Is de dreigende wanorde afgewend?

D66 en de chaostheorie

Fractievoorzitter Boris Dittrich van D66 speelde rond de kwestie-Afghanistan een politiek spel om de partij in de schijnwerper te krijgen. Hij speelde dat spel slecht. Is de dreigende totale chaos binnen D66 met zijn terugtreden afgewend?

Het D66-kamerlid Bert Bakker is een fan van de chaostheorie. Waarmee hij maar wil zeggen dat de pers niet altijd moet denken in complotten en zich moet realiseren dat in de politiek zaken anders kunnen lopen dan gedacht. In de laatste dagen voor het debat over de Nederlandse missie naar Afghanistan verwees Bakker met gretigheid naar de chaostheorie.
Simpel gezegd komt die theorie erop neer dat de werkelijkheid complexer is dan wij denken. Het was de meteoroloog Edward Lorenz die er in 1963 achter kwam dat het weer moeilijker is te voorspellen dan tot dan was aangenomen. Hij constateerde dat piepkleine veranderingen grote gevolgen konden hebben. Wetenschappers gebruiken de chaostheorie om turbulentie die ze niet hadden voorzien alsnog te begrijpen en te modelleren.
Turbulentie was er de laatste tijd zeker in politiek Den Haag. De storm stak half december op, toen D66 met een ferm nee zich uitsprak tegen een militaire missie in de Afghaanse provincie Uruzgan. Het kabinet had er toen nog geen besluit over genomen. D66 was er vroeg bij. Dat was doelbewust. Bakker mag dan achteraf de chaostheorie aanhangen, vooraf deed hij dat niet. Toen geloofden hij en zijn fractiegenoten nog in een voorspelbaar verloop van de discussie over de Afghanistan-missie.
Dit was het plan dat achter het vroege nee schuilging. Als wij, als kleinste coalitiepartner, de missie niet steunen, dan zal dat de grootste oppositiepartij, de toen nog aarzelende PvdA, overhalen om ook tegen te stemmen. Dan zal er geen breed draagvlak komen in de Tweede Kamer zoals te doen gebruikelijk is voor dit soort militaire missies en als gevolg daarvan zal het kabinet uiteindelijk geen militairen naar Uruzgan sturen.
Op basis van dit plannetje durfde fractievoorzitter Boris Dittrich het half december aan om te praten over «ernstige politieke gevolgen» als het kabinet toch positief zou besluiten, hetgeen niet anders begrepen kon worden dan als het dreigen met een kabinetscrisis. Hij durfde dat te doen omdat hij ervan overtuigd was dat het zo ver niet zou komen. Anders gezegd: hij dacht geen moment de stekker uit dit kabinet te zullen moeten trekken als gevolg van zijn eigen opstelling. Het was het eerste novum in deze affaire: dreigen met een kabinetscrisis om een oppositiepartij over te halen jou te steunen.
D66 geloofde, en gelooft nog steeds, dat de missie in Afghanistan geen kans van slagen heeft. De partij vindt de regio nog te onveilig, waardoor de Nederlandse militairen meer aan het vechten zullen zijn dan dat ze aan de wederopbouw kunnen gaan werken.
Het vroege nee tegen de missie werd echter niet alleen ingegeven door dit geoorloofde oordeel over de haalbaarheid van die missie. Achter dat vroege nee zaten ook electorale motieven. D66 was bang dat een op een later tijdstip uitgesproken nee in de publiciteit overschaduwd zou worden door de tegenstem van de veel grotere PvdA. Door er als de kippen bij te zijn, wilden de Democraten de aandacht naar zich toe trekken.
In dat laatste is D66 absoluut geslaagd, maar voor het overige zat de kleinste regeringspartij er met haar inschattingen volledig naast.
Het begon direct al anders te lopen door de tegenzet van het kabinet. Dat kwam een week na de afwijzing van de D66-fractie met het tweede novum in deze zaak, een «voornemen» om naar Afghanistan te gaan. Het was alsof ze in de Trêveszaal tegen elkaar hadden gezegd: we zullen eens zien wie hier de meerderheid in het parlement achter zich krijgt, de ministers Bot van Buitenlandse Zaken en Kamp van Defensie die voor de missie zijn óf de D66-ministers Pechtold en Brinkhorst die ertegen zijn, althans toen in ieder geval nog de indruk moesten wekken met hun fractie mee te gaan.
Coalitiegenoot VVD en oppositiepartij PvdA pikten dat «voornemen» echter niet en wilden een écht besluit voordat ze er in het parlement over zouden gaan praten. Het gaf de PvdA de tijd om zelf alle neuzen één kant op te krijgen en te stoken in de kabinetsverhoudingen. De VVD, die vooraf al vóór de missie was, nam de gelegenheid te baat om D66 een hak te zetten. Dat echte besluit kwam half januari, al heette het in kabinetskringen, om geen gezichts verlies te leiden, een bevestiging van het eerder genomen «besluit».
Na deze acties van PvdA en VVD hoefde geen enkele politieke partij iets te doen. Ze konden gewoon toezien hoe D66, dat zich compleet had vastgemanoeuvreerd, in het eigen zwaard liep.

