Ramadanblog #8

Daar zit je dan, lucht te happen op een terras

Deze maand zal Mounir Samuel, voor de eerste keer, de volledige vastenmaand aangaan. Dat betekent niet eten, niet drinken, de testosteron-pieken trotseren, vijf keer per dag bidden, als jongeman naar het vrijdagmiddaggebed en met gelovigen iftars delen.

Je zou het niet zeggen, maar het is gewoon (af en aan) zomer in Nederland. Dat betekent overvolle terrassen, lange (tergend) trage zonuren en trek in koud bier, barbecue en nou ja, laat ik over het andere B maar zwijgen.

Ramadan dus. Ik moet eerlijk zeggen dat ik het vasten heb onderschat. Het is echt zwaar. En lang. Koffie, ik snak ernaar. Maar als ik ’s avonds laat m’n nespresso drink, weet ik dat de cafeïne-kater er de volgende dag hard in slaat.

Cafés en terrassen bezoek ik niet of nauwelijks, want ja, ik kan moeilijk als vastende klant een terrasplek vasthouden. Soms kom ik er echter niet onderuit. Simpelweg omdat ik een afspraak met een niet-vastende vriend heb of voor een ‘koffie-afspraak’ ergens aan moet schuiven, ja, zonder koffie dus. Ongemakkelijk de minuten aftellend tot de niet-vastende persoon in kwestie aangeschoven is, wimpel ik obers af. ‘Maar er komt wel iemand wat drinken?’ luidt de bezorgde vraag.

‘Ja, zeker.’

‘Voor nu een glas water dan misschien?’

‘Nee, helaas, dat mag ook niet. Ik hap nog wel een schepje lucht.’

Weinigen lijken door te hebben dat het houden van de Ramadan geen dieet is, maar echt volledige geheelonthouding betekent van feitelijk alles en dat het drinken van gemeentepils niet is toegestaan.

Mooi vind ik het initiatief van de befaamdste ijszaak van Amsterdam-Noord, met de nostalgische naam IJskoud de Beste (vergeet de zuurstokroze voorgevel niet). Tijdens de Ramadan is de ijssalon in het weekend speciaal voor de islamitische klanten extra lang geopend. Slim ook. Want het is goed gebruik om na de maaltijd met de kinderen een ijsje te halen en het eten te verteren door een (nachtelijke) wandeling.

Het is jammer dat ik zo’n hoorntje zelf na de maaltijd niet meer naar binnen krijg. Door al het vasten is m’n maag zodanig gekrompen dat ik na een flesje water en een paar happen vol zit.

Maar alles went. Ook het rustig meegenieten met etende vrienden – ‘Sorry, maar als ik nu niet eet ga ik echt van m’n graatje.’ In mijn rugzak zit mijn pita met foul (bruine bonen-pasta), couscous of zelfgebakken Turkse pizza keurig in aluminiumfolie. Vlees eet ik weinig. Veel te zwaar.

Sommige van mijn vrienden zijn zo sympathiek om aan te bieden twee keer te eten. Een keer zelf rond etenstijd en nogmaals als mijn telefonische alarm geklonken heeft en ik mijn creaties uit het aluminium te voorschijn tover – onder grote belangstelling van de aanwezigen. Het zal de Ramadan wel zijn, maar ik kook opeens uitsluitend Egyptisch, Marokkaans en Turks. Het voelt toch wat raar, een iftar met rauwe andijvie of pannenkoek. Gelukkig blijft er met mijn beperkte trek altijd genoeg over. Dus eet gerust een hapje mee. Voedsel is pas een zegen wanneer het gezamenlijk gegeten wordt, niet waar?