D66 is zielsgelukkig met een lege dop

D66 heeft vorige week volgens Jacob Kohnstamm zelfs met een kabinetscrisis gedreigd om een compromis te vinden over het referendum. De VVD wilde in de grondwet het aantal referendabele zaken drastisch beperken. Dat heeft D66 kunnen tegenhouden. Als tegenprestatie heeft D66 geaccepteerd dat nu ook gemeentelijke en provinciale plannen pas worden verworpen als tenminste dertig procent van de kiesgerechtigden tegenstemt. Kohnstamm is trots op zijn partij. De vraag is of dat terecht is.

Bij de Amsterdamse referenda over IJburg en de Noord-Zuidlijn stemden meer mensen tegen dan voor. Toch werd de uitslag niet gevolgd, omdat het aantal tegenstemmers minder was dan de benodigde 28,2 procent van de kiesgerechtigden. Veel mensen wijten de lage opkomst bij het referendum over de Noord-Zuidlijn aan de kater van IJburg. Wat heeft stemmen voor zin als de kans dat de raad de uitslag overneemt piepklein is?
Het nationale compromis is nog strenger dan de Amsterdamse regeling. De kans dat de initiatiefnemers van een referendum winnen, is miniem. Vooral omdat in de nationale regeling de drempel voor het instellen van een referendum zeer hoog ligt: in eerste instantie moeten 40.000 mensen hun handtekening zetten. In een tweede ronde zijn zelfs 600.000 steunbetuigingen nodig. D66 is zielsgelukkig met een lege dop.
Na de onthutsend lage opkomst bij de stemming over de Noord-Zuidlijn wuifden de betrokken D66-wethouders kritiek op de Amsterdamse referendumverordening weg. Het is goed dat er aan de noodrem kàn worden getrokken, ook als te weinig mensen dat doen. Maar een referendum zou meer moeten zijn dan een besluitvormingsprocedure. De waarde schuilt vooral in het debat dat het uitlokt. En dat leeft alleen als een referendum ertoe doet. Maar omdat de kans klein is dat tegenstanders van gemeentelijke plannen een volksstemming winnen, is de aandacht in de pers beperkt. De kans dat het lukt wordt zo nog kleiner.
Dat bestuurders de macht van het referendum willen inperken, is op zich begrijpelijk. Zowel in Amsterdam als in de nieuwe landelijke regeling zijn de eisen echter zo streng dat het referendum een machteloos wapen is geworden. Een relatief hoge drempel voor het houden van een referendum is prima. In Amsterdam kan in navolging van de landelijke regeling de drempel zelfs worden verhoogd, want alleen als al in de eerste fase initiatieven voor een referendum sneuvelen, blijft het referendumwapen scherp. Maar als die zware hindernis is genomen, dan moet een meerderheid ook doorslaggevend zijn. Anders heeft het geen zin om te stemmen. Een bijkomend voordeel van deze aanpak is dat het debat al in een vroeg stadium ontbrandt. Je moet immers heel wat herrie maken om zeshonderdduizend mensen zo gek te krijgen dat ze naar het gemeentehuis gaan om te vragen om een referendum. In zo'n stadium zou de overheid zich ook nog zonder veel gezichtsverlies kunnen laten verleiden tot aanpassingen. En dat is helemaal prettig, want een goed debat gaat uiteindelijk over meer dan ja of nee.