Cypress hill gaat op in rook

‘Hey, you weed smoking motherfuckers!’ Zo luidde de innemende begroeting van de Amerikaanse rapgroep Cypress Hill, afgelopen week in Paradiso. Twee keer trad de band op en beide concerten waren ver van tevoren uitverkocht, net als hun optreden in hetzelfde Paradiso een luttel half jaar eerder.

De frequentie waarmee de Amerikaanse westcoasters Amsterdam bezoeken heeft alles te maken met hun missie. Het tekstboekje bij Cypress Hill’s laatste, veelgeprezen cd Black Sunday is een kroniek van de (Amerikaanse) hennepteelt. ‘George Washington, our first president, declared: “Make the most of the hemp seed. Sow it everywhere.” (…) More than 400,000 Americans die from diseases related to cigarette smoking each year. More than 150,000 Americans die of alcohol abuse each year. But in 10,000 years of usage, no one has ever died from marijuana.’
De Amsterdamse coffeeshops zijn een nirvana voor de driekoppige band, waarin de rappers B-Real en Sen Dog worden bijgestaan door hun deejay Muggs.
Als niet-roker ben ik wellicht niet helemaal bij machte de muziek van Cypress Hill op de juiste waarde te schatten. Enige grammen nederwiet zullen bij beluistering van Black Sunday ongetwijfeld leiden tot een positiever oordeel. Vergeleken met andere Californische rappers als Paris en Ice Cube klinkt Cypress Hill uitgesproken loom. De after-beat die de geknepen stem van B-Real in tekstueel expliciete, hypnotiserende nummers als I Wanna Get High en Legalize It vergezelt, verdenk ik van roots in de reggae aan mij minder besteed. De sterke momenten op Black Sunday zijn die waarop B-Real uit zijn droomwereld stapt. In het staccato gezongen I Ain’t Goin’ Out Like That hangt hij de driftkikker uit. De slums van Real’s thuisbasis Los Angeles verschaffen hem de munitie.
Ondanks de vriendelijke reputatie van Cypress Hill had Paradiso een flink stel portiers ingehuurd. Elke bezoeker werd tot op het bot gefouilleerd. Behalve op messen vermoedelijk ook op wiet. Anders is het niet te verklaren dat tijdens het concert vrijwel alleen op het podium werd geblowd. Met een joint als een toeter en een waterpijp zette B-Real zijn missie voort. Dat het optreden na een opzwepend begin naar een bedenkelijk niveau zakte, zal daar zeker mee te maken hebben gehad. 'I’m getting stoned’, meldde de logge, zwaarlijvige rapper toen de juiste volgorde van te spelen nummers hem teveel werd. Na krap vijftig minuten verdween hij van het podium.
De toegift kwam voor rekening van een mobiele eenheid. Omdat het concert van Cypress Hill een dag eerder door uitbundige publieksparticipatie op het podium uit de hand liep, waakte een tiental roadies in rapterminologie 'homeboys’ over het wel en wee van de band. Elke stagediver die ook maar een knie op de buhne kreeg, smeet de ME genadeloos terug. Komisch werd het toen de zaal veel jonge would-B-Reals uit de Bijlmer er een sport van maakte een van de roadies tot zeker tien keer toe mee te sleuren in hun duik van het podium. Telkens ging hij keihard kopje onder in het publiek, maar kwam vrolijk lachend tien seconden later weer boven. Dergelijk vertier zorgde voor de broodnodige afleiding. Ook het optreden van Cypress Hill bevestigde weer eens dat rappers beter in de studio dan op het podium tot hun recht komen.
Naast de twee rappers belichaamde een percussionist het enige live-element op het podium. Meer symbolisch om de latino-afkomst van de band gestalte te geven dan van muzikaal belang. Misschien ligt de waarde van een optreden van Cypress Hill buiten het strikt muzikale. Het Nederlandse drugsbeleid valt internationaal meer en meer erkenning ten deel. De miljoenenverkoop van Black Sunday verricht sluipenderwijs zijn werk. Nog even en ook het stickie van Bill Clinton kan met diens volledige instemming in een nieuwe kroniek van de Amerikaanse hennepteelt worden geboekstaafd. Te vinden op de volgende cd van Cypress Hill.