Het is twee maanden na het eerste nee van D66. De eerste twaalfhonderd militairen gaan in augustus naar Uruzgan, tot opluchting van CDA en VVD, en D66 maakt nog deel uit van de regering. Dat laatste is op z’n zachtst gezegd vreemd. Als je vindt, zoals D66 zegt te doen, dat zo’n missie geen kans van slagen heeft, je haar in de kern afwijst, je smalend spreekt over de as Bush-Blair-Bal ken ende en daarvoor nog net niet de woorden axis of evil gebruikt, dan ben je consequent en wil je geen deel meer uitmaken van een kabinet dat wel op zo’n missie gaat.
Maar, of het nou vooraf overdacht was of niet, toen het eenmaal zo ver was gekomen dat D66 alleen stond in haar afwijzing trok de kamerfractie die conclusie niet. Formeel was dat omdat de fractie slechts praktische bezwaren tegen de missie had en voor praktische bezwaren pak je niet je biezen.
In werkelijkheid was het uit puur lijfsbehoud. Door alle misrekeningen en verwikkelingen bevond D66 zich op het randje van totale chaos. Want wat dreigde? Als D66 de uiterste consequentie uit haar woorden zou trekken, dan had dat onherroepelijk geleid tot nieuwe verkiezingen. Maar met wie als lijsttrekker? Met welke partijlijn, welk verkiezingsprogramma? Oftewel, het zou tot een hoop gekrakeel en ruzie in de partij hebben geleid waarbij het nog maar de vraag was of ze dat te boven zou komen. Slechts één ding zou dan zo goed als zeker vaststaan, zo wisten de fractie, de twee ministers en de partijtop: D66 zou een klein, onzichtbaar plaatsje in de oppositiebankjes krijgen en van daaruit knarsetandend moeten toezien hoe de PvdA door het consequente optreden van D66 op het regeringspluche zou gaan zitten. Dat allemaal nooit, zeker het laatste niet. De weerzin tegen de PvdA zit daarvoor veel te diep bij D66. Het afwijzen door de PvdA-senatoren van de gekozen burgemeester en het als gevolg daarvan gedwongen aftreden van Thom de Graaf als minister van Bestuurlijke Vernieuwing heeft die weerzin alleen nog maar versterkt.
Dit soort wanorde in een politieke partij kan worden voorkomen als er interne krachten zijn die orde op zaken stellen. Maar wie bezit er in D66 zoveel gezag als er nu verkiezingen zouden komen? Ook dat voorzagen fractie, ministers en partijtop: niet de twee mannen die tot eind vorige week om het etiket partijleider vochten, Dittrich en Pechtold. De eerste had het recht daarop in de discussie over Afghanistan verspeeld. Dat was ook al voor het finale, desastreuze debat in de Tweede Kamer van vorige week duidelijk. De tweede verspeelt de kans erop bijna elke week door uitlatingen te doen in de media die hij direct daarna terug moet nemen of waarvoor hem de oren worden gewassen.
Vandaar dat de D66-fractie en de bewinds lieden dachten: zitten blijven en de hoon maar even verdragen. Het eigen voortbestaan als partij, als coalitiegenoot, minister en kamerlid was belangrijker dan de overtuiging dat «onze mannen en vrouwen» in Afghanistan voor een onmogelijke opgave komen te staan die ze mogelijk met de dood moeten bekopen.
Maar de fractie had alweer een misrekening gemaakt. Ze zag de eigen achterban over het hoofd. Met de beelden nog op het netvlies van de manier waarop D66-voorman Dittrich in de Tweede Kamer werd afgedroogd, met dodelijke interrupties van met name SP-leider Marijnissen en GroenLinks-collega Femke Halsema, eiste die achterban dat er koppen zouden rollen. Vooral de D66-kandidaten voor de gemeenteraden begonnen te voelen hoe slecht het optreden van de D66-fractie in de Tweede Kamer was geweest voor hun kansen om op 7 maart gekozen te worden. Dachten sommigen in het begin van deze affaire nog dat standvastigheid voldoende was en dat ook negatieve publiciteit in ieder geval de aandacht op D66 vestigt, gaandeweg zagen ze in dat het optreden van de fractie voor hen desastreus was.
Tijdens het debat in de Kamer zei Dittrich vorige week: «Ik zal mijn verlies moeten nemen.» Daarmee trok hij de verantwoordelijkheid voor alles wat verkeerd was gegaan naar zich toe. Of dit bewust was, is zeer de vraag. Dittrich sprak altijd graag in de ik-vorm. Terecht was het in ieder geval niet. In een democratische partij als D66 pretendeert te zijn, is de hele fractie schuldig aan wat er is gebeurd. Er is half december een gezamenlijke lijn uitgestippeld en zelfs degenen die daartegen geprotesteerd mochten hebben zijn achter die lijn gaan staan, net zoals de fractie na de nederlaag in het kamerdebat achter de militairen in Afghanis tan is gaan staan.

