapende tegenstanders onderhandelt, wijzen ook wij de wapens niet af.’
Door slechts twaalf dagen te vechten hebben de Zapatisten hun strijd echter een ander aanzien gegeven. Soto: 'De conferenties, de nieuwe technologieën, de evenementen, alles is tegenwoordig mogelijk. Marcos heeft daar goed gebruik van gemaakt.’
GALACTISCHE CHATCLUBS, nationale bijeenkomsten, EZLN support Web pages en mondiale evenementen zijn de bouwstenen van cyber-Chiapas. In augustus vorig jaar hield de beweging een grootse manifestatie, de zapahype. De brokstukken van gefragmenteerd links vlogen over het Net: Venezolaanse ex-guerrilleros, Berlijnse Groenen, Russische filmers, een europarlementariër, dwaze moeders uit Argentinië, Britse vakbondsleden, de Mexicaanse straatheld Superbarrio, Italiaanse communisten, een enkele Latijns-Amerikaanse intellectueel en veel Franse sociologen en studenten. De gauche caviar was hen voorgegaan: Régis Debray - 'het Zapatisme is terug bij de essentie: verzet’ - en Danielle Mitterrand kwamen persoonlijk bij Marcos op de koffie.
De sub was hen vooruitgesneld op MTV. Terug in de jungle ontving hij meer dan drieduizend gasten uit 45 landen - zelfs een Koerdische en een Tsjetsjeense delegatie trotseerden tropische regens en glibberige modderpaden - op de eerste Intercontinentale conferentie voor de mensheid en tegen het neoliberalisme. Het verbod op drank en drugs werd door alle deelnemers geslikt, evenals de rijst met bonen, de muggebeten en de onvermijdelijke stinkende latrines. Over de gedwongen scheiding van mannen en vrouwen fronste menigeen de wenkbrauwen, en de weigering om een correspondent van Le Monde toe te laten deed aan vroeger denken. Maar over het algemeen was ontheemd links tevreden en voldaan. Oude Maya-legenden vermengden zich in de nevelige bergatmosfeer met oeverloze discussies over het neoliberalisme en mogelijke alternatieven. Was communicatie de weg naar de vrijheid? Waren kunst en cultuur vormen van verzet? Men zong mee met het zapatistische volkslied en wachtte op de komst van de grote ceremoniemeester. Meer dan eens verzuchtte Marcos dat hij zelf ook niet wist waar het heen moest.
Het zapatisme openbaarde zich in al zijn tweeslachtigheid: alomvattende oplossingen bestaan niet meer. 'Zapatist zijn wil zeggen: ik ben rebel’, zei Marcos in zijn slotwoord. Gedurende die week was iedereen Zapatist.
En de arme boeren van Chiapas om wie het allemaal begonnen was? Een theoretische gedachtenwisseling met mensen die nauwelijks Spaans spreken, laat staan Engels, was op zichzelf al moeilijk. Voorts bleken hongerige Tzotzils niet bijster geïnteresseerd in, pakweg, de gastronomische preoccupaties van een Australische vegetariër. En een zestienjarige Tzeltal-moeder heeft nu eenmaal andere opvattingen over seksuele vrijheid dan een feministe uit San Fransisco. Omgekeerd heeft een Oostenrijkse pacifist weinig voeling met een regio als Chiapas, waar de boeren sinds de komst van de Spanjaarden al talloze malen in opstand zijn gekomen.
De strijd gaat om het bezit van de grond: meer dan de helft behoort toe aan één procent van de bevolking terwijl de bevolkingsdruk explosief toeneemt. Van de rijkdommen van het gebied zien de meeste Chiapaneken niets terug. Hun staat is de tweede producent van maïs in Mexico, maar in de ernstigste probleemgebieden is tachtig procent van de kinderen ondervoed. Chiapas levert meer dan de helft van Mexico’s hydro-elektrische energie, terwijl in veel dorpen minder dan een kwart van de huishoudens elektriciteit heeft. In de armste gebieden beloopt het analfabetisme zeventig procent en verdient drie kwart van de mensen minder dan 312,50 per dag.
Het zapatisme heeft dus verschillende gezichten. In theorie waait 'de wind van boven’ in dezelfde richting als de 'de wind van onderen’. Democratie, vrijheid en gerechtigheid zijn het devies. De grote vraag is: voor wie? In Chiapas wordt hierover al tientallen maanden overlegd. De akkoorden van februari vorig jaar spreken over de rechten en de cultuur van de inheemse bevolking en beloven overleg over democratie en gerechtigheid. Maar de woorden zijn geen daden geworden, de regering vertraagt het vredesproces met onzinnige voorstellen. In september besloot het EZLN om de dialoog dan maar te verbreken. Van een democratische doorbraak, zoals die zich in het rampjaar 1994 aandiende, is nog niets te merken.
En Marcos? Die schrijft brieven aan Emiliano Zapata, dialogen met het kevertje Durito, twistgesprekken met zijn tweede Ik, alles geserveerd met een fijn sausje Baudelaire of Rimbaud. Zou hij nog oog hebben voor de paramilitaire acties van grootgrondbezitters, waarbij elke week slachtoffers vallen en mensen van hun grond gejaagd worden? Of voor de low-intensity warfare van het leger dat de Zapatisten steeds verder insluit? Er wordt gefluisterd dat de 'show van Marcos’ op zijn einde loopt, dat de subcomandante is gevallen voor de gunsten van de Mexicaanse regering, en dat de sluipende militarisering van Chiapas een meesterzet is van de Verenigde Staten en Mexico om de exploitatie van de oliebronnen in de jungle mogelijk te maken. Geruchten te over. Zowel voor de wereldburgers die meezingen met de 'Internationale van de hoop’ als voor de inheemse vrouwen rond de Santo-Domingokerk in San Cristóbal, die poppetjes van comandante Ramona en Marcos slijten aan de zapatoeristen, mag je vurig hopen dat ze vals zijn.
Dit artikel is mogelijk gemaakt door steun van het NCDO.