De massapsychologie van het voetbal

«Daar loopt het vee dan»

Zorg voor afleiding en het volk is rustig, zo luidt een oude wet. Met massapsycholoog Hans van de Sande naar Ajax-PSV (2-4). «In het stadion doen mensen dingen die normaal niet in hun hoofd opkomen.»

Mutsen ver over de oren, de ogen net zichtbaar. De roodwitte sjaaltjes helpen tegen de kou. Het is zondagmorgen, half twaalf. Tijd voor een blikje bier. Een groep Ajax-supporters joelt naar de trein die zojuist op het kleine station bij de Amsterdam Arena is aangekomen. «Kankerboeren!» De dubbeldekker is gevuld met supporters van rivaal PSV. De PSV’ers joelen terug. «Kankerjoden!» Fysiek contact tussen de groepen is onmogelijk: de ME drijft de supporters uit Eindhoven in een fuik die naar het PSV-vak in het stadion leidt. Geen Amsterdammer kan erbij.

Over een halfuur begint de topper Ajax-PSV. De eerste knallen van vuurwerk. Buiten het stadion speurt massapsycholoog Hans van de Sande van de Rijksuniversiteit Groningen langs de mensenstromen. «Daar loopt het vee dan. De mensen sjokken een beetje. Als de sfeer beter is gaan ze dansend lopen.» De onderzoeker doet het voor, veert op en neer op zijn grote bergschoenen. «Buiten het stadion is het geluid van binnen nauwelijks hoorbaar. Daardoor is er hier nog weinig blijde verwachting. Dat was bij het oude stadion De Meer wel anders.»

Zelf is de psycholoog geen voetbalfan, wel deed hij veel onderzoek naar het gedrag van supporters. In opdracht van de politie reisde hij drie jaar lang regelmatig met voetbalsupporters mee naar uitwedstrijden.

We zitten aan de noordzijde van het stadion, vak 117. Samen met vaders en kinderen en mannen van middelbare leeftijd. Van de Sande: «Het is hier heel braaf. Er wordt nauwelijks gedronken. Toen er nog staanplaatsen in het stadion waren, was er veel meer dynamiek. Nu zit iedereen aan zijn stoel vast. Mensen bewegen zich niet al te ver van hun territorium. In moderne stadions is dat ook niet meer mogelijk. Vroeger konden supporters nog weleens over een hek naar een ander vak klimmen.»

5e minuut — Al snel in de wedstrijd keurt de scheidsrechter een doelpunt van PSV af. «Waarom gaat iedereen nu staan?» vraagt een meisje van een jaar of twaalf. Ze zit achter ons. «Omdat het spannend is», verklaart haar moeder. Een supporter naast ons wil een liedje inzetten. «Brabantse nichten zijn bang», zingt hij. De melodie is onherkenbaar en zijn geluid komt nauwelijks boven de ruis van het stadion uit. «Binnen een supportersvak bestaan rolpatronen», zegt Van de Sande. «Veel van de supporters zitten op vaste plaatsen. Ze zien elkaar elke twee weken, dus de meesten kennen elkaar. Vaak zetten dezelfde mensen de leuzen of de liederen in. Als iemand anders probeert te beginnen met een lied, lukt dat vaak niet.»

14e minuut — Arjen Robben zet PSV op voorsprong. De PSV-supporters in het vak boven ons beginnen te zingen: «Wie niet springt die is een jood.» Ze zitten veilig achter een glazen muurtje en een groot net. «Zodat ze niet naar beneden kunnen plassen», weet Van de Sande. Even later zingt Ajax’ F-side een andere versie van het PSV-lied: «Wie niet springt die is geen jood.»

27e minuut — Ajax maakt de gelijkmaker. Een supporter uit ons vak draait zich om en wappert provocerend met zijn armen naar de PSV-supporters. Maar die zitten vijftig meter bij hem vandaan. Kleine kans dat ze hem opmerken. Van de Sande: «Nu pas worden de Ajax-supporters enthousiast. De sfeer komt erin. Er ontstaat animositeit: wij tegen hen. Supporters houden van die spanning. Dat weet ik uit mijn jeugd in Apeldoorn. Met een vriendje ging ik regelmatig naar het plaatselijke AGOVV. Daar werd veel gevochten. We deden niet mee, maar mooi vonden we het wel. Als jongen wil je toch wat sensatie.»

Hij wijst op de spandoeken van de supporters: «Mokum de machtigste» en «Dapp’re strijders fier en koen». «Prestige speelt een grote rol bij de supporters. Ze willen ergens bijhoren.» Het zijn volgens Van de Sande gedragsmechanismen die ook in oorlogen en gevechten voorkomen. «De oudere jongens, de aanvoerders van het zooitje ongeregeld in het stadion, gedragen zich als een sergeant in oorlogstijd. En de jongens van achttien jaar kijken tegen hen op. Ze willen in de smaak vallen.»

Naarmate supporters harder gaan juichen voor de eigen club, gaan ze ook harder schelden op de tegenstander. Vooral mannen houden volgens de psycholoog van zo’n strijd. «Maar de vrouwen die in het stadion zijn, zeggen soms nog ergere dingen dan mannen. Ze willen bewijzen dat ze erbij horen.»

