Herdenking in Duitsland

Daar waar men boeken verbrandt

Berlijn – De Nederlander Theodoor Hendrik van de Velde (1873 – 1937) was arts en bovendien directeur van het Gynaecologisch Instituut in Haarlem. In 1926 schreef hij het boek Het volkomen huwelijk. Dit boek, waarin hij het belang van erotiek in het huwelijk bepleitte, was een bestseller en werd in vele talen, waaronder het Duits, vertaald. Het was ook een omstreden boek: de katholieke kerk plaatste het op haar Index Librorum Prohibitorum, de lijst van de verboden boeken, en ook de nationaal-socialisten, die een jaar na de Duitse vertaling van het boek aan de macht kwamen, moesten niets van zulke verderfelijke literatuur hebben. Zo kwam het dat Die vollkommene Ehe van de, inmiddels al lang vergeten, Nederlandse arts Theo van de Velde, 75 jaar geleden tijdens de boekverbranding in Berlijn, zij aan zij met werken van Marx, Freud, Kafka en Tucholsky, in het vuur belande.
Op 10 mei 1933 verbranden, in 22 voornamelijk universiteitssteden, studenten en hoogleraren, boeken van bijna vijfhonderd schrijvers. Op de lijst van verboden boeken, opgesteld door een 29-jarige bibliothecaris, stond de crème de la crème van het Europese schrijversgilde. En alhoewel de boekverbranding voor een aantal auteurs het signaal was om te emigreren, zagen anderen het ook als een wrange eer om op de lijst voor te komen, als moderne geuzen, voor eeuwig vrij van enige verdenking van nationaal-socialistische sympathieën. ‘Verbrand mij’, schreef de schrijver Oskar Maria Graf dan ook, ‘zodat ook mijn boeken niet in de bloedige handen en de verdorven hersens van die bruine moordbende vallen.’ Hij werd op zijn wenken bediend.
Op de Bebelplatz, tegenover de Humboldt Universiteit, waar de Berlijnse boekverbranding plaatsvond, wordt 75 jaar later een sobere herdenkingsbijeenkomst gehouden. Het plein is vernoemd naar August Bebel, oprichter van de SPD, wiens werk ook in vlammen opging. Aan de boekverbranding is het meest subtiele herdenkingsmonument van Berlijn gewijd. Een glasplaat in de grond geeft een doorkijk naar vier witte lege boekenkasten. Dat is alles. De plek is makkelijk te missen, maar wie het ziet wordt erdoor gegrepen en zal stilstaan bij de beroemde strofe van Heinrich Heine die het monument vergezelt: ‘Daar waar men boeken verbrandt, verbrandt men uiteindelijk ook mensen.’
Terug naar het vuur: de herdenking. Onder de aanwezigen bevindt zich ook de Israëlische ambassadeur. Enkele hoogwaardigheidsbekleders vertellen over de verschrikkingen van de boekverbranding en waarschuwen voor nieuwe dreigingen. Nog niet zo lang geleden werden vijf Duitse jongeren veroordeeld wegens het verbranden van het Dagboek van Anne Frank tijdens een dorpsfeest. Maar liefst negen maanden gevangenisstraf kregen de daders opgelegd. Ook Christoph Markschies, rector van de Humboldt Universiteit, houdt een rede. ‘Wie zich het verleden niet herinnert is gedoemd het te herhalen.’
Maar Duitsland vergeet haar verleden niet. Deze week nog werden drie extreem-rechtse verenigingen verboden, waaronder de Vereniging ter Rehabilitering van de door Bestrijding van de Holocaust Vervolgden. De vraag is of zo’n verbod helpt. Ongetwijfeld zullen zij ondergronds hun ideeën verspreiden via alle communicatiemiddelen die hen ter beschikking staan. E-mail, internet, mobiele telefoons. Wapens waar Van de Velde en de zijnen 75 jaar geleden niet over beschikten.