Dag lul

Weet u wat ik erg vind van jaren emancipatie?
Dat De Lul (ik bedoel niet de penis) als symbool van het vrouwelijk ideaal wordt gezien.

Wat is een Lul?
Een Lul is een man die niet ‘zijn’ of 'een’, maar de vrouw in algemeen naar de mond praat en daar ook naar handelt. Het zijn van die mannen die meteen in een gesprek vertellen dat zij het 'heel normaal’ vinden om de kinderen naar school te brengen en te halen, ze op te voeden, huiswerk met ze te maken - en ondertussen de rest van het huishouden op zich nemen. De Lul die dus al het werk doet ('Ik doe ook de was en ik kook, dat vind ik leuk’) en dan vervolgens roept: 'Dat doe ik omdat ik vind dat binnen een relatie man en vrouw volstrekt gelijkwaardig zijn.’
Tegen de Lul kan ik nooit wat zeggen. Ik kan alleen maar iets over hem denken, en ik denk altijd: 'Wat ben jij een Lul.’ Ondertussen herhaal ik tegen hem: 'Ja, ik vind ook dat mannen en vrouwen volstrekt gelijkwaardig met elkaar moeten omgaan.’
De Lul - hij ergert mij bovenmate en er komen er steeds meer van.
'Zullen we een afspraak maken voor aanstaande donderdag?’ vraag ik.
'Kan het na vijven? Ik moet Johan naar celloles brengen.’
'Nee, dan praat ik met mijn hoofdredacteur. Vrijdagmorgen dan?’
'Sorry, dan ben ik bij de wasserette. Vrijdagmiddag tussen twee en drie, kan dat?’
'Oké drie uur, kom ik.’
'Nee, om twee uur, kan dat? Om drie uur moet ik boodschappen doen, want Els komt om vijf uur thuis en dan moet het eten klaar zijn, want de kinderen moeten naar ballet. Twee uur?’
'Hoe laat kan je maandag?’
'Om twee uur dus, tussen twee en drie.’
'Dan werk ik aan een artikel… Wanneer werk jij eigenlijk?’
'Ik ben heel druk bezig, ik ben al vijf jaar bezig met dat boek. Ik schrijf namelijk niet zoals jij, maar heel zorgvuldig… En ik heb nog wel een paar jaar nodig.’
De Lul!
Het vervelende is, dat hij ook nog een prettig leven heeft. Op een of andere manier hebben Lullen altijd geld genoeg. Ze hebben net een huis gekocht, of gaan op vakantie naar Schotland, en met die kinderen gaat het ook altijd fantastisch. Die kinderen hebben nooit eens iets gestolen of door een brievenbus gepist.
Als je Lullen aan de telefoon hebt, hoor je op de achtergrond meestal iemand krukkig piano spelen en altijd als je iets vraagt, hoor je: 'Wacht even, ik moet even iets tegen m'n zoon zeggen… Fokke, die derde maat begint met een cis lieverd, en dan een gis, en studeer liever die etudes van Czerny in… Ja, hier ben ik weer, waar hadden we het over?’
Lul!
En altijd hebben ze de vrouw die ik begeer, want die vrouw is intelligent en mooi - ja, anders krijg je als vrouw een man niet zo ver.
Maar het ergste is die terreur die die Lullen uitoefenen vanwege hun keurige gedrag. Je moet je altijd naar hen richten omdat zij met de opvoeding bezig zijn van 'kinderen’ en jij niet. Om redenen die ik niet kan doorgronden schijnen kinderen tegenwoordig vóór alles te gaan. Die kinderen kunnen niets meer. Ze gaan niet naar celloles, ze moeten worden gebracht en gehaald. Ze studeren zelf geen piano, nee, papa leert met hen mee.
'Oké, ik werk wel iets harder, dan kom ik om twee uur. Goed?’
'Ja, vind je het erg dat ik dan ondertussen Fokke help met zijn latijn?’
'Nee hoor.’
'Jij spreekt toch Frans? Misschien kan jij dan z'n Frans nakijken.’
'Dat is goed, hoor.’
'Fijn, dan zie ik je om twee uur… Tot drie uur, hè.’
'Dag’, - Lul.