Cyberfamilie

Het Dutch Electronic Art Festival (DEAF) is bezig uit te groeien tot een onmisbare schakel in de ontwikkeling van de meningsvorming over de invloed van nieuwe media. Georganiseerd door V2, plus andere instellingen, werd in Rotterdam twee weken lang op diverse plaatsen geconfereerd, tentoongesteld en opgetreden. Van dans tot architectuur, van muziek tot beeldende kunst. Het onderwerp is inmiddels zo populair dat in de havenstad mooie coalities tot stand komen: allerlei instellingen liften mee op de derde technologische golf.

Toch is er nog steeds sprake van een wereldje. Niet sektarisch meer uiteraard, zoals in de jaren tachtig, toen pionieren nog hand in hand ging met onbegrip bij het publiek. Nu is er sprake van een brede erkenning, steeds meer mensen willen meedoen. Het is echter nog steeds een apart wereldje omdat de aandacht voornamelijk geconcentreerd blijft op formaliteiten, de nieuwe media zelf, en niet op de doelen waarvoor deze middelen kunnen worden ingezet; de inhoud, zogezegd. De mensen in dit wereldje vinden elkaar vooral in een bijzondere fascinatie, los van een culturele positiebepaling. Het geworstel met de techniek, de verbeteringen in rekensnelheid, opslagcapaciteit en uitwisselbaarheid, en natuurlijk de astronomische bedragen die nodig zijn, werken een a priori-solidariteit in de hand die prettig is voor de sfeer, maar ongunstig voor een inhoudelijke verdieping. Wie langs vele technische klippen heeft weten te laveren om iets overtuigends te laten zien, heeft weinig zin om de aard en betekenis van die overtuiging nog eens te gaan betwisten.
Deze situatie is ironisch. Zolang manifestaties op dit gebied nog worden georganiseerd ter vertegenwoordiging (en propaganda) van een klein wereldje, is de nieuwe, grote wereld die met deze media gesuggereerd wordt, nog ver weg. Zolang nieuwe-media-adepten gebonden blijven aan het begrip medium, aan technologie dus, zal de familiesfeer niet worden aangetast. Dat gebeurt pas wanneer er meer nuchterheid is ontstaan over het feit dat nieuwe media slechts faciliteiten zijn. Op dat moment zal het niet meer volstaan bij elkaar te komen om een interessant aspect van het medialandschap te bespreken, want dan is iedereen in dit landschap actief. Pas dan zal het inhoudelijke gesprek ook naar cyberspace kunnen verhuizen.
Of het ooit zover komt is nog steeds onduidelijk. Hoeveel kwaliteit in Rotterdam ook aanwezig is, en hoeveel intelligente projecten er ook gepresenteerd en besproken worden, er valt nog steeds geen zinnig woord te zeggen over de vraag of digitalia ooit vanzelfsprekend worden, een gewone voorwaarde waaronder wij leven, een paradigma dat werkelijk het analoge voorbij is. Maar als het zover is, zullen al die mensen die elkaar nu als clubleden treffen op al die wereldcongressen over cyberspace of in de kolommen van hun cultbladen, elkaar uit het oog gaan verliezen. Het familiekarakter der cybernauten houdt hun historische relevantie tot op heden marginaal. Als de digerati in het centrum van de cultuur neerstrijken, zullen ze hun familiebanden opgeven. Ze hebben dan wel wat beters te doen.
Ondertussen wordt incidenteel de sprong van medium naar inhoud, van instrument naar proces wel gewaagd. V2 onderneemt voortdurend pogingen. Dit jaar was het DEAF gewijd aande relatie tussen de stad en de computernetwerken. Lars Spuybroek, Knowbotic Research, Stacey Spiegel en Kas Oosterhuis hadden in de stad installaties opgesteld waarvan het uiterlijk mede door de input van het Internet werd bepaald. Bij Spuybroek werd bovendien ook het karakter van een Web-site beïnvloed door de activiteiten van ‘het publiek’. De werken vormden een veelbelovend begin van een onderzoek waarin het digitale en het analoge niet langer alleen als parallelle werelden worden gezien, maar elkaar daadwerkelijk gingen beïnvloeden op het niveau van de directe ervaring.