Filmlezen: The Longest Day

D-Day revisited

De moeder aller oorlogsfilms, ‹The Longest Day›, is op dvd verschenen. De manier waarop dit epos de Tweede Wereldoorlog verbeeldt, is opvallend anders dan in meer moderne film- en televisieproducties.

Hoeveel keer zullen mensen die in of rond de Tweede Wereldoorlog zijn geboren Darryl F. Zanucks grootse epos The Longest Day hebben gezien? Geen jaar gaat voorbij of de film komt langs op de tv. Hij zet niet alleen een aantal historische gebeurtenissen op een rij, maar levert ook een onderhoudend beeld van het soldatenleven tijdens een invasie. Althans, dat dachten wij tot Steven Spielberg Saving Private Ryan uitbracht en daarna, samen met Tom Hanks, de in een aantal opzichten nog veel indrukwekkender tiendelige serie Band of Brothers produceerde. Sindsdien is Zanucks film nog hoogstens een vooral opgewekt sprookje. Goed, er vallen doden in die film. Maar deze worden clean getoond, bijna zonder bloed (hetgeen toch al niet zo opvalt in zwart-wit). Een oorlog van schaakstukken. De ene partij valt aan en de andere vecht terug. De aanvallende partij moet erg zijn best doen, maar dat kluistert de genietende kijkers juist met extra aandacht aan het beeld. Waar krijg je trouwens gelegenheid om zo veel beroemde soldaten aan het werk te zien? John Wayne, ook hier de ijzervreter die wij kennen uit talloze westerns. Robert Mitchum, Rod Steiger, Henry Fonda als de zoon van president Roosevelt, en ga zo maar door. The Longest Day is ook door hun toedoen in de eerste plaats een film; de acterende soldaten zijn doorgaans goed geluimd en maken, eerlijk is eerlijk, de gekste dingen mee. Neem de negen nonnen die dwars door de vuurlinie heen het beeld binnen marcheren, om verpleegkundige hulp te komen bieden. Zij zijn de meest militante types in de film. En dan die Britse geestelijke. Hij is nog niet geland of zijn koffertje met religieuze attributen ligt al in de sloot. Dus geeft hij een komische duikact ten beste, tot hij zijn zaakjes heeft gevonden en «God’s work» kan gaan verrichten. Ook altijd geestig is een doedelzak, die bij een regiment Schotten vooropgaat. En dan is er natuurlijk de knotsgekke Engelse commandant die een hond bij zich heeft die op Churchill lijkt en dan ook Winston heet. Even voordat hij boven Normandië gedropt zal worden, zien wij een soldaat alvast oefenen voor de genietingen die hem te wachten staan: «Bonjour mademoiselle. Je suis Américain. Voulez vous, mademoiselle?»

Wie naar The Longest Day kijkt, vindt het bijna jammer dat hij er niet bij was. Je zal toch maar vrolijk zitten te zingen in zo’n glider, op weg naar de landingsplaats, die soms een boom was, maar het tonen van al te veel ongelukken hoort niet bij de positieve instelling van de film. Slechts één keer is sprake van zware verliezen; de generaal van dienst die veilig buitengaats staat op zijn commandoschip neemt deze mededeling met gepaste ernst voor kennisgeving aan.

Toch verhult The Longest Day, waarin de tevredenheid over de overwinning op de nazi’s nog in alle scènes doorklinkt, de waarheid niet in alles. Het is bekend dat veel parachutisten die de invasievloot voorafgingen gedropt werden op een geheel verkeerde plaats. De verwarring die dit gaf, komt sterk naar voren in het tweede deel van Band of Brothers. Zanuck en zijn regisseurs huppelen gemakkelijker heen over deze verstrooiing. Onthullend voor de intentie van de scenarioschrijvers is de scène waarin een groepje geallieerden en een Duitse patrouille in tegengestelde richting langs elkaar heen lopen, slechts gescheiden door een muurtje van een meter hoog. Dat is lachen. In Band of Brothers leidt de verwarring van de luchtlandingstroepen tot voorzichtigheid en extra angst. Hun voorgangers hadden daarvan geen last. «Let’s go to find the war», roept een soldaat, die ook niet weet waar hij terechtgekomen is. In Spielbergs films lopen de mannen bijna per ongeluk de oorlog binnen en dat is er een van uitsluitend verderf. Private Ryan en Band of Brothers bieden een veel somberder kijk op de oorlog, wat na de volgende oorlogen waarin de Amerikanen betrokken waren ook zeer voor de hand ligt. Vooral in Band of Brothers ligt de nadruk op de mislukkingen, het langzaam uitdunnen van de legereenheid Easy Company, waarvan de belevenissen getoond worden. In de positieve benadering van The Longest Day zien wij juist de dingen die wél slagen. Zo landen commando’s precies op de plaats van bestemming en vallen in de armen van een verrukkelijke verzetsheldin, voor wie iedere echte man zou willen vechten. Tekenend voor de domheid van Duitsers is hoe zij een paar van hen te slim af is. Als zij vervolgens vechtend met een soldaat in het water belandt, zien wij pas hoe goed Amerikanen konden schieten. Van grote afstand precies in het hoofd van de mof. De fraai gevormde heldin hadden wij node willen missen.

