‘We zijn democraten’

D66 gaat redelijk ten onder

Het is de keurigheid. Het is die verdomde keurigheid. Ik geloof het echt: die lui van D66 zijn de intelligentste, de beschaafdste en misschien ook wel gewoon de aardigste mensen van dit onredelijke land. Dat geldt voor de kiezers en voor de gekozenen en de kandidaten. Thom de Graaf? Die zou ik graag als buurman willen hebben. Nooit problemen, en ook nooit geen ruzie. Meer het uitwisselen van meningen. We maakten af en toe een praatje. We knipten om en om de heg. We leenden elkaar wel eens een boek, dat ons interessant leek voor de ander. Ik gaf hem een onbekende en weemoedige dichter, die past bij zijn oogopslag. Hij mij misschien wel Anne Frank.

Even na tienen komt hij binnen in het wetenschapsmuseum Nemo, waar D66 dit jaar zijn uitslagenavond houdt. De locatie is goedgekozen. Nemo is begonnen als ambitieus museum voor wetenschap en techniek, dat enorme aantallen bezoekers zou gaan trekken maar ging binnen de kortste keren failliet. Na een herstart ligt het nu als voorbeeld van grensverleggende architectuur enigszins doelloos mooi te wezen in de Amsterdamse haven, ook al is in de expositieruimte nog zo overtuigend te zien dat wetenschap en techniek het leven beter zullen maken voor iedereen. De lijsttrekker zegt: ‘D66 gaat hele mooie oppositiejaren tegemoet. Ik heb daar ontzettend veel zin in.’

Om negen uur was er de eerste voorspelling: zes zetels verlies. De democraten reageren met een zacht ‘oooh’, dat het in volume nauwelijks wint van het geroezemoes. De zaal wordt steeds voller. Komt het partijkader in opstand? Wordt er achter de schermen al gezaagd aan de stoelpoten van De Graaf? Niks daarvan. Bij de voordeur van Nemo hebben zich twee jongens opgesteld met een vergulde lijst waarin een foto van de lijsttrekker is aangebracht. Er staat bij: ‘Thom, Alle waardering voor je waardige en grote inzet in moeilijke tijden’. Wie binnenkomt, zet zijn handtekening onder die tekst. Een enkele dame stift haar lippen en kust de wang of het voorhoofd van het portret. ‘Moét ik tekenen?’ vraagt iemand. ‘Natuurlijk niet, we zijn democraten’, is het antwoord, bijna geschrokken. Dan tekent de vragensteller toch.

Op een trap staat Lennart van der Meulen, vroeger campagneleider van D66 en tegenwoordig toezichthouder op de media te Hilversum – maar niet op het Mediapark. Ook hij wil van geen kritiek op De Graaf weten. Of toch, nou ja, een beetje. De campagnestop, ook na de begrafenis van Fortuyn, dat was geen goed idee. Hij heeft De Graaf vorige week gebeld om dat te zeggen. ‘We stevenden op tien zetels af’, monkelt Van der Meulen. ‘Hij deed het goed, bleef dicht bij zichzelf. Alleen Marijnissen was tegen stopzetting en zei het ook. Hij is daarvoor beloond. Geen partijstrateeg zal ooit adviseren dat je je lijsttrekker verborgen moet houden.’