«Schop ’m een bal in z’n noten», roept er één tegen een Ajacied die voorbij het vak dribbelt. Van de Sande: «In het stadion doen mensen dingen die normaal niet in hun hoofd opkomen.»

48e minuut — «Kijk eens hoe kwaad ze zijn. Prachtig.» Van de Sande kijkt langs de Ajax-vakken, pijp in de mond. PSV is zojuist opnieuw op voorsprong gekomen. «In het hele stadion zie je nu wanhopige gebaren. Deze jongen voor ons snikte zelfs bijna.» De doelpuntenmaker en zijn juichende PSV-collega’s vieren een feestje bij de cornervlag — vlak voor ons vak. Het levert ze een aansteker op. «Bij ADO Den Haag heb ik eens een jongen gezien die zijn portemonnee op het veld gooide. Puur omdat hij iets wilde doen. En tegenwoordig zie je steeds vaker mensen met mobiele telefoons gooien.»

Niet veel later zingen de Ajax-supporters over het vermeende beroep van de moeder van doelpuntenmaker Kezman. Van de Sande: «Politiek correcte mensen doen net of dit soort taalgebruik buiten het stadion niet voorkomt. Maar de zeden in de arbeidersklasse zijn betrekkelijk ruw. Daar zeggen mensen al gauw zonder scrupules dat iemand aan het gas moet. Ik vind het hypocriet om je te verbazen over woorden als ‹hoer› of ‹kanker› in het stadion. Veel van de spreekkoren zijn niet meer dan een uit de hand gelopen grap.»

Volgens de psycholoog is het daarom ook niet verstandig om de spreekkoren veel aandacht te geven. «Het is net als bij belletje trekken. Als je het verbiedt, moedig je het alleen maar aan.» Het initiatief van de supportersvereniging van Feyenoord om het gebruik van het woord «kanker» in te dammen vindt hij wel positief. «De kaarten met foto’s van kankerpatiënten laten de mensen zelf nadenken. Bekeren werkt beter dan straffen. Straffen helpt eigenlijk alleen als de pakkans heel hoog is.»

Toch kan straffen volgens Van de Sande niet altijd kwaad. Dat een trein met fans van FC Utrecht eerder dit jaar door burgemeester Cohen werd teruggestuurd omdat de supporters «Hamas, Hamas, alle joden aan het gas» zongen vindt hij terecht. «Bij spreekkoren in het stadion kun je weinig doen. Met het stilleggen van de wedstrijd straf je een supporter niet. Maar een trein terugsturen is wel een effectief middel.»

55e minuut — Ajax maakt 2-2. Van de Sande: «Zelfs die jongen daar in de hoek van het vak moet nu even lachen. Die staat al de hele wedstrijd vuil te kijken. Glimlachen is eigenlijk niet cool.» Zijn lach duurt niet lang. Diezelfde minuut scoort PSV opnieuw.

«Zie je die mensen met die gele hesjes?» vraagt de moeder achter ons even later aan haar dochter. «Die zorgen ervoor dat er niet gevochten wordt.» De dochter knikt en zegt wijs: «Bij hockeywedstrijden wordt nooit gevochten. Daar moeten ze een voorbeeld aan nemen.»

77e minuut — De eerste mensen verlaten het stadion. De oorzaak: PSV is naar 2-4 uitgelopen. Na iedere mislukte Ajax-aanval vertrekken meer mensen. Het PSV-vak zingt «Always look on the bright side of life».

Een kwartier later, na het laatste fluit signaal, stroomt het stadion langzaam leeg. De PSV-supporters boven ons moeten wachten. De terugweg naar de trein gaat door dezelfde buis. Confrontatie met Amsterdammers is niet mogelijk. Wanneer de PSV-spelers hun juichende supporters komen bedanken sprint een minderjarige Ajax-fan over de stoeltjes naar de voorkant van het vak. Tussen hem en de Eindhovense spelers is nog slechts een gracht. Hij maakt wilde armgebaren en briest van kwaadheid. Van de Sande kijkt er belangstellend naar. «Veel mensen hebben nog even tijd nodig om het verlies te verwerken.»

Supportersgedrag — het blijft volgens de Groningse psycholoog moeilijk te beïnvloeden. Adviezen om problemen te voorkomen heeft hij wel. «In Engeland zijn de toegangs prijzen meer dan verdubbeld. Lastige jongetjes kunnen het niet meer betalen, dus je houdt een veel netter publiek over.»

Of nog draconischer maatregelen: helemaal geen supporters van de bezoekende ploeg toelaten. «Maar dat ontneemt natuurlijk wel de spanning. En onze maatschappij heeft al zo weinig dingen die ons écht raken. Vroeger waren er nog wel gevechten op de kermis of op scholen. Nu bestaat dat nauwelijks meer. Mensen komen naar voetbalwedstrijden voor de directe emotie. Het is verrukkelijk wanneer je van de vijand wint, wanneer je ‹Yes!› kunt roepen.»