In The Longest Day krijgt ook de Duitse kant veel aandacht. Deze passages tonen vooral de opgeblazenheid van Duitsers in het algemeen, de laksheid van hun legerleiding en het gebrek aan leiding van de Führer. «Zo is de geschiedenis», legt een Duitse generaal uit aan een ondergeschikte, wanneer de invasie eenmaal van start is gegaan. «Wij maken een historisch moment mee. We verliezen de oorlog omdat onze luisterrijke Führer een slaappil heeft genomen en niet gewekt mag worden. Het is toch niet te geloven.» En alsof dit nog niet omstandig genoeg is uitgelegd, voegt hij eraan toe: «Denk daaraan. En vergeet het nooit meer. Wij zijn getuigen van een gebeurtenis die de historici niet voor mogelijk zullen houden. En toch is het waar. De Führer mag niet gewekt worden.»

De echte Führer heet God. Hij komt in alle films ter sprake. «Als God met ons is, wie is er dan met hen?» vraagt een soldaat in Private Ryan. Welnu, God is ook met de Duitsers. Maar omdat die verloren hebben, heeft God zijn handen van ze af getrokken. Bij een briefing in The Longest Day houdt een officier zijn mannen voor: «Als jullie in Frankrijk landen, hebben jullie maar één vriend: God.» En misschien juist om die reden mag Rod Steiger zeggen dat over D-Day nog veel zal worden gesproken «long after we are dead and gone», hetgeen goed beschouwd dubbelop is. «Zal ik je eens wat zeggen?» vraagt hij. «Ik krijg kippenvel bij de gedachte dat ik eraan meedoe.» Dit is mannentaal.

De kerels die ons sinds 1962 hebben verbaasd en vertederd, moeten het in de latere films stellen met nazaten die een stuk minder vrolijk werden van de oorlog. Zij hadden dan ook vaker last van afgerukte lichaamsdelen en uitpuilende darmen dan van kippenvel. God was uiteindelijk met niemand.

Wat gebeurt er echt met een mens die aan een invasie deelneemt? Voor kijkers naar de gebeurtenissen waarin Spielberg en Hanks de kijkers betrekken, lijkt deelname een zo grote gruwel dat je er niet eens aan durft te denken. Maar waarschijnlijk passen de meeste echte deelnemers zich aan als zij er midden in zitten, gevangen in de oorlogsroes. Tegen een film kijken wij aan, hij bestaat buiten ons en doet hoogstens beseffen hoe groot de ellende geweest moet zijn die niet zozeer getoond als wel verbeeld wordt.

Private Ryan en Band of Brothers doen er wel alles aan zo veel mogelijk «werkelijke» gebeurtenissen te tonen: zij laten zien hoe de geallieerden weerloze Duitsers afschieten, die proberen zich over te geven. Een van de Amerikanen heeft een arm vol horloges («Die tikken nog, hun eigenaars niet meer»). De waarheid moet getoond worden, en die is een stuk eerlozer en bloediger dan wij voorgeschoteld kregen op de gezellige avonden in het verleden waarop wij keken naar de bevrijding. «Er is alleen hoop als je accepteert dat je al dood bent», zegt een luitenant in Band of Brothers. «Hoe eerder je dat accepteert, hoe eerder je je werk kunt doen, zonder genade, zonder medelijden, zonder berouw.»

In Spielbergs films sterven de mannen als ratten. Ze worden in flarden geschoten en zijn bang. Angst is een aspect dat overheerst. De angst van mannen in een vliegtuig, de angst in schuttersputjes. En de eenzaamheid. Van grote, gruwelijke schoonheid zijn de twee delen die in de Ardennen spelen. In de witte sneeuw, tussen de kale bomen, wachten de soldaten op inslagen. Daar sterven zij in de kou en niemand die hen kan bijstaan. Toch, en misschien zou je dat tussen al dit realisme vergeten, ontkomt ook de realistisch ogende visie van Spielberg niet aan de gedachte dat het er in de werkelijkheid van weleer nog weer heel anders toeging. Hoewel in Band of Brothers de soldaten niet zulke sterren zijn als Sean Connery, en er geen grappige Duitsers voorkomen van het formaat Gert Fröbe, zien de meeste van hen er voortreffelijk uit en lijken ze in geen enkel opzicht op de soms onooglijke mannen die door journaalopnamen sjokken.

Het bijzondere van Band of Brothers is de mogelijkheid per aflevering in te zoomen op het verhaal van één persoon, die een aflevering lang gevolgd wordt. Dit vergroot de betrokkenheid bij de kijker en daardoor de verschrikking. Aan het einde van The Longest Day lopen de soldaten vrolijk fluitend het beeld uit, een lege helm achterlatend op het strand. De indruk die de nieuwe films achterlaten is er een van wanhoop en ontreddering. Het zijn dan ook films in mineur, die ook weerklinkt in de muziek van tragische dimensie. Een van de overlevenden die de verschillende afleveringen van Band of Brothers inleiden, brengt dit als volgt onder woorden: «Death was all over.» Een ander laat de kijker weten dat hij in zijn latere leven veel heeft gehad aan de oorlogservaring, omdat hij niet vergeten kon wat er gebeurd was. Een kleinzoon vraagt zijn opa of deze in de oorlog een held was. «No», antwoordt de oude man. «But I served in a company of heroes. In a band of brothers.»

