Daar is de gulle lach gebleven

De komende maanden onder meer nog te zien in Joure, Schiedam, Delft, Bergen op Zoom, Voorburg, Amstelveen, Hoofddorp, Enschede, Roermond, Zutphen, Roosendaal en Alkmaar. Inlichtingen: Steekprodukties, 071-226763.
Jong talent in het toneel heeft het vaak niet makkelijk, het is op deze plek een en andermaal beweerd. Maar jong talent in de kleinkunst of het cabaret (of onder welke bijnamen deze tak van de muzen ook door het leven moge gaan), dat is helemaal armoe troef geblazen.

Met een begeleider door het land langs allerlei gribuszaaltjes, recensenten met een hoog azijnpissersgehalte, zware concurrentie, geen cent subsidie, producenten die je vanwege de commercie een trend proberen aan te praten. En dan nog dat geweldige vooroordeel dat kleinkunst in de Lage Landen al een eeuwigheid achtervolgt: een lach, een grap en een barkruk.
Hester Macrander heeft het allemaal meegemaakt. In haar nieuwste programma bezingt ze zichzelf en haar leeftijdgenoten als een generatie die constant achter het net viste: jaren zestig op straatlengten misgelopen (ze werd in 1960 geboren), over dertig jaar veroordeeld tot de verarmde vergrijzing, en tot overmaat van ramp komen vandaag de dag critici van in de veertig die ‘het’ allemaal hebben meegemaakt, haar vertellen dat ze 'het’ allemaal wel hebben gezien. Titel en inhoud van haar programma dragen de sporen van een grijnslachende ironie: Vragen om moeilijkheden.
Het lied dat ze zingt over de lost generation heet 'Bleke Benny’. Dat lied schrijnt en is een geweldig commentaar van een generatie op het idee dat ze eigenlijk alleen maar wordt gedoogd, niet meer. Hester Macrander schakelt, schijnbaar moeiteloos, van een ongedwongen, onverschrokken opererende stand-up comedienne ('Last van de discussie rond de AOW? Was dan niet gestopt met roken! Dan was je er nou niet meer geweest’), naar prachtige sketches (een overspannen, in de WAO geraakte management-mevrouw die voor therapie moet borduren, en de Structurele Werkloze die tot een cursus Parasitaire Particpatie worden gedwongen).
Vragen om moeilijkheden heeft vaart, Hester Macrander houdt de zaal een volle avond lang ontspannen bij de les en incasseert de ene schallende lach na de andere. Maar wat ze doet is nergens gelikt of gemakkelijk. Haar observaties over de luxe welvaartsprobleempjes in ons kouwe kikkerland zijn scherp.
Ik ben geen deskundige in kleinkunstland, maar ik heb de indruk dat nogal veel cabaret scharniert op het volgende mechanisme: eerst een serie nogal geforceerde cliches creeren, om daar vervolgens een avond lang hartgrondig tegenaan te trappen. Mij interesseert dat meestal geen fluit. Macrander pakt de zaak anders aan: ze winkelt in haar straat, in het trappenhuis van haar flat, in de trein en op de roltrap een paar glasheldere observaties bij elkaar, geeft er een ironisch tintje aan, om er vervolgens stijlvol en virtuoos mee te caramboleren. De ondertoon is woede, die geen moment wordt verhuld.
Geert Bremer is al een jaar of vier haar ideale begeleider en componist. Hij maakt prachtige composities, is dienstbaar en bescheiden op het podium aanwezig en volgt de razendsnelle dribbelballetjes van Macrander heel precies. Aan het eind doet de kleinkunstenares dan ook speciaal voor Bremer wat de pianist al jaren van haar vraagt: ze zingt een liefdesliedje. Die ene regel met daarin die beroemde drie woorden verpakt, daar krijg je rillingen van als Macrander die zingt, met een stem als een Welshe kerkklok. Maar alles eromheen mislukt, of liever: de performer laat het hilarisch mislukken. Resultaat is een uniek nummer.
Daarna wil Bremer het slotlied inzetten. Ook dat probeert hij enkele keren manmoedig. Maar Macrander is nog niet door haar materiaal heen. Binnen een paar minuten raakt ze alsnog een serie faits divers kwijt. Dat levert een moedig slot op van een programma dat staat als een huis.