Kaapstad – Als er ooit een film wordt gemaakt over staatshoofden ten tijde van covid, dan is er een hoofdrol weggelegd voor Cyril Ramaphosa. De 68-jarige Zuid-Afrikaanse president trad in 2018 aan en moest meteen als een bezetene trachten het door gigantische corruptie verziekte land weer op het juiste spoor te zetten. Hij paaide buitenlandse investeerders en lanceerde ideeën om de massale werkloosheid te beëindigen. Onderwijl probeerde hij zijn positie binnen zijn partij, het anc, te versterken en de corrupte elementen te elimineren.

Toen sloeg covid toe en ging Zuid-Afrika in maart 2020 vijf weken lang helemaal op slot. Daarna werden de lockdownmaatregelen versoepeld of aangescherpt, al naar gelang de sterkte van de besmettingsgolven. Onderwijl kromp de economie. Ramaphosa verscheen geregeld op de televisie om de soms absurde maatregelen (verbod op de verkoop van rookwaar, verbod op het betreden van stranden) uit te leggen. Het was eenrichtingsverkeer: de staat bepaalde wat er gebeurde en Ramaphosa hield monologen. De pers kon geen vragen stellen.

Net toen de economie zich enigszins leek te herstellen brak in juli de chaos uit rond de arrestatie van ex-president Jacob Zuma nadat die het had vertikt om te verschijnen voor de commissie die onderzoek doet naar de megacorruptie die plaatsvond onder zijn bestuur. Er vielen ruim driehonderd doden en er werd voor miljoenen schade aangericht. Buitenlandse investeerders wendden hun blik af. Het was aan Ramaphosa om in te grijpen en uit te leggen waarom de politie en de inlichtingendienst zo vreselijk te kort waren geschoten. Op het televisiescherm oogde hij moe en aangeslagen, maar hij slaagde erin de rust te herstellen zonder dat de ‘gewapende opstand’ oversloeg op andere delen van het land. Hij greep zijn kans en schoonde zijn kabinet op.

Toen moest hij deze maand zelf voor de corruptiecommissie verschijnen; het plunderen van de staatskas had immers deels plaatsgevonden toen hij onder Zuma vice-president was. Twee dagen lang moest hij uitleggen hoe ver zijn kennis strekte en waarom hij niet had ingegrepen. Het waren pijnlijke momenten. Hoe verklaar je de implosie van een land onder jouw toeziend oog? Ramaphosa toonde zich een soort Rutte: glad, niet te vangen, zich verschuilend achter termen als ‘systeemstoring’ en ‘silo’s die onafhankelijk van elkaar opereren’. Geen moment verloor hij zijn zelfbeheersing. Andere leiders zouden overspannen naar een meditatieoord zijn gevlucht. Maar Ramaphosa blijkt taai, heel taai. En trekt steeds meer macht naar zich toe.