Slechts in één opzicht laat ook The Longest Day even de vervreemding en de eenzaamheid doorklinken waarvan de films van Spielberg doortrokken zijn. Dit is in een passage waarin een soldaat een zogenaamde «Dear John»-brief heeft ontvangen. Via zo’n brief krijgt een voor God en Vaderland door de Europese modder wadende soldaat van zijn geliefde z’n congé. Ja, in de thuislanden ging het leven tenslotte verder, waren de vrouwen op hun geheel eigen wijze eenzaam en verlangden zij naar een verzetje, dat dan vaak weer uitliep op zo’n brief. Deze Dear John-brieven komen in alle genoemde films ter sprake. Er zullen er dan ook heel wat verstuurd zijn. De ontvangers ervan, in hun benarde omstandigheden, zullen ze hebben ondergaan als een trap na. En dat was natuurlijk geenszins de bedoeling. Het moreel, ook in het thuisland, moest hoog blijven en dus ook het verlangen naar hereniging.

De oorlogssongs van bekende zangers als The Andrew Sisters, Frank Sinatra, Jo Stafford en Louis Armstrong brengen bij voorkeur niet de door de thuisgebleven geliefde verbroken relatie onder woorden maar eerder de bezwering dat dit nooit en te nimmer gebeuren zal. Roerend zingt Helen Forrest, begeleid door Harry James en zijn orkest, over haar gedwongen afzondering: «All our friends keep knocking at the door… But all I say is leave me in the blue. And here I stay within my lonely room. Because I don’t want to walk without you baby, walk without my arm above you baby.» Natuurlijk is zo’n lied een eersteklas tearjerker, maar tegelijk drukt het precies de gevoelens uit van een eenzame vrouw: «Oh baby please come back, or you break my heart.»

Helaas werden vele harten gebroken, doordat menige geliefde niet terugkeerde.

Voor de schrijfster van een Dear John-brief betekende de dood van haar voormalige aanbedene misschien een probleem minder. Had zij, toen zij die hardvochtige brief schreef dan niet begrepen wat haar soldaat moest doormaken? Of had zij uit de propagandafilms opgemaakt dat het allemaal wel meeviel, dat er goed te leven viel in het leger, dat het daar kameraad voor en kameraad na was, op weg naar de eindoverwinning? Misschien zag zij het leger vooral als een oord waar mannen zouteloze grappen uithaalden. In dat geval had zij te veel geluisterd naar een zanger als Johnny Mercier, die er in zijn G.I. Jive een lolletje van maakte: «After you wash and dress, more or less, you go get your breakfast in a beautiful little café they called the Mess.»

Voor velen overheerste in ieder geval de ernst van de scheiding, die om een onvoorwaardelijke verklaring van trouw smeekte:

«I walk alone/ Because to tell you the truth I’ll be lonely/

I don’t mind being lonely/ when my heart tells me you are lonely too.»

En het kan nog heftiger: «I’ll always be near you/ wherever you are/ each night/ in every prayer/ If you call I’ll hear you/ no matter how far/ Just close your eyes and I’ll be there.»

Het sluiten van de ogen zal velen op de slagvelden bijna als vanzelf zijn afgegaan, zonder dat er iemand in hun buurt was. Want uiteindelijk raakten honderdduizenden G.I.’s betrokken in een jive die hen rechtstreeks het hiernamaals in swingde, ondanks de in alle toonaarden verklankte en verwoorde smeekbeden van het thuisfront.

The Longest Day (1962)

naar het boek van Cornelius Ryan, die ook het script schreef. Geproduceerd door Darryl F. Zanuck. Regie Ken Annakin, Andrew Marton en Bernhard Wicki. Met vele internationale sterren, onder wie, behalve de in dit stuk genoemden, Robert Ryan, Robert Wagner, Irina Demick, Jean-Louis Barrault, Kurt Jürgens, Paul Anka, Arletty, George Segal en Peter van Eyck

Saving Private Ryan (1998)

Regie Steven Spielberg. Script Robert Rodat. Hoofdrol Tom Hanks. De film won vijf Oscars, waaronder die voor de beste regisseur

Band of Brothers (2001)

Dramaserie voor televisie. Geproduceerd door Steven Spielberg en Tom Hanks, naar het boek van Stephen E. Ambrose. Regisseurs van de verschillende delen: Phil Alden Robinson, Richard Loncraine, Mikael Salomon, David Nutter, Tom Hanks, David Leland, David Frankel en Tony To. Acteurs onder anderen Kirk Acevedo, Eion Bailey, Michael Cudlitz en Dale Dye