Maar profetisch waren de woorden van Dittrich over het nemen van zijn verlies wel. Zijn opvolgster Lousewies van der Laan, minister Brinkhorst, de vorig jaar teruggetreden Thom de Graaf, ze noemden zijn aftreden een dag later allemaal moedig. Moedig? Dittrich koos gewoon eieren voor zijn geld: hij zag in dat hij toch geen partijleider meer kon worden bij de volgende verkiezingen.
Tijdens de persconferentie waarop hij zijn terugtreden bekend maakte, zei Dittrich dat hij opstapte omdat hij politiek-tactische fouten had gemaakt. Die opmerking illustreerde nog eens extra pijnlijk dat het hem nooit écht om de inhoud van de Afghanistan-zaak is gegaan. Hij speelde een politiek spel om de partij in de schijnwerper te krijgen, en hij speelde dat spel nog slecht ook.
Is de dreigende totale chaos binnen D66 met het terugtreden van Dittrich nu afgewend? Van der Laan leek er direct na haar aantreden een hard hoofd in te hebben. Op de drempel van haar nieuwe kamer op het Binnenhof vroeg ze de pers of deze D66 voorlopig met rust wil laten. Maar er zijn, ook zonder de media, D66’ers die inzien dat ook Van der Laan, Bakker en de andere fractieleden bijgedragen hebben aan het debacle en die daarom het terugtreden van Dittrich onvoldoende vinden.
PvdA-leider Wouter Bos zag dat en was er direct bij om te zeggen dat D66 een zo instabiele partij is geworden dat premier Balkenende zijn kabinet beter kan opdoeken. Na weken de lijn gevolgd te hebben dat het hem echt alleen om de inhoud van het Afghanistan-debat was te doen, ging Bos weer over tot de orde van de dag: het aanpakken van Balkenende en zijn kabinet.
Nu Nederland militairen naar Afghanistan stuurt is het goed dat Bakker en de zijnen geen leidinggevende functies krijgen bij die Isaf-missie in Uruzgan. Het is voor het lijfsbehoud van de militairen bevorderlijker dat ze worden geleid door mensen die hun stappen beter doordenken dan D66 heeft gedaan en die niet zoals D66 loze dreigementen uiten. Dat zou geen indruk maken op de Taliban.
Wat niet wil zeggen dat de militaire leiding niet ook de beginselen van de chaostheorie moet beheersen. Als ze die theorie achteraf maar niet als excuus gebruiken.